Werk van Richard Kofi op Festival Klein New Orleans (2019)

Foto Elisabetta Agyeiwaa (i.s.m. Derde Wal)

Interview

Kunst maken met identiteit: ‘Ik kan alles zijn’

Beeldende kunst Een nieuwe lichting jonge zwarte kunstenaars timmert hard aan de weg. Ze opereren buiten de gevestigde kunstwereld, maken slim gebruik van sociale media en laten zich niet vastpinnen op één stijl of specialisme.

‘Ik ben een echte octopus”, zegt kunstenaar Fana Richters (1991). Onder haar artiestennaam AiRich reiken haar tentakels naar de wereld van de mode, fotografie en muziek. „Mijn werk is divers. Het gaat over pop, zwarte mythologie, sciencefiction en het is behoorlijk psychedelisch.” Om al die kanten van haar kunstenaarschap een plek te geven, heeft ze een afrofuturistische planeet bedacht: Planet AiRich. „Een utopische plek waar alleen maar zwarte superhumans leven. Alle portretten die ik maak, hebben daar een plek.”

AiRich is niet de enige jonge kunstenaar die er zo’n hybride praktijk op nahoudt. In de NRC-lijst met 101 talenten zijn veel zwarte kunstenaars te vinden die opvallend veelzijdig zijn in de manier waarop ze hun identiteit uitdragen. Vaak hebben ze artiestennamen of werken ze met verschillende karakters. Zoals Robin van der Haak (1998), die zich identificeert als queer, een meervoudig voornaamwoord hanteert en als Robin Ramos poëtische films maakt, activist is, een eigen kledingmerk heeft en sinds kort Youth Pride Ambassador is van Amsterdam Pride.

Of zoals Frederick Calmes (1993), wiens verschillende schilderstijlen worden ingegeven door geesten. „Ik heb zeven vaste personages”, vertelt hij. „Als ik bezig ben met schilderen, communiceer ik met ze. Het is soms één grote vergaderzaal in mijn hoofd.” Sommigen vinden dat verwarrend, zegt Calmes. „Maar het maakt mij niet uit of mensen het begrijpen of niet. Er is geen rode draad. Mijn werk symboliseert vrijheid.”

Werk van Frederick Calmes: Pick a card - Sinners/Lust

Foto Frederick Calmes

Dit is een generatie kunstenaars die zich niet wil specialiseren in één medium of stijl, maar alle kansen aanpakt om zijn of haar verhaal te vertellen. Neem Richard Kofi (1988), die ooit de ambitie had om profbasketballer te worden, maar uiteindelijk toch koos voor een carrière in de kunst. Behalve kunstenaar en performer is hij ook tentoonstellingsmaker, programmeur bij het Bijlmerparktheater en podcastmaker. „Ik wil graag bijdragen aan een betere infrastructuur voor Nederlanders met een bi-culturele achtergrond”, zegt Kofi. Zijn laatste video C’est l’époch (2019), die hij samen met AiRich en Elisabetta Agyeiwaa maakte, speelt zich af tegen de achtergrond van een barbershop. „In Afro-Nederlandse gemeenschappen is dat een belangrijk cultureel knooppunt.”

De meeste van hen volgden geen reguliere kunstacademie. Ze studeerden aan het Mediacollege (AiRich), het Grafisch Lyceum (Calmes), aan de universiteit (Kofi) of zijn filmstudent (Ramos). Ze hebben ouders die geboren zijn in Haïti (Calmes), Suriname (AiRich), Ghana (Kofi) of Brazilië (Ramos). Ze zitten niet bij gevestigde galeries, ontvangen nauwelijks subsidies, maar verkopen hun werk – en vooral zichzelf – via Instagram of Facebook. Ze zijn gewend om met weinig middelen de mooiste dingen te maken. En die do-it-yourself-mentaliteit is ook zichtbaar in de manier waarop ze hun kunst aan de man brengen.

Werk van AiRich: Charged Up (2019). Model Bernard Owusu.

Foto & digital art AiRich

„Als kind heb ik geleerd om van niets iets te maken”, vertelt AiRich. „Waar andere kids Cartoon Network keken of op hun Gameboy zaten, was ik aan het stempelen met uitgesneden aardappelen, aan het kleien of batikken. Wij hadden het thuis niet breed, maar ik had nooit het gevoel dat we arm waren. Ons huis leek net een galerie, met banken gemaakt van pallets. Niets verspillen, alles recyclen, dat is wel echt Surinaams. Ik koop niet vaak iets nieuws, ik kijk eerst naar wat ik heb.”

Haar eerste fotoshoots deed AiRich gewoon thuis, met een huiskamerlamp die haar zusje vasthield. „Nadat ik die foto’s op Facebook had gezet, kreeg ik meteen boekingen van mensen die een fotograaf zochten. Ik was alles nog aan het ontdekken, maar ik wist wel: om op te vallen moet je niet met de stroom meegaan. Ik noem mijzelf nu ‘visual artist’. Ik portretteer alleen mensen met een donkere huidskleur. Ik bepaal hoe en wie ik fotografeer. Ik doe alles zelf: de bodypaint, de styling. Op Instagram kreeg ik al snel veel likes. Mensen zeiden: je hebt echt een eigen stijl.”

Sociale media

Wat de kracht van sociale media is, ontdekte AiRich nadat ze een artikel naar de Amerikaanse site Afropunk had gestuurd, een online community van zwarte kunstenaars, muzikanten en schrijvers. Zij plaatsten haar werk op hun site, waarna het viral ging.

Werk van Robin Ramos & Kymani Ceder: still uit De Kroon. Een korte poëtische film.

Foto Robin Ramos & Kymani Ceder

Ook Robin Ramos, student aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, stuurde een korte film (Grenzeloos zijn, uit 2018) naar Afropunk. „Het was mooi om te zien dat wij als Nederlandse zwarte kunstenaars ook aan de andere kant van de wereld connecties kunnen leggen”, zegt Ramos. „De film die Afropunk heeft gedeeld, is nu zo’n 7.600 keer bekeken. Maar Wederzijde, een heel persoonlijke film over een homoseksueel stel die ik in 2016 zelf op YouTube heb gezet, heeft intussen al 200.000 views. Die is heel populair in Europa.”

Ook op eigen kracht komt Robin Ramos er dus wel. „Door internet is het gemakkelijker om met gelijkgestemden in contact te komen. Voor mij zijn online communities belangrijk. Op mijn school is minder dan 7 procent van de studenten zwart. Ik heb daarom zelf de safe-space ‘Black & POC (people of color) creative network - NL’ opgezet, waar mensen van kleur kunnen netwerken. En op mijn Facebook-community ‘INFO, ACTIE, REACTIE’ kunnen jongeren ervaringen delen over maatschappelijke problemen betreffende de status quo.”

Activistische kledinglijn

Die communities zijn maar een van de vele manieren waarop Robin Ramos de wereld wil verbeteren. „Bij alles wat ik doe, stel ik de vraag: hoe kan ik effectief en duurzaam veranderingen doorvoeren? Daar zoek ik dan een medium bij. Ik wil flexibel blijven. Ik maak films voor politieke organisaties en bedrijven. En ik heb een activistische kledinglijn opgericht: Revolt. Zo probeer ik mijn talenten te spreiden. Ik ben een én-én-persoon, ik kan alles zijn. Waarom zou ik moeten kiezen?”

Al mijn werk is gemaakt van gerecycelde spullen. Sommige potloden heb ik al sinds mijn schooltijd

Frederick Calmes

Robin Ramos kan sinds anderhalf jaar van dit werk leven. Maar dat geldt niet voor alle kunstenaars. „Rondkomen is lastig”, zegt Frederick Calmes, die zijn brood verdient met een bijbaantje in een veganistisch restaurant en het maken van websites. „Maar zonder mijn kunst kan ik niet, die houdt me bij elkaar. Geld om nieuwe materialen te kopen heb ik niet. Al mijn werk is gemaakt van gerecycelde spullen. Sommige potloden heb ik al sinds mijn schooltijd.” Subsidies aanvragen is lastig, aldus Calmes. „Ik heb geen cv met afgeronde opleidingen. Bij het Mondriaan Fonds kom ik daardoor niet zo makkelijk in aanmerking voor een beurs.”

Op zijn website heeft Calmes sinds kort een webshop. „Ik hoop daarmee iets te verdienen, zodat ik kan investeren in mijn werk. Laatst heb ik 300 euro betaald om mijn schilderijen een maand in de kunstruimte van het Hilton te exposeren. Maar ik heb niets verkocht. Ik ken de juiste netwerken niet. Sociale media zijn voor mij een nachtmerrie, want al mijn karakters hebben een eigen Instagram-account. En de galeries waar ik heb aangeklopt, zijn nog niet klaar voor mij en mijn alter-ego’s.”

Hosselen

Het kunstleven is echt hosselen, zegt ook AiRich. „Je moet eerst veel opofferen. Ik heb nu een bijbaantje bij een kunstloods. Het geld dat ik verdien, investeer ik direct weer in mezelf. Ik heb grote plannen, ik wil globaal een begrip worden, internationaal mijn stempel kunnen drukken. Dat hoeft niet nu meteen, ik heb geduld. Ik zit nog steeds in een leerproces.”

Lees meer over deze vier kunstenaars in de lijst: Airich, Frederic Calmes, Richard Kofi, Robin Ramos

Natuurlijk zou ze uiteindelijk best met haar werk in een museum terecht willen komen. „Maar de gevestigde kunstwereld is nog steeds een wit bolwerk. Kijk maar naar de grote galeries, de veilinghuizen. De vraag is hoe wij daar als zwarte kunstenaars blijvend een voet aan de grond krijgen. Subsidies aanvragen klinkt voor de kunstenaars die ik ken als iets wat nog niet helemaal voor ons is. Het is alsof je die taal niet goed genoeg spreekt.”

Richard Kofi kan vooral rondkomen dankzij zijn diverse klussen als curator en programmeur. „Het laatste jaar word ik steeds vaker uitgenodigd als spreker of adviseur, bij fondsen, op kunstacademies en universiteiten.” Zelf studeerde Kofi Algemene Cultuurwetenschappen en Amerikanistiek aan de Radboud Universiteit Nijmegen, een opleiding die volgens hem „erg westers en erg wit” is. „Tijdens mijn studie heb ik daarom ook getekend en geschilderd. Omdat ik een wereld wilde tonen die ik zelf graag wilde zien, een wereld die ik miste.”

Omdat zijn kunstwerken intussen steeds groter werden en hij een atelier nodig had, kwam Kofi in de Arnhemse kunstscene terecht. „In mijn atelier organiseer ik nu regelmatig samen met een muzikant en een theatermaker zogenaamde makersdagen, waarbij we kunstenaars van alle disciplines uitnodigen om te experimenteren.” Inmiddels werkt Kofi aan een installatie en een audiokunstwerk voor de Sonsbeek Biënnale en Museum Arnhem.

Net als veel van zijn generatiegenoten is Kofi actief bezig om zijn eigen perspectief uit te dragen en vormen van uitsluiting tegen te gaan. „Maar een nieuwe beweging zijn we zeker niet. Kunstenaars als Charl Landvreugd, Astrid Roemer, Iris Kensmil, Michael Tedja, Remy Jungerman en Patricia Kaersenhout zijn er al veel langer mee bezig. Ik weet zeker dat hun voorwerk de weg vrij heeft gemaakt voor onze lichting kunstenaars.”

„Het is niet zo vernieuwend wat ik doe”, beaamt AiRich. „Een artiest als Sun Ra hield zich een halve eeuw geleden ook al bezig met afrofuturisme. Maar we leven nu in het informatietijdperk. Door sociale media zijn we nu veel zichtbaarder.”

http://www.airich.nl, Robin Ramos, Frederick Calmes en Richard Kofi treden op 10/3 op tijdens de NRC Nacht van het Talent in Paradiso.