Opinie

Economische grootmacht

Marcel van Roosmalen

Ik was voor een podcast een dagje in Duitsland. Het was lang geleden afgesproken, dus ik durfde me niet ziek te melden. „Bel toch af”, zei de vriendin, die en passant vond dat de manier waarop ik paracetamols at hetzelfde klonk als een paard dat suikerklontjes eet.

Toen we de grens over waren werd ik pas echt ziek. Misschien dat we deze aflevering maar beter zonder jou kunnen afmaken opperde iemand, terwijl ik met een papieren zakdoek de zitting van de huurauto schoonwreef.

Ik stapte uit in het dorp Selm, Nordrhein-Westfalen.

„Daag Marcel, we komen je hier over drie uur wel weer halen.”

Duitsland heeft dan de naam een economische grootmacht te zijn, de praktijk is dat ze er vooral op het platteland jaren achterlopen. Zo was er in heel Selm geen geldautomaat en bleek dat je nergens contactloos kunt betalen. Bovendien was alles dicht, alleen Landbäckerei Konditorei Braune was open.

Ik had geld voor één espresso en was benieuwd hoelang ik daarop zou kunnen blijven zitten.

„Aber ich bin doch Krank”, jammerde ik in mijn beste Duits toen de bakkersvrouw na een kwartier kwam informeren of ik nog iets wilde drinken en erbij zei dat ik dan wel direct cash diende af te rekenen.

„Sagen Sie doch allen”, zei de vrouw.

Ik maakte eruit op dat ze in Selm niet gesteld waren op rondwandelende vreemdelingen zonder cash geld.

Een kwartier later een praatje met de bakker. Derderangs verhoor. Waar kwam ik vandaan? Wat deed ik zonder geld in Selm?

Ik vroeg een oplader voor mijn telefoon, want die was ook leeg. Hij stelde voor dat ik op straat dan maar wat muziek ging maken, niet dat iemand in Selm daar op zat te wachten, maar goed.

De koorts werd niet minder, ik liep mijn rondjes door Selm.

Ik had weleens gehoord dat je snel kon vallen, maar dit was wel heel snel.

Uiteindelijk streek ik neer op de stoep van de Neuapostolische Kirche, dat had mijn vader me ooit wijsgemaakt toen ik voor het eerst zelfstandig op vakantie ging: „Ga als je het niet meer weet maar gewoon voor een kerk zitten.”

Ik dacht dat we qua slechte levenswijsheden de bodem allang bereikt hadden, maar dit was postuum toch wel de slechtste tip ooit.

Ik werd weggebezemd door een man in een geel hesje.

Hij zei niets, maar tikte me steeds nadrukkelijker aan.

Het was alsof ik figureerde in een aflevering van In Europa: de geschiedenis op heterdaad betrapt waarvan ik zondagavond nog een aflevering over werkloze berentemmers in Bulgarije had bekeken, behalve dan dat dit wel goed afliep.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.