Ik schrijf om zacht te zijn en te blijven

Activisme blijkt een thema bij jonge schrijvers. We vroegen auteur Olave Nduwanje, een van 101 talenten, waarom en voor wie ze schrijft.

„Ik weet nog niet zo goed hoe te schrijven zonder aderlating.”
„Ik weet nog niet zo goed hoe te schrijven zonder aderlating.” Foto Mikael Chukwuma Owunna

Waarom schrijf ik? Het wemelt en tuimelt in mijn hoofd sinds ik werd gevraagd om de bijdrage te leveren voor deze talentenbijlage. Losse woorden, opdringerige zinnen, vage ideeën en onbestemde gevoelens bevolken mijn gedachten. Het is een chaos, maar ik herken deze overweldigende tuimelingen en onbeheerste wemelingen. Dit is hoe ik een uitdaging herken die mijn wil tot schrijven voedt.

Waarom schrijf ik? Dat willen ze weten.

Wacht, wie zijn ‘ze’ eigenlijk? Wie lezen NRC? Wie is geïnteresseerd in de „letteren”-categorie van deze lijstjes? Ik haat lijstjes! Het zullen witte lezers zijn, vooral oudere witte lezers. En collega-schrijvers, redacteuren en uitgevers. Progressieve witte Nederlanders allemaal. Zouden ze in hun nopjes zijn dat hun krant een schrijvende Zwarte non-binaire trans femme een platform biedt? Zullen ze bij zichzelf denken: „Wat zijn we goed bezig, wat ben ik goed bezig, zeg! In mijn krant mag zij shinen, en dat bewijst dat racisme van andere tijden is! Het maakt op zich niet uit wat ze zegt, het gaat erom dat ze het hier in mijn krant mag zeggen”?

Als ik nou toegeef dat het me wat uitmaakt wie dit gaan lezen, zal ik dan door de mand vallen? Zullen ze denken: „O, zij is niet echt radicaal! Een echte kunstenares doet het voor zichzelf, een echte schrijfster kijkt niet om naar de lezer”? Maar het maakt me wel uit. Zal ik dan ook maar bekennen dat ik lang geleden de witte lezer heb opgegeven? Dat ik bewust en weloverwogen kies om aan de Zwarte lezeres te schrijven, om haar uit te dagen, haar te overtuigen, haar niet teleur te stellen, haar kritische waardering te bekoren? De witte lezer inspireert me niet, van hem/hen/haar komt voor mij geen uitdaging om dieper, wijder, slimmer en mooier te schrijven. De witte lezer houdt me aan de oppervlakte van basispedagogie.

Lees meer over Olave Nduwane in de lijst Letterkunde

Maar als ik dat doe, dan moet ik beginnen met vertellen waarom en hoe ik stopte met het lezen van witte schrijvers. O nee, dat wordt ook een bekentenis. Vijf jaren geleden besefte ik dat ik niet in staat was om literaire personages waar ik van hield als Zwarte mensen in te beelden. Mijn verbeeldingsoog, waar ik altijd zo trots op was, kon Zwarte mensen als vehikels van verhalen en dragers van literaire werelden niet accepteren. Lezend zag ik alleen witte mensen voor me. Toen pas zag ik ineens het witte literaire geweld waar ik mee opgroeide. Aanhoudend en totalitair geweld dat zich verschuilde in de deceptie van universaliteit, en de pretenties van beschaving.

O shit, als ik nou iets schrijf dat al die fijne witte NRC-lezers geen fijn gevoel geeft? Zullen ze dat tolereren in hun witte krant, die ze in hun comfortabel witte huizen lezen in hun veilige witte buurten? Een krant die ze betalen met hun witte geld uit hun witte banen. Banen waar ze keihard werken voor hun witte gezinnen in witte organisaties met witte klanten.

Toch wil ik hun meegeven wat het lezen van Zwarte schrijvers met me doet: de luiken die nu wijd openstaan, de muren die zijn afgebroken, de nieuwe sterren in mijn literaire cosmos! Zal ik schrijven over Toni Morrison, Chinua Achebe, Namwali Serpell, Joseph-Achille Mbembe, Edouard Glissant, bell hooks, Audre Lorde, Jennifer Nansubuga Makumbi, Oyeronke Oyewumi, Akwaeke Emezi? Nee, dat lukt niet. Niet genoeg woorden, niet genoeg tijd.

Zal ik ook toegeven dat ik op zoek naar antwoorden YouTube afstruin om beelden van interviews, lezingen, panels met Zwarte schrijfsters te vinden? Ik wil alles weten wat ze te zeggen hebben over schrijven en lezen, over denken en verbeelding, over maken en doen. Misschien kunnen zij mij wel vertellen waarom ik schrijf. Misschien schrijf ik om bij te mogen dragen aan de discussies over liefde, leven, overleven en de strijd die Zwarte vrouwen voeren.

Intussen nadert de deadline, onverbiddelijk en genadeloos.

Ik moet wel echt gaan beginnen te schrijven. Al is het maar een paragraaf of een zin. De woorden zullen zichzelf dan wel aan elkaar rijgen in broze kettingen van betekenis. Ik wou dat ik meer tijd had. Ik heb nooit genoeg tijd om te onderzoeken, om te testen, om te bespreken, om op te geven en overnieuw te beginnen. Ik wil meer tijd!

Ik moet blijven schrijven omdat ik het geld nodig heb. Het leven is duur, ik heb veel schulden. En ik weet niet wanneer de belangstelling voor mijn perspectief, het geduld met mijn activistische toon, de welwillendheid tegenover mijn literaire zwakten zal vervangen. Hoe lang kan ik nog rekenen op de bereidheid van redacteurs, programmamakers en uitgevers om mij te betalen voor mijn schrijven? Nee, ik moet deze deadline gewoon halen. O jee, nog een bekentenis: ik schrijf voor het geld.

En om de gevoelens! Daar moet ik ook iets over vertellen. Over toen ik eens in Brussel, in een overvolle bus 59 naar Gare du Nord, plots begon te huilen. Zo’n moment dat de eenzaamheid van schrijven ondraaglijk werd. Die afstand tussen mijn beschrijvende, verhalende brein en het leven dat me draagt. Die afstand tussen mijn beschouwende brein en de mensen die ik getuig. Ik schrijf om de kloof te dichten, om dichtbij genoeg te komen dat ik weer aangeraakt kan worden.

En ik ben bang dat de woorden ineens niet meer zullen vloeien. Dat de puzzelstukjes zullen stoppen met wemelen en tuimelen. Dat ik eerlang uitgedacht en uitgeschreven zal zijn. Soms lieg ik me voor dat ik niet mooi wil schrijven, dat ik niet mooi hoef te schrijven. Waarom zou ik ook, mijn perspectief is ook niet mooi.

Ik zou het eigenlijk vooral moeten hebben over wat schrijven met me doet. Dat ik me eigenlijk te veel ontkleed op het papier; dat ik naakt, lullig en kwetsbaar achterblijf. Ik weet nog niet zo goed hoe te schrijven zonder aderlating. Overigens, mijn raciale en gendertrauma’s op het witte scherm laten bloeden is lucratief. Gretig worden mijn opiniestukken over mijn onderdrukking en de pijn daarvan gelezen en gedeeld. De belofte luidt als volgt: „Als je je trauma’s en onderdrukking tot een toegankelijke ervaring transformeert, zul je je menselijkheid hebben bewezen en solidariteit waardig zijn.” Het is een valse belofte. Ik weiger mijn menselijkheid te bewijzen. Het is aan de profiteurs van mijn onderdrukking om hun menselijkheid in het aanzicht van onrecht te bewijzen.

Een dag voor de deadline, stuur ik een witte vriendin een voice note op WhatsApp: „Ik ben nog steeds niet begonnen met het stuk voor de NRC. Weet je, ik ben eigenlijk nog te jong als schrijfster om te schrijven over schrijven. Mijn literaire stem is nog onvolgroeid. Als puber heb ik nooit de baard in de keel gehad. Als schrijfster kennelijk wel. Ik wil je over een gedachte vertellen die ik net had: ‘Ik schrijf om zacht te zijn en te blijven’.”

Ik ga deze gedachte onberoerd en ononderzocht laten, vrij om te resoneren in mij, om te wortelen. Zachte dingen verdragen ontleding niet. Zachte dingen koesteren betekent soms dat je ze slechts mag getuigen. En getuigen, daar ben ik wel goed in.

Olave Nduwanje is een van de 101-talentenlijst die spreekt tijdens de NRC Nacht van het Talent op 10 maart in Paradiso. Inl. paradiso.nl

Meer weten over Olave Nduwanje: dipsaus.org