Voor meer geld wil de boer best ‘groener’ worden

Landbouw Geld voor boeren die nu al wat doen aan natuur en milieu levert meer op dan investeren in achterblijvers, stelt het PBL in een studie.

Sommige boeren hebben langs hun akkers stroken met bloeiende planten waar insecten op af komen, wat goed is voor de biodiversiteit.
Sommige boeren hebben langs hun akkers stroken met bloeiende planten waar insecten op af komen, wat goed is voor de biodiversiteit. Foto Michiel Wijnbergh

Een aanzienlijk deel van de boeren is bereid (nog) meer rekening te houden met natuur en milieu op hun bedrijf, mits daar een financiële beloning tegenover staat. Boeren die nu al extra moeite doen voor bijvoorbeeld het verbeteren van biodiversiteit, zijn makkelijker over te halen om meer stappen te nemen. Dat concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving naar aanleiding van een enquête onder 950 leden van boerenorganisatie LTO.

Ruim de helft (58 procent) van de boeren die deelnam aan het onderzoek neemt al (wat) extra maatregelen voor natuur of milieu. Zo hebben zij langs hun akkers stroken met bloeiende planten waar insecten op af komen, maaien ze grasland later, zodat weidevogelkuikens kunnen schuilen, of laten ze koeien vaker in de wei lopen, wat de uitstoot van ammoniak (een stikstofverbinding) vermindert.

De groep boeren die zegt niets tot weinig aan zogeheten natuurinclusieve landbouw te doen, is volgens het PBL moeilijk in beweging te krijgen. Om hun milieu- en natuurvriendelijker te laten werken zijn „relatief grote financiële prikkels” nodig. Daarom adviseert het PBL de overheid om aandacht en geld te richten op welwillende boeren en niet op de achterblijvers. Zo „wordt meer bereikt met beperkte budgetten”.

Omschakeling naar landbouw waarin milieu en natuur centraal staan vraagt soms om investeringen in bijvoorbeeld stallen. Daarnaast is natuurinclusieve landbouw vaak minder intensief, waardoor opbrengsten lager zijn en een ander verdienmodel nodig is.

Verduurzaming van de Nederlandse agrarische sector is een wens van landbouwminister Carola Schouten (ChristenUnie). In 2018 pleitte ze voor ‘kringlooplandbouw’ – stoffen die door de landbouw uit een gebied verdwijnen ook weer terugbrengen – als oplossing voor allerhande problemen zoals klimaatverandering en uitputting van de bodem. Daar kwam vorig jaar de stikstofcrisis bij.

Lees ook dit verhaal over de stoppersregeling voor varkensboeren: Vast staat dat een groot aantal varkens verdwijnt

Voor een echte verandering van het Nederlandse landbouwsysteem moet beloning voor de boer van verschillende kanten komen, stelt het planbureau. Zoals een combinatie van Brusselse ‘groene’ landbouwsubsidies, rentekortingen van banken en „wellicht ook” een meerprijs die wordt betaald door supermarkten en – uiteindelijk – de consument.

Dat laatste is niet voor niets voorzichtig geformuleerd: ongeveer 70 procent van de agrarische producten is voor het buitenland bestemd, waar vaak weinig animo is om meer te betalen voor dier- of natuurvriendelijker voedsel.

Een andere factor die volgens het PBL ook van belang is bij de omschakeling van duurzamere landbouw: zekerheid. Boeren moeten ervan op aan kunnen dat ze betaald worden voor hun „diensten” aan de maatschappij, niet alleen deze kabinetsperiode, maar op de lange termijn.