Necrologie

Voor Egyptenaren was Mubarak al lang dood

Hosni Mubarak (1928-2020) De oud-president van Egypte gold decennia als een bondgenoot van het Westen, al onderdrukte hij zijn volk en had dit nooit voor hem gekozen.

Hosni Mubarak met de Syrische president Bashar al-Assad in 2002. AFP
Hosni Mubarak met de Syrische president Bashar al-Assad in 2002. AFP

Krijgt hij ook een staatsbegrafenis? Hosni Mubarak, wiens overlijden op 91-jarige leeftijd vandaag werd bekendgemaakt, werd na zijn val in 2011 tijdens de mislukte Arabische Lente, berecht en aanvankelijk tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld. Maar hij werd in 2017 vrijgesproken en weer in genade aangenomen door de mede-officieren die hem als president wegstuurden en daarna, in 2013, zijn democratisch gekozen opvolger Mohamed Morsi ten val brachten. Morsi stierf in 2019 in de rechtszaal; Mubarak stierf in vrijheid. Veel van de activisten die destijds in opstand kwamen tegen zijn 30-jarige bewind, verkommeren nu zelf in de cel.

Niemand heeft ooit een positieve keuze gemaakt voor Mubarak als president. Toenmalig president Anwar Sadat selecteerde luchtmaarschalk Mubarak in 1975 niet als vicepresident wegens zijn leiderschapskwaliteiten of zijn charisma, maar juist om het ontbreken daarvan. Zijn vicepresident moest een man zonder eigenschappen zijn, zodat hij geen bedreiging kon worden. Om dezelfde veiligheidsreden had Mubarak tot een paar weken voor zijn val in februari 2011 helemaal geen vicepresident. De huidige president van Egypte, veldmaarschalk Sisi, heeft evenmin een tweede man.

Militaire parade

Toen Sadat in 1981 tijdens een militaire parade door moslimextremisten werd doodgeschoten uit wraak voor zijn sluiten van vrede met Israël, volgde Mubarak hem automatisch op. Zijn presidentschap werd de daaropvolgende dertig jaar even automatisch verlengd. Niemand koos hem omdat hij geschikter was dan een ander. Elke zes jaar werd het volk voor de vorm gevraagd ja te zeggen tegen een nieuwe ambtstermijn.

Onder Amerikaanse druk hield hij in 2005 presidentsverkiezingen, die in feite neerkwamen op een nieuw dictaat van het ja. De kansloze tegenkandidaat, Ayman Nour, kreeg bijna 8 procent van de stemmen, tegen Mubaraks 88 procent, en werd enkele maanden later als straf tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld op beschuldiging van vervalsing van documenten. Terwijl het juist Mubaraks apparaat was dat de verkiezingen keer op keer vervalste.

Mubaraks voorgangers Abdel Gamel Nasser (1952-1970) en Sadat (1970-1981) zetten een persoonlijk stempel op hun bewind, hoewel beiden uiteindelijk faalden. De charismatische socialist Nasser was in het begin van zijn bewind tot ver buiten Egypte een held bij de gewone man met zijn strijd tegen het kolonialisme en de bezetting van Arabisch land. Sadat getuigde van visie met zijn vredesakkoord met Israël. Maar waarop kon Mubarak aan het roemloze einde van zijn bewind terugkijken? Zijn bevolking haatte hem, voor hen wás hij al lang dood. En het onder zijn bewind versteende Egypte was zijn plaats als onbetwiste leider van de Arabische wereld kwijt.

Betrouwbare bondgenoot

De Verenigde Staten zouden Mubarak wél met dankbaarheid kunnen gedenken. Hij was immers het grootste deel van zijn ambtsperiode een zeer betrouwbare bondgenoot die Sadats vrede met Israël handhaafde. Dit bleef een koude vrede, maar de relaties kwamen nooit in gevaar, ook niet tijdens de Israëlische oorlogen in Libanon en de Gazastrook, die bij de Egyptische bevolking zeer impopulair waren.

Hosni Mubarak met Bill Clinton en Yasser Arafat in 1999. Rabih Moghrabi/AFP

In ruil voor jaarlijks 1,5 miljard dollar voor de Egyptische strijdkrachten sinds 1979 was Mubaraks Egypte de hoeksteen van het Amerikaanse Midden-Oostenbeleid. Egypte was ook een cruciale partner in de Golfoorlog tegen de Iraakse bezetting van Koeweit in 1991, omdat zijn deelneming andere Arabische landen over de brug hielp. Er was alweer een financiële tegenprestatie: volgens The Economist scholden de VS en hun vrienden na de oorlog Egypte 14 miljard dollar aan schulden kwijt.

Met behulp van de noodtoestand hield Mubarak zijn bevolking eronder. De fundamentalistische oppositie, de Moslimbroederschap, ging gevangenis in, gevangenis uit. Folterpraktijken werden routine, oneerlijke processen de norm. Corruptie ondermijnde de maatschappij. Terwijl de grote massa van de Egyptenaren verarmde, profiteerde een klein deel van de liberalisering van de economie die hij in zijn laatste jaren doorvoerde. Hij smoorde kritiek op zijn repressie van zijn westerse bondgenoten door te wijzen op een vermeend fundamentalistisch gevaar.

Er wordt wel gespeculeerd dat de dood van zijn 12-jarige kleinzoon Mohammed, zoon van zijn zoon Alaa, in 2009 Mubarak zo schokte dat zijn hart niet meer bij zijn bewind lag. Dat zou dan het begin van zijn aftakeling zijn geweest. Maar het kunnen ook zijn duidelijke gezondheidsproblemen zijn geweest, of gewoon de oude dag.

Nouveau riche-vriendjes

In elk geval reageerde hij niet op signalen dat de legertop die altijd zijn machtsbasis was geweest, grote moeite had met de opkomst van zijn zoon Gamal als potentiële opvolger. Sinds Egypte in 1952 een republiek werd, had het altijd een militair als leider gehad. Ging nu een bankier met nouveau riche-vriendjes het leger de wet voorschrijven? De enorme belangen van de strijdkrachten in de Egyptische economie maakten dit tot een zeer serieuze kwestie.

Mubarak ontkende mechanisch dat hij Gamal als zijn opvolger had aangewezen. Maar diens opkomst in de regeringspartij wees in een andere richting. Voor het leger was het onder deze omstandigheden geen moeilijk besluit zich van Mubarak te ontdoen, toen de opstand in februari 2011 uit de hand liep.

Lees ook deze column van Carolien Roelants over repressie in Egypte