Recensie

Recensie Film

‘The Lighthouse’: verstikkende claustrofobie en toenemende gekte (●●●●)

Horror Twee mannen in een vuurtoren op een afgelegen eilandje, dat moet wel misgaan. In ‘The Lighthouse’ wordt de sfeer allengs onheilspellender.

Vuurtorenwachter Thomas Wake (Willem Dafoe, boven) en zijn hulp Ephraim Winslow (Robert Pattinson) moeten het met elkaar zien uit te houden in een vuurtoren op een afgelegen eiland, in ‘The Lighthouse’.
Vuurtorenwachter Thomas Wake (Willem Dafoe, boven) en zijn hulp Ephraim Winslow (Robert Pattinson) moeten het met elkaar zien uit te houden in een vuurtoren op een afgelegen eiland, in ‘The Lighthouse’. Foto A24 Films/Eric Chakeen

De zwart-witbeelden van The Lighthouse zien er werkelijk schitterend uit. Cameraman Jarin Blaschke draaide de tweede film van Robert Eggers op in onbruik geraakt 35mm-filmmateriaal en gebruikt oude lenzen uit de jaren dertig om de toeschouwer ruim een eeuw terug te voeren. Ook de bijna vierkante kadrering valt op, een beeldformaat dat kortstondig gebruikt werd toen de filmindustrie overstapte naar de geluidsfilm.

Die krappe kadrering past uitstekend bij het verhaal over twee mannen die eind negentiende eeuw een maand lang een vuurtoren onder hun hoede hebben op een afgelegen eilandje. De gekmakende, verstikkende claustrofobie wordt bekrachtigd door het vrijwel vierkante beeldformaat (van 1.19:1).

De ruimtes zijn zo krap, dat Ephraim Winslow (Robert Pattinson) zijn hoofd stoot als hij zijn spullen naar het slaapvertrek brengt. Ephraim is het jongere hulpje van Thomas Wake (Willem Dafoe), een oude zeeman met woeste baard. Hun meester-knechtverhouding is strikt hiërarchisch: Winslow doet al het zware handwerk, de autoritaire Wake is de vuurtorenwachter die zich bezighoudt met het licht.

Winslow staat ook letterlijk onder Wake, het is hem verboden de ruimte met de ronddraaiende lichtbundels te betreden. Dit tot grote frustratie van Winslow, die zich ook doodergert aan de scheten die Wake constant laat en zijn bijgeloof over zeemeeuwen. Wake gelooft dat zij de zielen van dode zeelui dragen.

Lees ook een profiel van Robert Pattinson

Niet alleen de zwart-witbeelden evoceren een oude wereld, ook het archaïsche taalgebruik doet dat. Regisseur Robert Eggers en zijn broer Max, coscenarist, baseren hun dialogen op oude literaire bronnen, zoals Sarah Orne Jewett en Herman Melville. Naast beeld en dialoog voegen een omineus geluidsontwerp en schurende muziek nog een derde laag toe. Dissonante klanken, misthoorns en het gekrijs van zeemeeuwen zorgen ervoor dat de sfeer allengs onheilspellender wordt.

Vooral Winslows geestelijke gesteldheid wordt steeds fragieler. Zo heeft hij erotische visioenen van een zeemeermin, ziet hij Wake soms als zeegod Neptunus en lijdt hij aan een schuldgevoel over iets wat in zijn vorig leven als houthakker plaatsvond. Hun toenemend drankgebruik destabiliseert de op elkaar aangewezen Wake en Winslow nog meer. Het ene moment ruziën ze, het andere moment dansen ze dronken met elkaar. Dat levert een fraaie, broeierige homo-erotische scène op.

Net als Eggers’ debuut The Witch speelt The Lighthouse zich af in het verleden. Je kunt hem karakteriseren als horrorfilm, maar dan wel eentje waarbij de horror vooral psychologisch en niet eenduidig is. Dat de film uiteindelijk visueel verbluffender is dan de inhoud doet weinig af aan de vele kwaliteiten van The Lighthouse.