Profiel

Robert Pattinson: levenslustige masochist

Profiel | Robert Pattinson De Britse acteur speelt graag rollen waarin hij het zwaar te verduren krijgt. In horrorfilm ‘The Lighthouse’ bereikt die voorliefde een hoogtepunt.

Willem Dafoe en Robert Pattinson in ‘The Lighthouse’.
Willem Dafoe en Robert Pattinson in ‘The Lighthouse’.

Wie zegt dat je niet van twee walletjes kunt eten? Filmster Robert Pattinson is het levende bewijs van het tegendeel. De 33-jarige Britse acteur was in de eerste helft van zijn nog altijd tamelijk prille carrière de ster van de succesvolle filmreeks Twilight. Daarin speelde hij de eeuwig 17-jarige vampier Edward, die in een verboden liefdesrelatie belandt met de eveneens 17-jarige scholiere Bella. De reeks maakte van Pattinson en zijn tegenspeelster Kristen Stewart tieneridolen.

Maar gelijktijdig met de vijfde en laatste Twilight-film maakte Pattinson in 2012 een soort tweede debuut met zijn hoofdrol in David Cronenbergs Cosmopolis, naar een roman van Don DeLillo. Pattinson speelde een jonge, decadente flitskapitalist die een dag en een nacht in zijn limousine doorbrengt in New York. Vanaf dat moment begon zijn herstart als acteur in films met stevige artistieke ambities van zowel opkomende als gevestigde film-auteurs.

Pattinson heeft sindsdien een abonnement op films die zelden een groot publiek bereiken, maar die vrijwel altijd doordringen tot de grote filmfestivals – van Werner Herzogs Queen of the Desert tot The Lost City of Z van James Gray. Cosmopolis was voor hem de perfecte film om die transitie te kunnen maken. In de film van Cronenberg is hij nog steeds de beau garçon met een ietwat sinistere uitstraling, maar dan wel in een film met lange, complexe dialogen en nauwelijks actiescènes.

Opmerkelijk genoeg leidde Pattinsons ongebruikelijke traject er vervolgens niet toe dat hij voor de filmindustrie in Hollywood commercieel niet meer aantrekkelijk is. Volgend jaar zal hij namelijk te zien zijn als opvolger van Ben Affleck als nieuwe Batman in een nieuwe variant van die eindeloze filmreeks: The Batman, geregisseerd door Matt Reeves.

Pattinson had de mazzel dat zijn casting voor de rol samenviel met de draaiperiode van Tenet; de nieuwe thriller van Christopher Nolan, die in juni uitkomt en die zoals altijd bij Nolan met veel geheimzinnigheid is omgeven. Zo had Pattinson de kans om de regisseur van The Dark Knight-trilogie het hemd van het lijf te vragen over zijn nieuwe klus.

De keuze voor Pattinson als Batman viel niet bij iedereen meteen in goede aarde. Online brak een flink debat uit of hij wel ‘macho’ genoeg is voor Batman. Pattinsons vagelijk androgyne schoonheid drijft al sinds zijn tijd als vampier Edward sommige krochten van het internet tot woede. Tot zijn twaalfde verkleedden zijn oudere zussen hem graag als meisje, vertelde Pattinson. „Ze stelden me altijd voor als Claudia!” Hij verdiende als kind zijn eerste geld als fotomodel, onder meer als ‘hand-model’ voor ringen voor vrouwen. Pattinsons moeder werkte als boekingsagent bij een modellenbureau; zijn vader is importeur van vintage-sportauto’s. Pattinson droomde in interviews van een rol als ballerina, hoewel hij niet kan dansen. „Ik denk dat er een ballerina in mij schuilt.”

Prinses Pattinson

Een rol als ‘prinses’ heeft hij inmiddels binnen weten te slepen. Pattinson speelt zijn rol als de troonopvolger van Frankijk in de Shakespeare-bewerking The King – te zien op Netflix – met zware make-up, lang, vet haar en handen vol ringen. Die film neemt zichzelf veel te serieus, maar dat geldt gelukkig niet voor Pattinson, die zijn ‘prinses’ ook nog een vet aangezet Frans accent meegeeft. Hoewel zijn rol niet veel meer dan vijf minuten in beslag neemt, is zijn personage inmiddels evenveel besproken als de hoofdrol van Timothée Chalamet als de Britse koning Henry V.

Met zijn uiterlijk en door zijn keurige afkomst lijkt Pattinson geknipt voor rollen als Britse royalty. Maar daar heeft hij geen zin in. „Ik wilde acteur worden vanwege Al Pacino; niet omdat ik zo graag in een kostuumdrama wilde spelen.” Pattinson houdt de Britse aardappel in zijn keel in zijn rollen uitstekend verborgen, hij heeft een gave voor overtuigende accenten.

Als acteur is hij een autodidact – wellicht dat hij zich daarom graag opstelt als een underdog die weinig tot niks van acteren weet, eigenlijk niet zoveel kan en grotendeels vaart op intuïtie. Het enige boek dat hij ooit las over acteren is How to Stop Acting van Harold Guskin – een methode die een intuïtieve, niet te rationalistische benadering van rollen propageert. Zijn filmsmaak ontwikkelde hij door de klassieke films te gaan kijken die filmcriticus Derek Malcolm bespreekt in zijn boek A Century of Film.

Nogal verfrissend is dat Pattinson in tegenstelling tot veel collega-acteurs geen behoefte voelt om zijn politieke denkbeelden aan de wereld op te dringen. „Iedere acteur moet tegenwoordig een activist zijn of zo, maar ik ben acteur geworden om interessante films te maken – dat is het enige wat me iets kan schelen.”

Acteren is voor Pattinson een manier om de meer perverse kanten van zijn fantasie te kunnen uitleven. „Ik heb altijd gedacht dat de enige reden om altijd een braverik te willen spelen moet zijn dat iemand zich vreselijk schaamt voor wat hij in zijn persoonlijke leven uitspookt. Als je een tamelijk normaal leven leidt is het juist veel plezieriger om de min of meer groteske kanten van je psyche uit te leven in films.”

Lees hier de recensie van ‘The Lighthouse’

Bij Pattinson uit zich dat in een aanstekelijke hang naar masochisme en een minimale behoefte aan glamour. In het Australische The Rover speelt hij een zwakbegaafde, nagenoeg kaalgeschoren crimineel die in zijn allereerste scène zwaargewond en halfdood naast een weg ligt. In High Life, de niet erg geslaagde sciencefictionfilm van Claire Denis, speelt hij een astronaut die tijdens een ruimtereis in zijn slaap wordt verkracht door een diabolische wetenschapper (Juliette Binoche). In Good Time van Benny en Josh Safdie stort hij zich als een manische ex-bajesklant in de ene mislukking na de andere, in een film die speciaal voor Pattinson door de Safdies is geschreven.

Pattinsons speelse hang naar masochisme bereikt nu een voorlopig hoogtepunt met zijn rol als Ephraim Winslow in The Lighthouse. Hij is het hulpje van de bazige vuurtorenwachter Thomas Wake, gespeeld door Willem Dafoe, in een bizarre (en iets te uitsloverige) horrorfilm van regisseur Robert Eggers. The Lighthouse is opnieuw een film die net als Good Time speciaal voor Pattinson is ontwikkeld.

Als de ondergeschikte komt Pattinson in The Lighthouse terecht in een steeds verder escalerende, hoogst gestileerde spiraal van verbale en fysieke mishandeling, totdat bij hem alle stoppen doorslaan en Ephraim zijn greep op de werkelijkheid verliest. Zulke rollen speelt Robert Pattinson het liefst. Hoe vreemder, hoe beter.