RET schuldig aan val in bus

Economie en recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal: privaat recht.

Foto Nils van Houts

Een passagier neemt op maandagochtend buslijn 170 in Zoetermeer. De man, een veertiger, is slecht ter been en maakt met zijn eindbestemming in zicht aanstalten uit te stappen. Hij valt, bezeert zijn heup en haalt zijn hand open. „Doordat de chauffeur zo hard remde, werd ik door de bus geslingerd”, meldt de passagier. Hij stelt vervoermaatschappij RET aansprakelijk, maar die ontkent schuld en wijt de val aan onvoorzichtigheid van de reiziger.

De man stapt naar de rechter. Hij zegt dat de chauffeur met de halte in zicht plotseling krachtig remde zonder noodzaak: men reed op de busbaan. De rechtbank Rotterdam buigt zich over de zaak en bekijkt de verklaring van de chauffeur, die van de passagier en het meldkamerbericht.

Uit het Burgerlijk Wetboek volgt dat vervoerders aansprakelijk zijn voor fysieke schade die reizigers oplopen door ongevallen. De RET verweert zich door te stellen dat de chauffeur „gewoon en niet abrupt en hard heeft geremd”. De val van de passagier was dus niet te voorkomen. Volgens de rechter heeft de RET niet bewezen dat de remwijze onvermijdelijk was en staat vast dat de passagier viel als gevolg van het remmen. Dat maakt de RET aansprakelijk. Omdat de reiziger had kunnen blijven zitten tot de halte, draagt ook hij enige schuld. De RET moet 80 procent van de (niet nader gekwantificeerde) schade vergoeden.

Uitspraak: ECLI:NL:RBROT:2020:1490