Geen merkbescherming voor fitness met zandzakken

Economie en recht Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Ditmaal: privaatrecht.

In Californië wordt niet op prijs gesteld dat de Nederlandse koepel van ‘exclusieve sportcentra’ VES gebruik maakt van hún fitnessuitvinding CrossFit. Dat trainingsprogramma combineert gewichtheffen, atletiek en gymnastiek. Sporters gebruiken geen apparaten, maar attributen zoals autobanden, kettlebells en zandzakken. Wereldwijd betalen zo’n 13.000 sportscholen een licentievergoeding aan het Amerikaanse CrossFit Inc. om het trainingsprogramma te mogen aanbieden. In Nederland gaat het om zo’n 140 sportscholen.

De sportcentra die onder VES vallen, behoren daar niet toe. Veertien daarvan bieden hun sporters namelijk The Cross Box aan: een „super intensieve trainingsvorm, die gewichtheffen, atletiek en gymnastiek combineert”.

CrossFit Inc. accepteert dat niet en stapt naar de Nederlandse rechter om het merk The Cross Box nietig te laten verklaren. Omdat het om vrijwel identieke diensten gaat, kan bij het publiek verwarring ontstaan, betogen de advocaten van de Amerikanen. Zij wijzen op de gelijkenissen en benadrukken dat CrossFit in 2006 als merk werd ingeschreven in de Europese Unie, The Cross Box twaalf jaar later.

De rechtbank Den Haag is desondanks kritisch. De advocaten van CrossFit hebben de bekendheid van het trainingsprogramma onderbouwd met Amerikaanse voorbeelden en „nagelaten” de bekendheid in Europa te bewijzen. Geholpen door voorbeelden die VES aandraagt, stelt de rechtbank dat de woorden ‘cross’ en ‘fit’ „een tamelijk generiek” karakter hebben. Het onderscheidend vermogen van het merk CrossFit is volgens de rechter beperkt. Het gevaar voor verwarring ziet de rechter „onvoldoende”. De sportscholen van VES mogen The Cross Box blijven aanbieden.

Uitspraak: ECLI:NL:RBDHA:2020:1395