Opinie

Een datacodicil voor iedereen

Marc Hijink

Zolang er nog geen Europese Google of Facebook is, blijft het bekendste digitale exportproduct van de EU ‘onze’ Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Deze gouden standaard van de privacyregels maakte in 2018 een einde aan het straffeloos verhandelen van data en beschermt de persoonlijke gegevens van 445 miljoen Europeanen.

Aan de uitvoering van de AVG schort nog wel iets. Er mag geen eindmusical op de basisschool gefilmd zonder dat alle ouders toestemming hebben gegeven. Diezelfde ouders geven daarentegen moeiteloos hun digitale leven, en dat van de kinderen, in handen van bedrijven als Google of Facebook.

Door de strenge privacywet is het in Europa lastig om data te ontginnen voor onderzoek. Tegelijk groeit de voorsprong van techbedrijven die veel gegevens verzamelen achter één login. Omdat Europa geen grote consumentendiensten voortbracht als Google, Facebook, Amazon, Apple of WeChat, is er minder eigen data voorhanden om algoritmes te trainen.

Naarmate de techsector uitdijt – naar medische zorg, betalingsverkeer, beveiliging, transport, industrie en huishoudens – slinkt de kans om zaken op zijn Europees te regelen. Terwijl de behoefte groeit aan kunstmatige intelligentie volgens Europese normen, zonder telkens te moeten vertrouwen op de Amerikaanse of Chinese maatstaven.

De Europese Unie wil gebruikers de regie over hun eigen data teruggeven

In een nieuwe digitale strategie, die afgelopen week werd gepresenteerd, probeert de EU greep op de datastroom te krijgen, onder meer door hergebruik te regelen.

Een data framework, heet zoiets. Je zou het een datacodicil kunnen noemen, een manier om alle Europeanen te laten bepalen aan wie ze – tijdens hun leven – gegevens beschikbaar stellen, voor wetenschappelijk, maatschappelijk of commercieel gebruik. Techbedrijven, ook de allergrootste, zullen aan zo’n Europees datacodicil mee moeten werken. Dat maakt het in theorie net zo ingrijpend als de AVG.

We zijn gewend om online de weg van de minste weerstand te kiezen: één OK-knop regelt het allemaal. Wie geen dataslaaf wil zijn en meer controle eist over zijn gegevens, moet zich door telkens veranderende privacyvoorwaarden banen.

De EU wil de regie teruggeven aan de gebruiker, zonder al te veel administratieve rompslomp of cookiegedoe. Hoe dat er in praktijk uit gaat zien is nog niet duidelijk. Er is vast een app voor nodig. En, zoals bij Digi.me, zou je je voorkeuren bij een ‘datatrust’ in beheer kunnen geven die de juiste beslissingen neemt voor jouw gegevens. Idealiter zou je de mogelijkheid moeten hebben om je data te volgen en eventueel te herroepen. Het ruikt al een beetje naar blockchain.

Europa hoopt de mens centraal te stellen in een wereld die wordt gedomineerd door dataconglomeraten. Dat maakt een datacodicil zo’n ambitieus plan. Onmogelijk zelfs, wellicht.

Toch kunnen we hoop putten uit de manier waarop de EU er bijvoorbeeld in slaagde om roamingtarieven af te schaffen – de excessieve prijzen voor bellen en datagebruik in het buitenland. Het vergde jaren van steeds venijniger regels om de tegensputterende telecomsector zover te krijgen, maar het lukte: het uitbuiten van consumenten stopte.

Marc Hijink schrijft over technologie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.