Opinie

De veroordeling van Weinstein is een keerpunt

#MeToo

Commentaar

Harvey Weinstein werd maandag door een twaalfkoppige jury schuldig bevonden aan verkrachting en aanranding. De rechter, die op 11 maart een uitspraak doet, zal hem daarvoor tot minimaal vijf jaar cel veroordelen. Het oordeel is een sleutelmoment in #metoo, de beweging die tweeënhalfjaar geleden in gang werd gezet toen The New York Times en The New Yorker de eerste artikelen over Weinsteins wangedrag publiceerden. Het laat zien dat slachtoffers van seksuele intimidatie wel degelijk gehoord en in het gelijk gesteld kunnen worden.

Het oordeel is ook een overwinning voor de rechtspraak. Sinds de jaren negentig betaalde Weinstein zijn slachtoffers grote sommen om te zwijgen. In 2015 seponeerde het OM in New York een aanklacht omdat het het bewijs ongeloofwaardig vond. Journalisten werden in opdracht van Weinstein geïntimideerd en geschaduwd om hun onderzoek naar de filmmogul te staken. Een koor van stemmen ‘#metoo’ bleek nodig om Weinstein voor de rechter te krijgen. Na de eerste aantijgingen beschuldigden ruim negentig vrouwen Weinstein van ongewenste intimiteiten, variërend van ongepaste aanraking tot verkrachting. Zes van die getuigen werden de afgelopen weken gehoord; in vier gevallen waren de zaken verjaard.

Lees ook over de eerste film over de gevallen filmproducer: Assistent zijn van Weinstein is een giftig, eenzaam bestaan

De conclusie van de jury betekent ook een streep door het oudbakken argument van de verdediging. Die bleef benadrukken dat de vrouwen vriendschappelijke banden met Weinstein onderhielden, ook na Weinsteins intimidaties, en dat daardoor de animositeit maar betrekkelijk kon zijn. Maar seksueel geweld vindt niet alleen plaats in donkere steegjes, en verkrachting gebeurt niet noodzakelijk met het mes op de keel – iets wat veel vrouwen allang weten, maar maatschappelijk en juridisch tot dusver onderbelicht was. In Nederland kondigde minister Grapperhaus (Veiligheid en Justitie, CDA) vorig voorjaar een wetswijziging aan waarmee niet alleen seks onder dwang, maar ook tegen iemands wil strafbaar wordt, waarmee #metoo ook zijn weerslag in de wet krijgt.

Tegelijkertijd is de kracht van #metoo ook de ambiguïteit die het aan de orde stelt. Weinstein mag nu veroordeeld zijn, in veel gevallen zal seksueel wangedrag niet strafrechtelijk te vervolgen zijn. Het bewijs is vaak te schamel; het blijft het woord van de een tegen dat van de ander. Dat maakt van #metoo niet zozeer een beweging waarin iedereen vrijelijk kan worden beschuldigd, maar waarin seksuele intimidatie ook buiten het oog van de wet om moet kunnen worden aangekaart en besproken.

Actrice en activiste Rose McGowan, een van de eersten die Harvey Weinstein beschuldigde, omschreef Hollywood als ‘een speeltuin voor witte mannen’. In die speeltuin maakte niet alleen Weinstein zich schuldig, maar zijn assistenten die de vrouwen naar zijn hotelkamer stuurden en iedereen die jarenlang zijn mond hield, evengoed. Weinstein kon zijn gang gaan omdat hij onaantastbaar was in de filmwereld, en omdat hij groot werd in de libertijnse jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw waarin alles moest kunnen. Het is dezelfde cultuur waarin Donald Trump zijn kleedkamerpraat ventileerde, en Jeffrey Epstein tientallen jonge meisjes exploiteerde. De prooi van deze miljonairs waren diegenen met minder macht, minder geld, en minder stem.

De veroordeling van Weinstein is een ondubbelzinnige afwijzing van die cultuur. Weinstein zal de boeken ingaan als een delinquent, maar zijn zaak zou een keerpunt moeten betekenen in de systematische vernedering en intimidatie van vrouwen. In Hollywood, maar ook op straat, op kantoor, en elders.