Reportage

‘Zo’n grote flat heb je niet in Aleppo’

NRC portretteert mensen die wonen of werken in de L-flat in Zeist. Vandaag: het gezin van Naeim Rabbat, dat de oorlog in Syrië ontvluchtte. Tekst
Foto Daniel Niessen

Lees de online versie van dit artikel op nrc.nl/flat

Na zijn werkdag was kok Naeim Rabbat net de galerij van de flat opgelopen toen hij merkte dat er iets mis was bij de buren van twee deuren verder. De voordeur van de Russische buurvrouw Nadia stond open, glas uit haar deurraampje lag op de grond. Nadia’s dochter van zeventien had het er per ongeluk uitgestoten. Haar duim bloedde erg, pleisters hielpen niet genoeg. „Kan ik helpen?”, vroeg Naeim Rabbat, en vlak erna zat hij alweer achter het stuur van zijn auto, met naast zich zijn bloedende buurmeisje.

En wie bent u?, vroegen de dokters in Utrecht. „Haar buurman”, antwoordde Rabbat.

Het bilaterale contact tussen Syrië en Rusland draait doorgaans om bommen en oorlog, maar op één hoog in de L-flat draait het sinds die avond om gezelligheid en thee.

Naeim Rabbat, uit 1968, was kok in een lunchroom in Aleppo. Hij woonde er met zijn vrouw Rowaida en hun dochters Naya en Nancy. Na ruim vier jaar oorlog besloot Rabbat te vluchten op zoek naar een veiliger plek om zijn gezin naar toe te laten komen. Via Libanon en Turkije waagde hij de overtocht naar de Griekse kust in een opblaasboot met 45 anderen, onder wie twee kinderen onder de twee. Via Macedonië en Oostenrijk, per auto, per trein en te voet, bereikte hij Nederland.

En na Ter Apel, en na nachten op een matje in een sporthal in Laren en nachten op een matje in een sporthal in Kortenhoef belandde Rabbat in de asielopvang in Crailo, het Gooi. Daar kookte Rabbat, alias Abu George, in de grote gaarkeuken voor de andere asielzoekers –honderd Syriërs, een tiental Eritreërs en een enkele Afghaan.

Een asielprocedure in Doetinchem volgde, en na een verblijf als statushouder in een azc in Musselkanaal keerde hij kort terug naar Crailo. En toen kreeg hij een huis toegewezen in het centrum van Zeist. Dat werd te krap toen hij in 2017 werd herenigd met zijn vrouw en dochters.

Zo kwamen Naeim Rabbat, Rowaida, Naya en Nancy te wonen op één hoog van de L-flat.

„Zo’n grote flat heb je niet in Aleppo of Damascus”, zegt Rabbat. Het praten gaat via Naya (15) en Nancy (13), die in Utrecht op een internationale schakelklas zitten. Naeim Rabbat verstaat Nederlands, maar met spreken heeft hij moeite. De flat is zo groot, zegt hij, dat het lijkt of hij naar voren kiepert als je met je hoofd in je nek opkijkt naar de top. Hij is bang dat de flat instort, vertelt hij. In Aleppo zag hij gebouwen instorten. De oorlog zit nog in hem. „Oooh much”, zegt hij op de vraag of hij veel nachtmerries heeft gehad.

Alle L-flatbewoners schrikken van de harde klappen van neersuizende objecten op het plastic afdak van hun balkon, maar de schrikreactie bij Naeim Rabbat en zijn vrouw en dochters gaat net iets dieper. „Elke dag!”, antwoorden de dochters, gevraagd naar de frequentie van vallend spul. Flesjes raken hun afdak, stukken brood. Een kinderfietsje stortte neer pal voor hun balkon. Rowaida vlucht soms de slaapkamer in, aan de rustiger voorkant van de flat.

Het liefst zou Naeim Rabbat uit de flat vertrekken. Vanwege het neerkomend afval, maar ook omdat hij dichter bij zijn Syrische vrienden uit de Crailo-tijd zou willen wonen – in Hilversum of Bussum. Hij bekijkt soms een woningruilpagina op Facebook, maar ziet zelden huizen die ook maar in de buurt van de Randstad liggen.

Dus maken de Rabbats het naar hun zin in de L-flat. In hun huiskamer staat een grijze hoekbank die zitplaats biedt aan tien. Naya en Nancy voelen zich thuis in Zeist, ze hebben er vrienden gemaakt via school. Rowaida heeft de kans benut die de flat biedt: het volgen van Nederlandse les in het inloophuis, een ruimte naast portiek zeven. Rabbats eigen samenvatting van zijn burencontact in de flat is bondig. „Very nice.”

Onprettige buren zijn zij zelf evenmin. Hun gastrvijheid kondigt zich vóór hun voordeur al aan, op een van de weinige deurmatten van de galerij. ‘Welcome’, staat erop.

Volgende aflevering: Harisa Fetahovic van het meidenhuis. Zie nrc.nl/deflat en de Achterpagina van zaterdag