World Press Photo wil uit de hele wereld komen

Fotojournalistiek De organisatie moedigt juryleden aan zich bij elke foto af te vragen of die stereotypen bevestigt of juist uitdaagt.

Foto Gulshan Khan (Zuid-Afrika)

Denk eens aan een persfotograaf. Wat zie je dan? Een man met een beige jack en een afritsbroek, van middelbare leeftijd, met een lichte huidskleur? Geen vrouw, vermoedelijk. En al helemaal geen zwarte vrouw, waarschijnlijk.

Van alle 4.282 fotografen die dit jaar deelnamen aan de World Press Photo Contest was 19,5 procent vrouw, en slechts 2,7 procent uit Afrika, blijkt uit cijfers die de organisatie NRC toestuurde.

Is dat weinig? Cijfers over het aantal vrouwelijke of Afrikaanse fotojournalisten zijn er niet. „Voor 2015 had niemand het over het aandeel vrouwen in de fotojournalistiek”, zegt Lars Boering, directeur van World Press Photo, in het statige kantoor aan de rand van het Amsterdamse Westerpark. „Dat is natuurlijk krankzinnig.” Samen met wedstrijdmanager Anna Lena Mehr vertelt hij graag over hun inspanningen om ’s werelds belangrijkste prijs voor de persfotografie diverser te maken. De Nederlandse organisatie maakt deze dinsdag de nominaties bekend.

In 2015 begon de World Press Photo Foundation met de Britse universiteiten van Stirling en Oxford, met de ‘State of the News Photography’, een van de eerste grote onderzoeken naar fotojournalisten wereldwijd. 85 procent van de 1.500 respondenten bleek man, 3 procent woonde in Afrika. Later werd een vraag over etniciteit toegevoegd: in 2018 identificeerde 1 procent zich als ‘zwart’.

Foto Mariceu Erthal García (Mexico)
Foto Heba Khamis (Egypte)

De vragenlijst werd alleen uitgezet onder deelnemers van de World Press Photo Contest, „dus we hebben geen cijfers over de fotojournalistiek als geheel”, benadrukt Mehr. Ze wéét dat er meer vrouwen in de fotoindustrie werken. Veel fotoredacteuren zijn vrouw. World Press Photo zélf bestaat voor 71 procent uit vrouwen. Fotografiestudenten zjjn grotendeels vrouw. Dat dat zich niet doorzet in de inzendingen voor de fotowedstrijd, waarvan de winnaars jaarlijks 3,2 miljard mensen bereiken, is dan wel zonde. „Maar het gaat ons niet alleen om die wedstrijd”, zegt Boering. „Wij hebben een verantwoordelijkheid om gelijkheid en diversiteit in de héle industrie een slinger te geven.”

Daarom houdt World Press Photo in talentprogramma’s, selectiepanels en masterclasses de 50/50-regel aan. Boering: „Voor minder dan 50 procent vrouwen doen we het niet. Ook al moeten we een maand extra zoeken. We zullen niet toegeven aan het gemakzuchtige ‘we kunnen ook Pietje bellen’.” Het lijkt te werken: met 19,5 procent is het aandeel vrouwelijke deelnemers hoger dan ooit. In 2010 was dat nog 13,2 procent. Maar jurering verloopt anoniem; de jury ziet geen namen of nationaliteiten. Van de uiteindelijke genomineerden is dit jaar slechts 13,6 procent vrouw, niet veel meer dan in 2010. In 2019 was dat nog 31,8 procent.

Het aandeel vrouwelijke deelnemers aan de World Press Photo Contest groeit gestaag, maar het percentage vrouwelijke winnaars is onvoorspelbaarder:

Geen enkele Afrikaan

Eerder kreeg World Press Photo kritiek op zijn westerse blik. In een opiniestuk op Al Jazeera schreef universitair docent Neelika Jayawardane hoe in 2018 geen enkele Afrikaan was geselecteerd voor de prestigieuze Joop Swart Masterclass van World Press Photo. Bovendien ging de fototentoonstelling, die langs 45 landen reist, dat jaar niet langs ‘sub-Sahara’ Afrika. „We doen ons best te veranderen”, reageerde Boering toen. In 2019 kwamen drie van de twaalf geselecteerden voor de masterclass van het Afrikaanse continent (Algerije, Tunesië en Zuid-Afrika).

De jury van de World Press Photo Contest bestaat naast voor de helft uit vrouwen ook uit minimaal één persoon van elk continent. Maar het gevaar dat diversiteitspraat in spreadsheets gaat, erkent ook Boering. WPP moedigt juryleden ook actief aan zich bij elke foto af te vragen of die onderscheidend is, stereotypen bevestigt of juist uitdaagt. Dat doet het door zijn diversiteitsbeleid aan het begin van het juryproces letterlijk op een presenteerblaadje aan te reiken in de vorm van de statement of representation.

Foto Felipe Fittipaldi Freire de Carvalho (Brazilië, Zuid-Amerika)

„Daarna gaat de discussie binnen de jury vanzelf”, aldus Boering. „Het is zo’n verademing juryleden te horen over hun eigen wereld en beeld van fotografie. Met een andere invalshoek dan de westerse.” Mehr, zelf Duits: „Ze durven die Amerikaanse dominante blik te challengen.” Heeft ze daar een voorbeeld van? Mehr herinnert zich nog hoe de jury vorig jaar sprak over het aloude beeld van stervende kindjes in Afrika. „‘Willen we dat laten zien?’, vroegen ze zich af. Toen hebben ze besloten dat niet te doen.”

Die discussies ziet ze dit jaar ook terug in wie de jury nomineert. „Steeds meer fotografen vertellen hun eigen lokale verhalen, en winnen daar ook mee.” Volgens haar verandert zo langzaam het dominante beeld van de nieuwsfotografie, dat vaak wordt gekenmerkt door oorlog en honger, naar een meer genuanceerdere.

Dit jaar is Lekgetho Makola aangesteld als voorzitter, maar niet omdat hij een Zuid-Afrikaan is, zegt Boering. „Ik denk dat het geen toeval is dat als je je blik verbreedt als organisatie, je dat ook terugziet in de jury.” Makola viel vorig jaar op als jurylid in de categorie ‘portretten’. „Hij toont leiderschap, durft zich uit te spreken.” Makola leidt een van de beste fotografieopleidingen van het continent, de Market Photo Workshop in Johannesburg.

Foto Lujan Agusti (Argentinië)
Foto Dylan Hausthor
(VS)
Manyatsa Monyamane (Zuid-Afrika)

„Diversiteit was een van mijn prioriteiten toen ik het juryvoorzitterschap accepteerde”, zegt Makola vanuit Johannesburg. „Met de term ‘World’ in de naam, suggereer je dat je de hele wereld representeert. Dan moet je ook een plek zijn waar verschillende interpretaties kunnen bestaan. Alleen een Zuid-Afrikaan kan niet bepalen hoe de wereld in elkaar zit.”

Hij stimuleert zijn medejuryleden verder te laten kijken dan hun eigen ervaringen: „Hoe definiëren we een goed verhaal? Hongkong is mentaal dichter bij Europa dan Pakistan, terwijl afgelopen jaar in Kashmir ook maandenlang onrust was.” Door elkaar te informeren kunnen juryleden het belang van sommige foto’s laten zien, zegt Makola. „Overeenstemming komt met betrokkenheid.”

Een voorbeeld van zo’n foto dit jaar is van Soedan, dat vooral het nieuws haalt met geweld en het dictatoriale regime. „Maar in 2019 veranderde het land niet vanwege militair ingrijpen of moordpartijen, maar door vreedzame protesten door jonge mannen en vrouwen.” Op de foto, waarop een jongen een gedicht voordraagt te midden van een groep jongeren, „zie je de hoop voor de toekomst in hun ogen”.

Relatief weinig Aziatische deelnemers winnen ook een prijs bij World Press Photo Contest, en relatief veel Noord-Amerikanen, Afrikanen en deelnemers uit Oceanië:

Een quotum

Dit jaar kwamen de inzendingen uit 125 landen. „Ons streven is alle landen”, zegt Mehr van World Press Photo. De organisatie bouwt aan een internationaal netwerk door met lokale organisaties samen te werken, zoals MatCa (Zuidoost-Azië), Foto Féminas (Latijns-Amerika) en Market Photo Workshop (Zuid-Afrika). Met hun ‘6×6’-talentenprogramma’s geven ze per werelddeel steeds zes talenten een podium.

In 2016 richtten ze met het collectief Everyday Africa de Africa Photojournalism Database op. Boering: „Wij horen van The Washington Post en The New York Times hoe blij ze zijn dat ze een hele nieuwe groep bereiken met wie ze kunnen werken. Het heeft het hele bullshit-argument van ‘ze zijn er niet’ compleet weggevaagd.”

Maar alsnog blijft het aantal Afrikaanse inzendingen steken. Als de percentages over drie jaar nog zo laag zijn, „moet je misschien ingrijpen”, zegt Boering. Mehr: „Met een quotum bijvoorbeeld.”

Juryvoorzitter Makola was zelf ook teleurgesteld in het Afrikaanse aanbod. Hoe komt dat, denkt hij? „Het is deels perceptie: het idee dat World Press voor Europa en Noord-Amerika is. Het is ook zo dat de foto’s van The New York Times, Le Monde en The Guardian internationaal veel worden gerecycled. Daaruit rijst het beeld dat de wedstrijd voor de Global North is.”

Volgens hem kan World Press wel zijn informatievoorziening verbeteren. Wedstrijdmanager Mehr merkt inderdaad dat de wedstrijd alom bekend is, maar dat veel Afrikaanse journalisten toch niet meedoen. Rond de reizende tentoonstelling organiseert ze bijeenkomsten voor hen. „Ze denken dat de wedstrijd geld kost, of dat de foto’s met een Canon moeten zijn gemaakt. Ooit een sponsor, maar dat is natuurlijk nooit een eis geweest.”

En dan zijn er structurele hobbels. De Free Press Index kleurt in grote delen van Afrika rood en zwart. Geld voor bijzondere journalistieke projecten komt veelal van Westerse organisaties, zegt Makola. En misschien moet onze opvatting van fotojournalistiek op de schop. „Ik zeg steeds dat de fotografie uit Afrika de komende tien jaar booming wordt”, zegt Boering. Maar, onder meer vanwege de fotojournalistieke beperkingen, vooral in creatieve takken als de mode-, portret- en trouwfotografie. „Waarom altijd dat beeld van een olievervuild Lagos, in plaats van een Nigeriaans gezin dat naar het strand gaat?”

Foto Senthil Kumaran Rajendran (India)
Foto Sarah Waiswa (Oeganda)