Opinie

Wie radicale ideeën slijt, draagt een grote verantwoordelijkheid

Hanau

Commentaar

Een eenzame man met een hoofd vol racistische ideeën en waanvoorstellingen. Iemand die denkt dat hij gevolgd wordt en die in het bezit is van wapens-met-vergunning. Iemand die negen mensen met migratieachtergrond vermoordt in een waterpijpcafé en een kiosk annex café, vervolgens zijn moeder omlegt en daarna zelfmoord pleegt.

De massamoord in het West-Duitse Hanau is een tragedie die mensen uit het leven heeft gerukt en het leven van tientallen nabestaanden voor altijd zal tekenen. Het is ook een angstaanjagende politieke daad.

Racisme wordt vaak veroordeeld. En juist in Duitsland wordt vaak gesproken over de gevaren van rechts-radicalisme. Toch zijn vreemdelingenhaat en waanvoorstellingen over een beter, witter Duitsland klaarblijkelijk onuitroeibaar. Ze zijn zelfs zo sterk dat ze soms leiden tot geweld.

Voor zover bekend handelde de schutter van Hanau alleen, maar hij is niet de enige die rechts-extremistisch gedachtegoed omzet in geweld. Terreurgroep NSU vermoordde tussen 2000 en 2007 mensen met een migratieachtergrond, in het afgelopen jaar waren er meerdere aanslagen. In Halle schoot een rechts-extremist twee mensen dood, het lukte hem niet een synagoge binnen te dringen. Bij Kassel vermoordde een vermoedelijke rechts-extremist CDU-politicus Walter Lübcke. Onlangs werd in West-Duitsland nog een rechts-extremistische terreurcel opgerold.

Waarom komt dat zo vaak voor? Is het toeval, of is racisme en rechts -extreem gedachtegoed inmiddels zo aanwezig in de Duitse samenleving dat extremisten zich aangespoord voelen om te handelen, terwijl men voorheen het verwerpelijke gedachtegoed bewaarde voor onderlinge gesprekken, al dan niet op internet? Is er een verband tussen radicale uitlatingen in de politiek en de handelingen van meer of minder verwarde mannen?

Als ‘normalisering’ van radicale ideeën aanzet tot geweld, dan legt dat een extra grote verantwoordelijkheid bij politici aan de uitersten van het politieke spectrum. Dat geldt voor imams die in hun geloofswaan uitsluiting en verachting van ongelovigen prediken. Dat geldt voor rechtse politici die hun rechtmatige pleidooien voor restrictief immigratiebeleid kruiden met complottheorieën over hogere machten in Brussel die door immigratie en multiculturalisme de westerse cultuur willen uithollen. Dat geldt voor politici die het nazisme bagatelliseren.

Niet iedereen met extreme denkbeelden rent met een wapen een winkelstraat in, maar in een samenleving waar complottheorieën welig tieren, waar eenzame, al dan niet verwarde jonge mannen elkaar op internet opzwepen, moet iedereen die het publieke debat voert met radicale opvattingen zich terdege bewust zijn van wat hij zegt.

En de rest van de samenleving? Die moet zich afvragen wat er aan gedaan kan worden om te voorkomen dat radicalisme als ‘normaal’ wordt ervaren. In Duitsland gingen bezorgde burgers de straat op en spraken kanselier en president geschokt hun afkeuring uit. Dat is goed, maar het is niet meer dan een eerste stap. Iedereen die zich in het publieke debat mengt moet radicale uitlatingen telkens opnieuw tegenspreken. Samenwerking met partijen die in het midden laten of ze zich in hun ijver de nationale identiteit te redden wel aan de democratische rechtsstaat willen houden, is zo bezien uit den boze. Samenwerking legitimeert niet-democratisch gedachtegoed. Hanau mag niet als incident afgedaan worden.