Opinie

Ome Hans en neefje Thierry

Frits Abrahams

Als ik Geert Wilders was geweest, zou ik zondagmorgen met groot genoegen hebben gekeken naar de uitzending van het rechts-conservatieve praatprogramma WNL op Zondag. Daar ging het, niet geheel onverwacht, even over Thierry Baudet.

Nu zal Wilders niet onmiddellijk enthousiast opveren bij het horen van de naam van zijn grootste concurrent op rechts, maar in dit geval moet hij diep vanbinnen toch een warm gevoel hebben gekregen. Het ging over de reële mogelijkheid dat de VVD binnenkort samen met het CDA en FVD de provincie Brabant gaat besturen. Pieter Heerma, CDA-fractieleider in de Tweede Kamer, had een week eerder in hetzelfde praatprogramma gezegd dat hij zo’n samenwerking niet zou blokkeren.

Hans Wiegel, nu te gast bij WNL op Zondag, was er nóg opgetogen over: „Een hele goeie lijn, zeer interessant”, prees hij Heerma. Hij zag het al helemaal voor zich: „Stel je voor dat ze het in Brabant eens worden, CDA, VVD en de club van Thierry, dan gaat dat op een keer ook op landelijk niveau consequenties hebben. Daarom is D66 nu zo boos, die zijn bang dat ze de klos zijn als er een nieuw kabinet komt.”

Als formateur had Wiegel FVD er al in het Zuid-Hollandse bestuur bij willen hebben, maar toen lag de ChristenUnie nog dwars. Nu ziet hij een kans om FVD straks bij het landsbestuur te betrekken. Gespreksleider Rick Nieman vroeg voorzichtig of het in dit opzicht niet onhandig van Baudet is om steeds van die rare ‘dingen’ te zeggen. „Volgens de kiezers niet”, zei Wiegel luchtig. „En die hebben altijd gelijk?” vroeg Nieman. „Die hebben altijd gelijk”, bevestigde Wiegel.

Wiegel vond dat Baudet vooral „zijn eigen lijn” moest blijven volgen, al had hij hem ook weleens geadviseerd „dit of dat een beetje anders te doen”. Welk „dit of dat”? Dat wilde hij niet zeggen, dat moest tussen hem en ‘Thierry’ blijven. Als Wiegel liefkozend over ‘Thierry’ praat, begint hij al snel te klinken als een bejaarde oom die dol is op zijn dekselse neefje en zich daarom verplicht voelt hem af en toe tegen zichzelf in bescherming te nemen. Maar ome Hans bedoelt het goed, Thierry!

Dat Wiegel geen enkel probleem heeft met een samenwerking van zijn partij met FVD, was te verwachten. Voor Wiegel is politiek macht, en wie macht wil moet niet kieskeurig zijn.

Maar wat in zo’n uitzending opvalt is het feit dat ook de andere gesprekspartners – de journalisten Jort Kelder en Syp Wynia, ondernemer/auteur Annemarie van Gaal en zelfs de SP-politicus Jasper van Dijk – geen enkel bezwaar formuleerden. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is dat een normale politieke partij een coalitie vormt met een steeds verder naar rechts radicaliserende partij, waarvan de voorman zich nog zeer recent op een kenmerkende manier vergaloppeerde met discriminatoire taal.

En daarom hoorde ik Geert Wilders tijdens die tv-uitzending in zijn vuistje lachen. Wiegels wensdroom – de VVD met CDA en „de club van Thierry” in één regering – is immers getalsmatig alleen te verwezenlijken indien ook de PVV op een of andere manier meedoet. (En dan nóg hebben ze volgens de huidige peilingen een vijfde partner nodig.) Zal Wiegel wél bezwaar tegen de PVV hebben? En Heerma en Rutte – of hun opvolgers?

Ik vrees dat ik naar de bekende, want al eerder betreden, weg vraag.