KNVB is nog niet toe aan een kopverbod

Hersenletsel In Engeland mogen jonge voetballers niet meer koppen. De Nederlandse voetballerij vindt deze maatregel niet nodig.

Voetballertjes in het Engelse Sunderland. Ze leren niet meer om te koppen, vanwege mogelijke hersenletsel.
Voetballertjes in het Engelse Sunderland. Ze leren niet meer om te koppen, vanwege mogelijke hersenletsel. Foto Mary Turner/ Panos Pictures

Neuropsycholoog Erik Matser grinnikt bij het idee dat „intelligente wezens van een andere planeet” zien wat de aardse voetballers met hun hoofden doen: koppen. Iedereen kan zien dat zoiets niet goed is voor de hersenen, bedoelt Matser, die als adviseur voor voetbalbond KNVB en het Internationaal Olympisch Comité (IOC) werkte en nu zijn eigen kliniek heeft. De voetballerij ziet het anders. „Tot op heden is het bewijs tegen koppen nog onvoldoende aanwezig”, zegt Edwin Goedhart, manager sportgeneeskunde bij de KNVB.

Al decennia is er dezelfde typerende onenigheid over het koppen in voetbal, maar The Football Association (FA) koos maandag de kant van de critici door het hoofdgebruik aan banden te leggen. In Engeland wordt aan jonge voetballers tot elf jaar niet meer geleerd om ballen te koppen, ook in trainingen voor spelers onder de achttien wordt het ingeperkt. De Schotse en Noord-Ierse bond nemen dit advies over. FA heeft dat deels bepaald naar aanleiding van een onderzoek uit 2018, waarin de Universiteit van Glasgow vaststelde dat ex-voetballers 3,5 keer meer kans maken om te sterven aan de gevolgen van een hersenaandoening.

Lees over het besluit van de Engelse voetbalbond: Britse jeugdvoetballers mogen niet meer koppen

„Voor een causaal verband tussen koppen en hersenaandoeningen is langdurig onderzoek nodig”, zegt Vincent Gouttebarge, oud-profvoetballer die in het de lange termijn-gevolgen van voetbalcarrières onderzoekt vanuit het Universitair Medisch Centrum in Amsterdam en FIFPro, de internationale vakbond voor profvoetballers. „Maar een causaal verband is er niet”. De beslissing van FA is er volgens hem gekomen „uit voorzorg en door emoties die hoog opliepen”. Om vast te stellen dat hersenletsel een direct gevolg is van spelen met het hoofd, is het nodig om een groep koppers en een groep niet-koppers langdurig te volgen. En dat is niet gedaan.

Goedhart denkt dat het niet verstandig is om de jeugd grotendeels te laten stoppen met koppen. „Vanaf hun twaalfde moeten ze ineens wel koppen terwijl ze de techniek dan niet beheersen. Hun nekspieren zijn dan onvoldoende getraind.” Volgens Goedhart moet er door iedereen gekopt worden of door helemaal niemand – maar dat laatste acht de KNVB nu niet nodig omdat de wetenschap hen niet overtuigt.

De voetbalindustrie, zegt klinisch neuropsycholoog Erik Matser, is „oerconservatief”. „Ik heb dit dertig jaar geleden al onderzocht, en ik ben helemaal klaar met het weerleggen van hun mantra’s.” Tijdens zijn onderzoek aan de Erasmus Universiteit zag hij hoe het hersenweefsel van muizen reageert op „optellende tikken”. „Er is dan extreme celsterfte en dat komt nooit meer terug.” Koppen gebeurt vooral met de voorkant van het hoofd. „Juist in die zone zit bij jonge mensen het gedeelte van de hersenen dat zich enorm ontwikkelt.” De effecten hangen af van de manier waarop de bal het hoofd raakt en zijn persoonsgebonden. Daarom, vindt hij, zou er helemaal niet meer moeten worden gekopt.

In een andere onderzoek zag Matser bij 53 profvoetballers en 33 amateurvoetballers dat een deel van hen klachten had zoals geheugenstoornissen, aandachtsstoornissen en verandering van gedrag. Vergeleken met andere sporters scoorden de voetballers slechter bij planning- en geheugentests. Dat heeft overigens geen bewezen directe samenhang met koppen.

„We weten dat elke professionele voetballer drie tot vijf keer per wedstrijd een bal kopt”, zegt Gouttebarge. „Dat is niet veel. En bij de jeugd gebeurt het misschien nog minder: voor een kind van acht is het best lastig om de bal zo hoog te krijgen.”

De KNVB doet zelf onderzoek, zegt Edwin Goedhart. „We willen gaan kijken naar wat voor een type kopballen er zijn en welke invloed die hebben. Maar dat is ingewikkeld.” Goedhart vraagt zich af wat er voor koppen in de plaats zou komen als het niet meer zou gebeuren. Misschien wordt het hoofd dan vaker geraakt met de voet. „Daar zit ook niemand op te wachten.”