‘Ik bel direct de ouders als ik hoor dat iemand blowt’

Schooldirecteuren in Arnhem Scholieren die op steeds jongere leeftijd blowen, dealen en in het netwerk van criminelen belanden: het is een groeiend probleem. Twee Arnhemse schooldirecteuren doen hun verhaal.

Roermond, september 2018: een scholier lost schoten bij het Kennis- en Expertisecentrum (KEC). Daarbij vallen geen slachtoffers.
Roermond, september 2018: een scholier lost schoten bij het Kennis- en Expertisecentrum (KEC). Daarbij vallen geen slachtoffers. Foto Rob Engelaar / ANP

Criminelen die jonge scholieren inzetten om drugs te dealen? Eelco van der Kruk, directeur van scholengemeenschap Thomas a Kempis (havo, atheneum, gymnasium) in Arnhem kijkt er niet van op. Zijn collega Niels van der Graaff, directeur van het Beekdal Lyceum (havo, vwo) evenmin. Ze willen hun verhaal doen. Omdat, zeggen ze, het belangrijk is om open te zijn over dit probleem.

Gemakkelijk is dat niet. Veel schoolbesturen zwijgen over drugs en criminaliteit. „Ze zijn bang voor hun reputatie”, zegt Van der Kruk. Maar nadat hij deze maand zijn verhaal deed op een politieke avond in het Arnhemse stadhuis, stroomden de reacties van collega’s binnen: „Ze zeggen nu allemaal: goed dat je het opengooit.”

De politieke avond was een initiatief van de Arnhemse gemeenteraadsleden Steffenie Pape (VVD) en Sabine Andeweg (D66) met als doel om tot een gezamenlijk plan van aanpak te komen.

Lees ook De docenten leren ‘aan’ te staan zodra ze uit de tram stappen

De middelbare scholen waar Van der Graaff en Van der Kruk werken, staan bekend als prima scholen. Ze liggen op een steenworp afstand van elkaar, tussen parken en bossen. Handig, voor scholieren die aan de aandacht van hun leraren willen ontsnappen. „Blowen op het schoolplein mag niet”, zegt Van der Graaff. „Dus staan ze in het bos.” De directeuren zien de problemen sinds een paar jaar toenemen. Van der Kruk, al 41 jaar werkzaam in het onderwijs, ziet klassen waar de helft van de leerlingen weleens drugs gebruikt.

„We hebben de afgelopen jaren leerlingen gezien die kampen met psychische problemen die direct toe te schrijven zijn aan langdurig softdrugsgebruik”, zegt Van der Graaff. „Psychoses, bijvoorbeeld. Dat is nieuw voor ons.”

En zeggen ze allebei: als je het eenmaal ziet, valt het pas echt op. Van der Graaff: „Het is dichterbij dan je denkt. Als ik nu op onze beveiligingscamera’s kijk, denk ik: hoe is het mogelijk? Jonge jongens die staan te dealen. Récht onder de camera.”

Den Haag, januari 2015: een 15-jarige jongen steekt op het Aloysius Collegeeen schoolgenoot neer. Foto Martijn Beekman / ANP

Het ronselen van 12-jarigen

Hoe het komt? De directeuren wijzen op meerdere oorzaken. Op een maatschappij waarin drugsgebruik genormaliseerd is. Op ouders die het lastig vinden om grenzen te stellen. Maar ook, paradoxaal genoeg, op wetgeving die jongeren verbiedt om te drinken voor hun achttiende en te roken op schoolplein. „Vroeger hadden we de verslavingsgevoelige groep dichterbij ons”, zegt Van der Graaff. „Je mocht roken op schoolplein en drinken op schoolfeesten, dus we hadden er zicht op. Ik ben er helemaal voor – wég met drank en roken uit de scholen – maar daardoor is het uit beeld.”

De schoolbestuurders wijzen ook op toegenomen druk vanuit de criminaliteit. Van der Kruk: „We zien kinderen van 12, 13 jaar die geronseld worden. Het begint met kleine klusjes: even een paar jointjes brengen om een tientje te verdienen. Maar je kunt maar één keer nee zeggen. Als je eenmaal in het netwerk zit, is het heel lastig om er weer uit te komen.”

Door zo snel mogelijk in te grijpen, proberen de scholen het probleem aan te pakken. Werd er eerder nog op hard bewijs gewacht, nu is een vermoeden genoeg om tot actie over te gaan. Van der Kruk: „Als ik hoor van andere leerlingen dat iemand blowt, bel ik direct de ouders op.” Die reageren over het algemeen positief, zegt hij. „Meestal schrikken ze enorm en staan ze open voor elke hulp.”

„Ouders zijn behoorlijk handelingsverlegen”, merkt Van der Graaff. „Ze hebben vaak geen idee en weten niet wat ze moeten doen.”

Van der Kruk: „Het ís ook lastig. Wat moet je doen: corvee geven? Huisarrest? Voor die jongens is het onderdeel van hun sociale leven. Ik had laatst nog een gesprek met een leerling die zei: ‘Ik ga echt niet stoppen met blowen, want dan ben ik mijn vrienden kwijt’.”

Leerlingen die betrapt worden op dealen, worden van school gestuurd. Dat zijn „dramatische gesprekken”, zegt Van der Kruk. „Vaak hebben ze zelf niet in de gaten waar ze mee bezig waren. Ze dachten, ik haal gewoon wat extra drugs voor een vriendje. Maar dat is dus dealen.”

Lees ook: De school wil niet op een gevangenis gaan lijken

Zoetermeer, januari 2004: een 16-jarige leerling van het Terra College schiet conrectorHans van Wieren dood. Foto Olaf Kraak / ANP

Uit het circuit halen

Om ze een nieuwe kans te geven, is samenwerking met andere scholen, ouders, hulpverleners en politie noodzakelijk, zegt Van der Graaff. „Het is heel belangrijk dat we zo’n leerling uit het circuit halen en op een andere school kunnen plaatsen. Dat kunnen ze niet alleen. Je moet je voorstellen: als een leerling wordt betrapt op dealen, wordt hij niet alleen van school gestuurd, maar heeft hij ook nog een probleem met de dealer boven hem. Ze worden vaak gechanteerd of bedreigd.”

De schoolbestuurders starten binnenkort een proef, ‘Leerling Alert’, om scholieren te wijzen op de gevaren van criminaliteit. Daarnaast hopen ze dat hun openheid overslaat op andere scholen en organisaties. Want, zeggen ze, dit is niet alleen een probleem van Arnhemse scholen, het is een maatschappelijk probleem.

Van der Kruk: „Voetbalclubs moeten het ook merken. Maar als je het niet wilt zien, zie je niets.”

Van der Graaff: „En als je gaat zoeken, vind je heel veel.”

Drugs helemaal uitbannen, zal niet lukken en hoeft ook niet, vinden ze. „We zijn hier niet roomser dan de paus ”, zegt Van der Graaff. „Maar als we strenger handhaven en het bespreekbaar maken, kunnen we een grote groep scholieren behoeden voor echte ellende.”