Hangry white men maken slachtoffers

Vanuit de Verenigde Staten schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: het zijn vooral mannen die meegaan in de trend om niet te eten.
Illustratie Eliane Gerrits

Ik herinner me nog goed hoe een vriendje van onze kinderen, na een middag bij ons thuis spelen, plotseling als de Hulk van een zoet jongetje veranderde in een onhebbelijke klier. Het speelgoed werd ineens tegen de ramen gekwakt. In paniek belde ik zijn moeder. „Oh”, zei ze. „Is het weer zover? Niets aan de hand, hoor. Er moet wat eten in, dan is het zo weer over. Hij is gewoon hangry.”

De laatste tijd denk ik vaak aan dat jongetje terug. Hij was zijn tijd ver vooruit. Om mij heen is niet-eten een trend geworden. Menigeen volgt wel een systeem om langere periodes te vasten. Sommigen raken zestien uur geen eten aan, anderen achttien uur. Een enkeling zelfs 23 uur. Weer anderen eten alleen op even dagen of slaan de weekenden over. Voor de kenners is een code genoeg. Je doet 16/8 of 5:2. Er wordt ook stevig competitief gevast. Kijken wie het ’t langst volhoudt. Alles gefaciliteerd door slimme apps.

Eten mag goed voor je zijn, niet eten is nog beter. Dan komt het systeem tot rust en kan het afvallen beginnen. Het schijnt ook te helpen tegen kanker en andere vreselijke ziekten. Het is natuurlijk om je maag niet te belasten. Zo ging het in de oertijd ook. Je wist nooit zeker wanneer de volgende maaltijd geserveerd zou worden. Je loopt immers niet iedere dag tegen een mammoet aan. Althans, dat beweren de deskundigen en een woud aan websites.

Maar ze hebben het nooit over wat al dat vasten doet met het humeur. Hoe berechagrijnig mensen ervan worden. En wat dat weer doet met de medemens. De onschuldige omstanders met wél een volle maag die ongewild slachtoffer worden van al dat niet eten.

Ik ken trouwens opvallend veel mannen van een zekere leeftijd die met tussenpozen vasten – hangry white men. Is het een soort omgekeerde prestatiedrang? Kijken wie het beste iets niet kan? Zo is er een buurman die maar één keer per etmaal eet. Dan laat hij het zich smaken en is in een prima bui. Maar de rest van de dag is er met hem geen land te bezeilen.

Soms zit ik bij een diner naast iemand op zijn vastendag. Niets aan de hand hoor, ik mis het niet, zegt hij dan en probeert niet te kijken naar wat er allemaal voor lekkers op tafel staat. Vooral niet te ruiken ook. Laat ik zeggen, dit zijn niet de gezelligste avondjes. Veel pijnlijke stiltes, onderbroken door een knorrende maag.

Om het beter vol te houden zijn er ook ‘maaltijden’ die geen maaltijden mogen heten. Allerlei sapjes, soepjes en poedertjes. Er zijn mensen die maandenlang alleen op dit droogvoer leven, alsof ze astronauten zijn.

„Mijn hele visie op eten is veranderd”, legde een vrouw me uit. „Ons leven wordt geterroriseerd door keuzes. Zo’n menu in een restaurant met allerlei gerechten. Vreselijk! Nee, ik kies geen van de bovenstaande. Lekker!” Ze keek er nogal hangry bij. Alsof ze ieder moment haar lege bord tegen het raam ging kwakken.

Reacties naar pdejong@ias.edu