Christelijke pelgrims in Nubië aten veel varkensvlees

Archeologie Bij een kerk van de aartsengel Rafaël in Banganarti aten pelgrims opvallend veel varkensvlees. Dat was goedkoper dan rund.

Resten van varkens en andere dieren die gevonden zijn bij de kerk Banganarti. Tussen de elfde en dertiende eeuw was Banganarti een pelgrimsoord.
Resten van varkens en andere dieren die gevonden zijn bij de kerk Banganarti. Tussen de elfde en dertiende eeuw was Banganarti een pelgrimsoord. Foto Antiquity

Het koninkrijk Makuria was een christelijke enclave in het verder islamitische Noord-Afrika. De kerk van de aartsengel Rafaël in de nederzetting Banganarti was hier tussen de elfde en dertiende eeuw een belangrijk pelgrimsoord voor patiënten die op zoek waren naar genezing. Poolse archeologen hebben nu ontdekt dat er bij deze pelgrims een voor deze regio ongewoon ingrediënt op het menu stond: varkensvlees. Ze schrijven erover in het tijdschrift Antiquity van deze maand.

Makuria was één van drie kleine christelijke koninkrijken die van de zesde tot de veertiende eeuw bestonden tussen de eerste en zesde cataract van de Nijl, in het huidige Zuid-Egypte en Noord-Soedan, het gebied dat ook wel Nubië wordt genoemd. Toen de islam vanaf de zevende eeuw Noord-Afrika veroverde, raakte Makuria afgesloten van de rest van het christendom. In Banganarti ontstond een cultus rondom de aartsengel Rafaël, die bijzonder bedreven zou zijn in het genezen van ziektes.

Poolse archeologen legden in 2001 de restanten van de kerk van Rafaël bloot. Sindsdien is ook een groot deel van de omliggende nederzetting opgegraven. Verschillende bebouwingspatronen laten zien waar de vaste inwoners van Banganarti verbleven en in welke wijken de pelgrims hun tijdelijk onderdak vonden. Aan de hand van de hier aangetroffen etensresten, concluderen de archeologen van de Poolse Academie van Wetenschappen nu dat de pelgrims een ander dieet hadden dan de plaatselijke bevolking.

In totaal analyseerden ze 3.107 dierenbotten. Het leeuwendeel (41,1 procent) was afkomstig van runderen, schapen en geiten namen 32 procent voor hun rekening, terwijl 17,4 procent afkomstig was van varkens. Deze botten werden vooral aangetroffen in de buurt van de muren van de nederzetting, waar de restanten van de behuizing van pelgrims te vinden zijn. Nergens anders in Makuria, ook niet in de hoofdstad Oud-Dongola, zijn zoveel overblijfselen van varkens gevonden.

De auteurs verklaren de populariteit van varkensvlees in Banganarti door erop te wijzen dat varkens zich vlot voortplanten en niet zoveel voeder gebruiken als runderen. Deze eigenschappen maakten het makkelijker grote hoeveelheden goedkoop vlees te produceren.

Het eten van rundvlees gaf status in Makuria, maar dat was voor de pelgrims kennelijk niet van belang, concluderen de auteurs.