Analyse

Bij Wolters Kluwer gaat zo’n beetje alles goed

Deze rubriek belicht iedere maandag beursfondsen die in de belangstelling staan. Deze week: Wolters Kluwer.

Het verhaal van uitgeefconcern Wolters Kluwer heeft wat weg van de fabel van de haas en de schildpad. In het gedicht van de klassieke Griekse schrijver Aesopus wint de schuifelende schildpad een hardloopwedstrijd van de gezwinde haas. Haas spant zich nauwelijks in omdat hij toch wel denkt te winnen. Onderweg doet hij zelfs een dutje onder een boom. Intussen bereikt schildpad de finish.

Terwijl de ogen van media en het grote publiek zich doorgaans richten op flitsende, onstuimig groeiende techaandelen als die van betalingsverwerker Adyen, loopt het saai geachte Wolters Kluwer bijna iedereen eruit. Sinds 2011 is het AEX-bedrijf met een indrukwekkende 500 procent gestegen. Aan het Damrak deed alleen ASML het in die periode beter.

Wat gaat bij Wolters Kluwer zo goed? „Zo’n beetje alles”, zegt analist Michael Roeg van DegrootPetercam. Om te beginnen de voortschrijdende digitalisering. Bij het bedrijf, dat als oerdegelijk bekend staat, vond de afgelopen twee decennia een revolutie – of beter, evolutie – plaats. „Twintig jaar terug kwam 74 procent van de omzet uit papieren drukwerk”, zegt Roeg. „In 2018 was dit nog 12 procent.”

Wie in een tijdmachine terugreist naar het begin van dit millennium treft bij Wolters Kluwers hoofdkantoor in Alphen aan den Rijn een ander bedrijf. Een dat zijn meeste omzet haalt uit het drukken van Bosatlassen voor scholieren, of wetboeken voor advocaten.

Anno nu komt het gros van de inkomsten uit apps waarmee advocaten in de rechtszaal jurisprudentie kunnen opvragen, of software waarmee dokters in de behandelkamer een diagnose kunnen stellen. Nagenoeg in stilte transformeerde Wolters Kluwer van uitgever van allerhande papieren werk naar aanbieder van online diensten die het werk van medici en accountants makkelijker moeten maken. Tegenwoordig komt 88 procent van de omzet uit ‘digitaal’.

Hoe Wolters Kluwer dat deed? Stapje voor stapje, zegt analist Roeg, zoals de schildpad in Aesopus’ fabel. „Door het digitaliseren van de eigen producten” – het wetboek van de advocaat werd een app – „en aankopen en afstoten van bedrijfsonderdelen.”

Wie het acquisitiebeleid bekijkt, ziet dat Wolters Kluwer zich het digitale tijdperk inkocht. Weg ging in 2007 bijvoorbeeld onderwijstak Wolters-Noordhoff, erbij kwam in 2017 softwarebedrijf Tagetik.

Het succes van Wolters Kluwer kan niet los worden gezien van Nancy McKinstry, zegt Rob Labadie van vermogensbeheerder TopFund. De 61-jarige Amerikaanse leidt het concern sinds 2003. Zij ontvouwde het plan voor digitalisering en kreeg het bedrijf en zijn 18.600 werknemers daarin mee. Zónder dat het ten koste ging van banen – het werden er zelfs meer. Ook wist ze sinds haar aantreden de omzet met een derde te vermeerderen tot 4,3 miljard euro.

Het indrukwekkendst vindt Roeg dat Wolkers Kluwer al tien jaar autonome omzetgroei realiseert. Omzet kan toenemen door overnames of gunstige valutakoersen, maar als die autonoom groeit, wordt met bestaande activiteiten meer geld binnengehaald. Wolters Kluwer lukt dat door met aantrekkelijke digitale diensten meer inkomsten te genereren dan door opgeven van ‘papieren’ activiteiten verloren gaat.

Volgende stap: dit volhouden. Labadie: „Waar gaat de toekomstige omzetgroei vandaan komen? In de medische wereld is de penetratie van hun apps al hoog, groei is daar nauwelijks nog mogelijk. In de juridische uitgeefwereld zijn ze nummer drie, bij accountants nummer twee. Daar klim je niet zomaar. Ze moeten met iets nieuws komen.”

Woensdag de cijfers over 2019.