Als de boeven geen acteurs zijn maar echte criminelen

Misdaad op tv True crime volgt de wetten van de fictie, maar werkt met echte criminelen. RTL en Netflix lopen nu aan tegen de ethische grenzen van dat populaire genre. Het moest steeds spannender en sensationeler.

De true crime-serie Dope, gefilmd vanuit het perspectief van dealers, gebruikers en de politie.
De true crime-serie Dope, gefilmd vanuit het perspectief van dealers, gebruikers en de politie. Netflix

„Mijn business is het elimineren van ratten”, zegt de man met het zwarte masker. Hierna richt hij zijn Glock-pistool op de camera. Op een glimmende terrastafel voor hem liggen nog een mini-Uzi en een Scorpio. Dit is de Netflixserie Dope. Caloh Wagoh, de Rotterdamse motorclub van Delano R., werkte mee aan een Videoland-serie (RTL), die is afgeblazen na diens arrestatie. En ook, zo vermoedt de recherche, aan Dope van Netflix. Volgens het OM dienden zij als moordcommando voor Ridouan Taghi.

Lees ook dit profiel: De televisieambities van Taghi’s ‘moordmakelaar’

True crime – echt gebeurde misdaadverhalen, doorgaans over moord – is een zeer populair genre. En true crime heeft maatschappelijke en justitiële invloed. True crime kan zich keren tegen makers, omdat ze misdadigers glorificeren, of het kan zich keren tegen de blunderende politie en het OM. Op golven van morele verontwaardiging van de kijkers worden moordzaken heropend, of krijgen een beslissende wending.

In New York is vorige week de 55 jaar oude moordzaak van zwarte leider Malcolm X weer heropend, dankzij een Netflixreeks hierover. In Nederland bracht misdaadverslaggeving diverse gerechtelijke dwalingen aan het licht. Denk aan verpleegkundige Lucia de Berk, de Schiedammer parkmoord, de Puttense moordzaak.

Andersom kan een dader juist gepakt worden dankzij true crime. Peter R. de Vries – groot geworden door de true-crime klassier De ontvoering van Alfred Heineken (1987) en de tv-uitzending over de moord op Natalee Holloway (2008) die door zeven miljoen mensen werd bekeken – bleef jarenlang de moord op Marianne Vaatstra aankaarten, en een grootschalige dna-test eisen, die na dertien jaar tot het vinden van de dader leidde. Of denk aan de HBO-serie The Jinx, waarin vastgoederfgenaam Robert Durst op de wc, zonder zich bewust te zijn van de zendmicrofoon, mompelend drie moorden bekent: „Killed them all of course.” Later kwam hier kritiek op: het fragment zou gemanipuleerd zijn in de montage.

Kijkcijfers en impact

Netflix heeft het genre niet uitgevonden, maar de streamingdienst had wel een leidende rol in de true crime-explosie van de afgelopen jaren. Making a Murderer was hierin katalysator. Deze Amerikaanse documentaireserie is hét voorbeeld van true crime met maatschappelijke impact. Het is een moordmysterie, rechtbankthriller en familiedrama ineen, maar dan met echte mensen. Zitten schroothandelaar Steven Avery en zijn zwakbegaafde neef onterecht vast voor de moord op een jonge fotografe? Die vraag houdt mensen nog steeds bezig. Een reeks aan vergelijkbare true crime-series en podcasts zou volgen. De serie was zelf schatplichtig aan The Staircase uit 2004, een klassieker van het moderne true crime-genre. Hier wordt een schrijver gevolgd die zijn vrouw van de trap zou hebben geduwd. Hier kwam kritiek op: de feiten zouden gekleurd zijn, van een journalistiek product was eigenlijk geen sprake.

Publieke zender NPO 2 wil graag een eigen Making a Murderer. De journalistieke zender hoopt met true-crime-series de impact en het kijkcijfer te vergroten. De Villamoord is daar een voorbeeld van: ook een gerechtelijke dwaling door het afdwingen van valse bekentenissen. In de maak zijn de serie Cannabis, over ex-coffeeshopbaas Johan van Laarhoven, die in Thailand werd veroordeeld. En The Singh Case, over een Surinaamse Nederlander die zegt al een half leven onschuldig in de Amerikaanse gevangenis te zitten.

De intieme aanpak

True crime overstijgt het misdaadgenre als het aan maatschappelijke kwesties raakt. Dan wordt het een verhaal over social justice, dat morele verontwaardiging oproept. Bijvoorbeeld als er onschuldigen veroordeeld zijn vanwege vooroordelen. Amerikaans racisme speelde een rol in de zaak van Malcolm X, maar ook in die van de Central Park-jogger uit 1989, waarin vijf minderjarigen onschuldig werden veroordeeld. Dit leidde tot de documentaire The Central Park Five (2012) en de fictieserie When They See Us (2019). Racisme speelde ook een rol bij de vrijspraak in de moordzaak tegen footballster O.J. Simpson (1995), ook vastgelegd in een fictieserie én docuserie. Voor wie beide heeft gezien, lopen fictie en non-fictie enigszins door elkaar.

De makers van Making a Murderer kregen ook kritiek. Ze zouden te close zijn met hun hoofdpersonen en dus niet objectief. Zo’n intieme aanpak is wel een van de redenen voor het succes. Om het zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor bingewatchers – zeker als het om een reeks gaat – volgen makers van true-crime de wetten van de fictieve serie: in een duidelijk verhaal volgen we hoofdpersonen voor wie je sympathie voelt. Afleveringen zitten vol verrassende wendingen en eindigen in cliffhangers. Daarmee raakt de objectieve journalistieke blik wel eens vertroebeld. Want een misdaad is in werkelijkheid zelden een helder verhaal.

Wie nu op Netflix wil opvallen met true crime, moet eigenlijk nog meer spektakel bieden, anders verdwijn je in het archief. Series moeten dus nog spannender, schokkender en onvoorspelbaarder zijn. Een recent voorbeeld hiervan is het drieluik Don’t F**k With Cats, over de online zoektocht naar een kattenmepper die mogelijk ook menselijke slachtoffers wil maken.

De vele krankzinnige ontwikkelingen zorgden voor veel rumoer op sociale media, kijkers kunnen niet geloven wat ze zagen. Dat de moordenaar actief op zoek was naar aandacht en die nu krijgt via een wereldwijd verspreidde docuserie levert een ethisch dilemma op. Net als nu met Caloh Wagoh – een bende die zich overigens duidelijk naar Amerikaanse tv-voorbeelden heeft gemodelleerd.

Nederlandse tv-makers geven maar al te graag het podium aan misdadigers. Twan Huys gaf Willem Holleeder alle ruimte in College Tour. Henk Kuipers (ex-No Surrender) kreeg van omroep PowNed duizenden euro’s voor een webserie. Sonja Barend interviewde de voortvluchtige Stanley H., waarvoor haar 35 jaar later, in De Wereld Draait Door, de oren werden gewassen door Peter R. de Vries.

Angstiger en rechtser

True crime kan leiden tot trial by media, iemand wordt door het publiek veroordeeld puur op basis van een uitzending. Zo kan de rechtsgang gehinderd worden. Een ander nadeel: door de grote aandacht voor misdaad in de media, krijg je het idee in een land vol moord en doodslag te leven. Dat terwijl de moordcijfers in werkelijkheid stevig dalen: vorig jaar werden in Nederland 114 mensen vermoord, meer dan een halvering sinds de jaren negentig. Wie veel true crime kijkt, zo blijkt uit onderzoeken, wordt angstiger en rechtser: in de VS zijn true-crime-watchers sneller voorstander van de doodstraf.

Lees ook: Naming and shaming voor de kijkcijfers

Waarom willen we zo graag naar al die moorden kijken? Spanning en sensatie, natuurlijk. Op een gesublimeerde wijze, op veilige afstand, kunnen we meekijken in de donkere ziel van de mens. Zodra de dader wordt gepakt, kan de kijker weer opgelucht ademhalen en terugzakken in zijn rustige bestaan en keurige moraal. En als de boef niet wordt gepakt, en de verkeerde draait op voor moord, dan kan de kijker moreel verontwaardigd raken – ook een goed gevoel voor de eigenwaarde.

De daders zijn vrijwel altijd man, de slachtoffers vrouw. Dat komt ook door de voorkeur van true-crimemakers voor seriemoorden en seksmoorden. De moorddadige man krijgt alle aandacht, de vrouw die op de grond ligt nauwelijks. Toch zijn de kijkers overwegend vrouwen. Die kijken niet puur uit sensatielust, stelde de komiek Jena Friedman onlangs in de late night show van Conan O’Brien: „Vrouwen kijken niet naar true crime, wij bestudéren het. Om er zeker van te zijn dat we er niet in terechtkomen.”