Aboriginals bestrijden het vuur met vuur

Bosbranden Australië Aboriginals in Australië gebruiken eeuwenoude technieken om bosbranden te voorkomen. „Dit is ons land, wij hebben het al duizenden jaren beschermd.”

Aboriginal Dennis Barber steekt eucalyptusbladeren in brand.
Aboriginal Dennis Barber steekt eucalyptusbladeren in brand. Foto Meike Wijers

Voorzichtig legt Dennis Barber zijn hand tegen de zwartgeblakerde bast van een eucalyptusboom. Met zijn nagels pulkt hij aan de schubachtige schors tot hij een stuk los kan trekken. Het droge hout verpulvert tussen zijn vingers. Onder de donkere korst komt okerkleurig hout tevoorschijn. De boom leeft nog. „Zie je, vuur is niet alleen verwoestend. En sommige bomen zijn sterker dan staal.”

Barber is aboriginal en de oprichter van Koori Country Firesticks, een organisatie die zich bezighoudt met een inheemse, traditionele manier van landbeheer: het selectief afbranden van het land. Hij geeft ook workshops en voorlichting om deze eeuwenoude kennis over te dragen.

Volgens de CSIRO, het Australische wetenschapsinstituut, zijn extreem weer en de aanwezigheid van droge struiken en grassen die als brandstof dienen voor een bosbrand de reden dat de bosbranden zo heftig zijn deze (Australische) zomer. Aboriginals zijn al tienduizenden jaren bezig met bosbeheer om branden te voorkomen. Toen Britse ontdekkingsreizigers zo’n 250 jaar geleden voor het eerst voet aan wal zetten in Australië, schreven ze naar huis dat het land eruit zag als een park: netjes en aangeharkt.

„Als je al het droge sprokkelhout, bosjes en droog gras weghaalt, is het land schoon en kun je tussen de bomen door kijken”, zegt Barber. De Britten herkenden er het Engelse platteland in. Voor aboriginals heeft het een praktische functie. Niet alleen voorkomt het dat bosbranden zich snel verspreiden, als je diep het bos in kunt kijken is het gemakkelijker om je prooi te identificeren.

Sinds het begin van de bosbrandcrisis vragen aboriginals met specialistische kennis op het gebied van vuurmanagement om aandacht voor deze oeroude technieken. Pas sinds een jaar of tien krijgen aboriginal-organisaties sporadisch vergunningen om kleine stukken land af te branden op traditionele wijze. Maar deze kennis wordt nog regelmatig in twijfel getrokken, de gebruiken van aboriginals worden afgedaan als primitief.

Kromgetrokken golfplaten

„Het breekt mijn hart om te zien hoe de bush eraan toe is,” zegt Barber terwijl hij om zich heen kijkt. Hij staat naast een berg van kromgetrokken golfplaten en scherven, en een hometrainer waarvan alleen het skelet nog heel is. Het zijn de restanten van een eenvoudig huis middenin Yengo National Park, een natuurgebied zo’n 250 kilometer ten noorden van Sydney. Het huis is gesneuveld tijdens de gigantische bosbrand die eind december over het land raasde. Twee afzonderlijke bosbranden voegden zich samen om een pad van verwoesting achter te laten. Het vuur brandt sinds eind oktober vorig jaar en is pas sinds half januari onder controle.

Zo’n vijfhonderd meter verder staan een aantal andere huizen die het wél hebben gered. Dat komt volgens Barber door de preventieve branden die zijn organisatie hier drie jaar eerder uitvoerde. Een bosbrand ontstaat altijd op de grond. Takken en struiken kunnen een ladder vormen waarlangs het vuur zich omhoog beweegt, naar de boomtoppen. Dan is een brand niet meer te beheersen. De kleine vuurtjes die Barber aansteekt halen dat brandbaar materiaal weg. Het is een langzaam proces om de dieren te ontzien.

„Wij lopen met het vuur. Dat betekent dat we zorgen dat de vlammen niet hoger komen dan je knieën, dat het niet te heet wordt en langzaam genoeg beweegt zodat alle dieren, ook de kleinste insecten, uit hun holletje kunnen kruipen om van het vuur weg te komen.”

Droogste en heetste zomer ooit

Ook de professionele brandweer is tijdens de wintermaanden druk bezig grote stukken land preventief te verbranden. Dennis Barber werkte vijftien jaar lang als brandweerman en boswachter in New South Wales. Hij was tot zijn 38ste niet bezig met zijn inheemse achtergrond, tot hij tijdens een workshop leerde over de aboriginal manier om het bos te beheren. „Toen ging bij mij het licht aan. Het grote verschil is dat de brandweer snel en effectief te werk gaat. Ze steken enorme stukken bos in één keer in de fik waardoor alles verbrandt en kapot gaat. Ik zag in dat dit precies de verkeerde aanpak is,” zegt hij.

Dankzij buitengewoon zware regenval zijn de branden aan de oost- en zuidkust van Australië grotendeels gedoofd. Sinds september vorig jaar is bijna 16 miljoen hectare land platgebrand, een oppervlakte van bijna drie keer Nederland. Drieëndertig mensen zijn om het leven gekomen. Meer dan 3.500 huizen zijn door het vuur vernietigd en volgens de meest behoudende schattingen zijn meer dan een miljard dieren gedood.

Lees ook: Australië wordt ingehaald door de klimaatmodellen

Volgens het CSIRO-instituut heeft klimaatverandering de branden niet direct veroorzaakt, maar het is wel de reden voor het extreem droge en hete weer. Het jaar 2019 heeft wat dit betreft alle records verbroken. Het was het droogste en het heetste jaar ooit gemeten sinds het Australische weerinstituut Bureau of Meteorology begon met meten in 1900.

De rechts-conservatieve regering heeft inmiddels schoorvoetend toegegeven dat klimaatverandering ten minste een rol speelt bij de verwoestende bosbranden van de laatste maanden. Maar premier Scott Morrison vindt het niet nodig klimaatdoelstellingen aan te scherpen. Australië is één van de landen die een afspraak om meer te doen om uitstoot te verminderen tegenhield tijdens de klimaattop in Madrid afgelopen december, terwijl het land in lichterlaaie stond.

„Nachtmerriescenarios over klimaatverandering worden nu werkelijkheid,” zegt David Bowman, hoogleraar bosbranden (‘pyrogeographie’) aan de Universiteit van Tasmanië. Volgens Bowman moeten gemeenschappen zich zo snel mogelijk voorbereiden op een volgende hete zomer. Hij is het eens met een groeiende groep collega’s dat de kennis van de aboriginals waardevol is. „Het is een prachtig voorbeeld van een cultuur die in harmonie leeft met een licht ontvlambaar landschap.”

Bowman vindt dat er meer subsidie naar dit soort organisaties moet gaan zodat het vaker toegepast kan worden. Maar het is een tijdrovend proces, en vanwege klimaatverandering zijn er steeds minder dagen waarop het weghalen van struiken en gras risicoloos kan gebeuren. „Het probleem is dat klimaatverandering in een stroomversnelling is beland. Dus we kunnen niet doen wat we altijd deden en denken dat het dan goed komt. De hele samenleving moet zich aanpassen.”

Barber probeert ook blanke Australiërs bij het proces te betrekken. Roy Palmer (85) beheert al veertig jaar een aantal hectares in de Hunter Valley. Ondanks zijn leeftijd loopt hij vlot rond in het bos. „Ik voelde me nooit prettig bij het grootschalig preventief afbranden van bos, maar ik wist niet hoe het dan wel moest.” Totdat hij een paar jaar geleden een workshop deed bij de organisatie van Barber.

Een afgebrande boom leeft nog onder de schors.
Foto Meike Wijers
Een door een bosbrand beschadigde motorzaag.
Foto Meike Wijers
Foto’s Meike Wijers

Rookceremonie

Op de donkerbruine aarde legt Barber een bosje verse eucalyptusbladeren. Met één streek steekt hij ze met een lucifer in brand. De rookceremonie is een religieus moment voor aboriginals. Het is een ritueel dat wordt uitgevoerd voordat preventief stukken bos worden verbrand. De bladeren beginnen flink te roken terwijl ze een indringende geur verspreiden. Barber wappert de rook in zijn gezicht en schudt zijn haren uit boven het vuur. „We wassen onze ziel met de rook, het gaat erom dat we met de juiste bedoelingen en een schone geest het land betreden.”

De houten stokken waarmee hij het ritme aangeeft echoën door de vallei. Hij zingt zuiver en monotoon in zijn lokale taal. „Ik zing ‘vuur voor het land, land voor het vuur’. Het gaat over de wederkerige relatie die we hebben met het land waarop we leven, het bos, de dieren, alles om ons heen. Voor ons is vuur niet alleen een teken van verwoesting en dood, maar ook van het leven. We kunnen niet zonder.”

Barber overweegt zijn baan op te zeggen om fulltime bezig te zijn met traditioneel bosbeheer en voorlichting. Hij weet niet of hij ervan kan leven, maar de druk om nu iets te doen wordt steeds groter. „Voor je het weet staat de volgende hete zomer voor de deur.”