Opinie

Moet Syrië niet een béétje wederopgebouwd worden?

Carolien Roelants hoorde een Arabische minister waarschuwen voor het extremisme dat groeit op de puinhopen van ‘bevrijde’ delen van Syrië.

Dwars

Vandaag wil ik het met u over Syrië hebben. Niet dat verschrikkelijke drama in Idlib in het noordwesten maar de gewoon akelige toestand in het ‘bevrijde’ zuiden. En met name over het dilemma van al-dan-niet Europese steun voor wederopbouw. Hallo Europa, luistert u even mee? Ik heb dat een tijd geleden al eens aan de orde gesteld, maar ik hoorde een Arabische minister hierover en dat brengt mij terug naar dit onderwerp. De Arabische minister moet verder onbenoemd blijven, want off the record, maar hij was onlangs ergens in Nederland.

De opstand in Syrië begon in 2011 in Dera’a in het zuiden met het protest tegen de arrestatie en mishandeling van een groep jongens die de Arabische Lente-leus ‘Het volk eist de val van het regime’ op een muur hadden gekalkt. Rebellen verdreven Bashar al-Assads autoriteiten vervolgens uit het gebied. Maar in 2018 wist het bewind met de hulp van zijn Iraanse en Russische bondgenoten de regio weer onder zijn controle te krijgen. Zoals gebruikelijk werden de burgers en rebellen vanuit de lucht en vanaf de grond murw gebeukt. Huizen plat, scholen plat, ziekenhuizen plat. En eenmaal murw, werden rebellen met aanhang naar Idlib gedeporteerd (waar ze nu onder vuur liggen) óf konden ze trouw beloven aan het regime en blijven. Verzoening heette dat.

Goed. Ik kan me zo voorstellen dat burgers verbetering verwachtten, maar die bleef uit. Met de economie in vrije val heeft het regime geen rode cent (en hoe dan ook geen hart voor zijn burgers); bondgenoten Rusland en Iran hebben voor dit soort dingen geen geld over; China kijkt nog de kat uit de boom; en Europa en de Verenigde Staten weigeren in wederopbouw te investeren zolang Assad geen werkelijke hervormingen heeft doorgevoerd dan wel weg is (liefst). Maar Assad blijft natuurlijk, en zonder hervormingen.

Bovengenoemde Arabische minister (voor alle zekerheid: geen Syrische) wees erop dat alle aandacht nu is gericht op Idlib en het noorden meer in het algemeen. Het zuiden is vergeten, zei hij. Maar op de puinhopen in het zuiden groeien extremisme en geweld in het algemeen. Het Syrische Observatorium voor Mensenrechten, dat cijfers van de oorlog bijhoudt, telde alleen al in de provincie Dera'a tussen juni 2019 en eind december meer dan 215 aanslagen, met verscheidene daders. En het geweld blijft niet binnen de Syrische grenzen; het gaat ook de omliggende landen bedreigen.

Er zijn geen scholen, geen ziekenhuizen, er is geen werk, geen hoop, zei de minister. Het Europese alles of niets – alleen investering in wederopbouw als Assad is geketend – werkt niet. Hij pleitte voor overleg in kleine internationale kring, een paar Europese landen, een paar Arabische, om op de een of andere manier scholen, ziekenhuizen, infrastructuur weer op te bouwen. Ik mocht het absoluut geen wederopbouw noemen, bezwoer hij toen ik daarnaar vroeg, „stabilisering” is het steekwoord. En dan zo ver weg uit handen van Assad als mogelijk.

De minister staat niet alleen. De gezaghebbende International Crisis Group kwam in november ook met een dergelijke suggestie. Met volle kracht wederopbouwen helpt in de eerste plaats Assad. Maar helemáál geen hulp vergroot de instabiliteit met alle gevolgen van dien. Verkommerende burgers, een mislukte staat, steeds weer opflakkerende oorlog. En wie dat aangaat: denk maar niet dat de vluchtelingen terug kunnen.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.