Reportage

De docenten leren ‘aan’ te staan zodra ze uit de tram stappen

Veiligheid op school Hoe maak je een school veilig? Bewaking? Poortjes? Op een Rotterdamse praktijkschool leren kinderen voor zichzelf op te komen.

De keukenmessen en hamers van het Praktijkcollege Centrum in Rotterdam hangen open in de lokalen. Het aantal schorsingen, zo’n vijftien per jaar, bleef in al die jaren gelijk.
De keukenmessen en hamers van het Praktijkcollege Centrum in Rotterdam hangen open in de lokalen. Het aantal schorsingen, zo’n vijftien per jaar, bleef in al die jaren gelijk. Foto’s Robin Utrecht

In het centrum van Rotterdam, net achter de Nieuwe Binnenweg, zit in een statig oud pand een praktijkschool met tweehonderd leerlingen. De jongeren worden opgeleid tot vakkenvuller, schoonmaker, of garagehulp. Ze zijn van achttien nationaliteiten en hebben het thuis niet altijd makkelijk.

De school kreeg een goede beoordeling van de schoolinspectie. Het Praktijkcollege Centrum, zo heet de school, kreeg daar sinds 2015 het stempel ‘excellente school’ bij. Het juryrapport laat zien dat dit niet vanzelfsprekend was: „De leerlingen vonden een aantal jaren terug de school een plek waar je maar beter niet kon zijn. Nu ervaren leerlingen de school als een plaats waar je gezien en gekend wordt […].”

De vraag aan directeur Jamie Visser is hoe je een school veilig maakt. De aanleiding is de noodkreet dit weekend van een directeur van een scholenkoepel in het speciaal onderwijs. Zij waarschuwde voor toenemend geweld op scholen, tot aan een doorgeladen pistool en explosies toe. Jongeren hebben vaker drugs en wapens bij zich en docenten zijn bang. „En het is niet exemplarisch voor speciaal onderwijs”, zegt Mariëtte van Leeuwen van die scholenkoepel iHUB aan de telefoon. Ze wil dat gemeenten meer doen. „Elke beveiliger op school betekent een onderwijsassistent minder in de klas. Daar is onderwijsgeld niet voor bedoeld.”

Bij de ingang van Het Praktijkcollege Centrum staan geen detectiepoortjes en er lopen geen beveiligers rond. Jamie Visser kwam hier twaalf jaar geleden, toen nog als onbevoegd docent. De inspectie bestempelde de school in die tijd nog als ‘zwak’. „Er was nog nauwelijks lesmateriaal voor praktijkscholen”, vertelt ze aan een grote houten tafel in een docentenkamer met hoge ramen. Om de tafel staan stoelen in vrolijke kleuren. „Niemand wist wat de leerlingen na vijf of zes jaar eigenlijk moesten weten. We konden ze geen perspectief bieden. Als je 32 uur in de week op school zit en nog net geen kleurplaat voor je neus krijgt, dan ga je klieren.”

Vieze kleren op school wassen

Visser werd teamleider, locatiedirecteur en directeur van nog twee andere praktijkscholen op Rotterdam-Zuid. Ze verdubbelde het aantal uren van het ondersteuningsteam, onder wie een orthopedagoog, een maatschappelijk werker, een schoolverpleegkundige. Als een leerling lang met vieze kleren rondloopt, biedt ze aan dat die zijn of haar kleren voortaan op school wast. Achter in het zorglokaal staan wasmachines.

Leerlingen hebben het 06-nummer van hun mentor, dat van Visser staat op de site. Nu belt een moeder haar in het weekend dat het gezin ineens naar het buitenland moet en hoe dat moet met school. „Vroeger waren we dan op maandagochtend ineens een kind kwijt.”

Er kwamen huisbezoeken bij alle leerlingen, een of twee keer per jaar. Een diverser schoolteam. Kapotte materialen worden direct vervangen.

Haar kantoor is altijd open, haar tas en portemonnee liggen daar. ‘We vertrouwen jullie’, vertellen de docenten de leerlingen keer op keer. Visser: „Deze kinderen hebben zelfvertrouwen nodig. Als je je hele leven dingen zes keer moet vragen voor je het snapt terwijl kinderen die naar havo of vwo gaan het in één keer snappen, dan doet dat iets met je.”

Kinderen krijgen hier les in omgaan met hun emoties, of met kritiek

Taal en rekenen, zegt ze, zijn hier echt niet het belangrijkst. Kinderen komen te laat op hun stage omdat ze geen klok kunnen kijken. Ze krijgen les in omgaan met hun emoties, of met kritiek. Hoe ze een reis met het openbaar vervoer moeten plannen. Ze leren dat het niet erg is om iets vaak te vragen. En als een ander daarom lacht, dat iets over de ander zegt. En ook dat anderen foto’s die jij op sociale media deelt, misschien minder grappig vinden.

Er kwamen duidelijke regels, die hangen in alle lokalen, zoals: ‘Wij geven een hand bij binnenkomst’ en ‘Wij leveren onze telefoons in aan het begin van de les’. De kapstokken hangen in de klas. Oortjes gaan uit, geen petten en capuchons op, geen energiedranken in school. Voor docenten, bezoekende ouders of agenten zijn de regels niet anders. De docenten leren al ‘aan’ te staan zodra ze de tram uit komen, of van hun fiets stappen. Ze lopen niet door, maar spreken leerlingen ook buiten school aan. En ja, docenten leren ook hoe ze met agressief gedrag omgaan, van leerlingen en ouders.

Het aantal schorsingen, zo’n vijftien per jaar, bleef in al die jaren gelijk.

Foto Robin Utrecht

Visser probeert nieuwe vormen van criminaliteit voor te zijn. Een docententraining in het herkennen van ‘loverboys’ rond meisjes, in 2013. Over ‘geldezels’ in 2014 en aansluitend de cursus ‘smart met geld’ voor de leerlingen. Radicalisering, lang voor de aanslagen in Parijs.

Nu gaat de aandacht uit naar de besprekingen over leerlingen met externe partijen. Dat waren er ooit vier, zoals wijkteam of jeugdzorg, nu zijn het er „soms wel tien of twaalf”. Leerlingen mogen nu zelf vertellen waar ze hulp bij nodig hebben. „Dat kunnen ze opvallend goed. Dan zeggen ze: ‘Help me mijn boosheid anders te uiten’, of ‘Help me mijn eigen keuzes te maken’.”

Het aantal geweldsincidenten op deze school nam in al die jaren niet toe, er zijn geen wapens of drugs op school, zegt Visser stellig. De keukenmessen en hamers hangen open in de lokalen. Het aantal schorsingen, zo’n vijftien per jaar, bleef in al die jaren gelijk.

Haar zorgen over leerlingen gaan niet zozeer over agressie of drugs, die gaan over andere dingen. Armoede, verwaarlozing. Ze heeft leerlingen die er alles aan moeten doen om overeind te blijven. Leerlingen die zonder eten naar school komen. Zie dan nog eens aan leren toe te komen.

Jamie Visser werkt vaak in de avonden en weekenden, bevestigen ook betrokkenen van buiten school. Wat haar niet lukt is om het beeld van praktijkonderwijs te veranderen. „Laatst was ik met twee trotse leerlingen op een voorlichtingsavond waar een docent uit groep acht zei dat zij gelukkig geen kinderen had die naar praktijkonderwijs moesten. Als zo’n docént dat al zegt. Dat maakt me woedend.”