Reportage

Carnaval in Tilburg: ‘coronapret’ en keiharde wind

Carnaval Vele carnavalsoptochten werden afgelast door de harde wind. Het feesten ging wel door. De actiegroep Kick Out Zwarte Piet vroeg aandacht voor racisme.

Dat de Grote Optocht wegens de harde wind niet doorging, maakte deze ‘kruikezeikers’ in Tilburg niet veel uit.
Dat de Grote Optocht wegens de harde wind niet doorging, maakte deze ‘kruikezeikers’ in Tilburg niet veel uit. Foto Merlin Daleman

Voor het eerst werd zondag de Grote Optocht van Kruikenstad, tijdens carnaval de naam van Tilburg, afgelast. Althans, voor zover het collectieve geheugen van de Tilburgse carnavalsstichting reikt. Niet eens de bijna constante regen, maar vooral de harde wind, met windstoten van 75 tot 90 kilometer per uur in het zuiden, waren een risico. De praalwagens zijn soms wel tien meter hoog.

Lees ook Kick Out Zwarte Piet nu ook alert op carnaval

De afgelasting kwam zaterdagmiddag niet als een verrassing. Vrijdag maakte de organisatie van het carnaval in Eindhoven (‘Lampegat’) al bekend de optocht daar niet door te laten gaan door de slechte weersvoorspellingen. „Zuur” voor alle „Lampegatters en Lampegatterinnekes”, noemde burgemeester John Jorritsma het. Ook in andere Noord-Brabantse en Limburgse dorpen en steden zijn optochten afgelast.

De optochtencommissie in Tilburg had al dagen alternatieve scenario’s klaarliggen, vertelt voorzitter van de carnavalsstichting Patrick Dewez zaterdagavond in de bar van het Mercure Hotel. Buiten klinkt het feestgedruis van het grote centrale podium aan de Heuvel („Het leven moet een feestje zijn”).

Voordat het besluit viel de optocht af te gelasten overwoog het stichtingsbestuur, dat nauw overleg voer met de gemeente, een ‘light’-versie. Dewez: „De wagens zouden dan niet boven de 2,30 meter uit mogen komen. Dus hoge, soms uitschuifbare, delen hadden dan van de wagens gemoeten.” Vooral in de lange straten is het risico op groot, zegt Tijmen Bergen, secretaris van de stichting. „Er komen tussen de 100.000 en 130.000 mensen op de optocht af. Het risico dat een wagen omvalt is te groot.”

Eén troost voor de bouwers van de praalwagens: de optocht is verzet naar 22 maart. Dan is het halfvasten, de vierde zondag en halverwege de vastentijd tot Pasen. Dewez: „Het zou zonde zijn als we er niks mee doen, de bouwers hebben er maanden of zelfs een jaar aan gewerkt.”

Niet al te zwaar

Verderop in de straat staat het vol feestvierders onder caféluifels. Wie er niet onder past, danst in de regen mee („Handen in de lucht!”). Aan de bezoekers van een shoarmatent is duidelijk af te zien dat het feest tegen tien uur ’s avonds al een tijd onderweg is.

Er dient zich een veertiger aan in een wit asbestpak en een mondkapje op. Teun Jonas heeft nog geen andere mensen gezien met een ‘coronapak’ vanavond. „Alleen een vriend van mij heeft het ook gemaakt.” Wat de reacties op zijn kostuum zijn. „Ja, mensen vinden het best grappig, sommigen kuchen dan als ze mij zien. Maar ik krijg ook wel negatieve reacties, of ze vragen of het wel zo’n goed idee is.”

Tuurlijk, de uitbraak is heel erg, zegt Jonas. „Maar met carnaval moeten we het ook niet allemaal zo zwaar nemen, je moet ook gewoon grapjes kunnen maken.” De stickers (‘Corona. Besmet met pret’) heeft hij zelf gemaakt. „Wil je er ook één?”

De optocht is verzet naar 22 maart, halverwege de vastentijd tot Pasen

Donderdagmiddag maakte de actiegroep Kick Out Zwarte Piet bekend dat ze in verschillende steden zouden gaan ‘monitoren’, om aandacht te vragen voor racisme tijdens carnaval. „We willen dat iedereen in Noord-Brabant dit jaar even stilstaat bij racisme, stereotyperingen en kostuums”, zegt Marike Stam van de actiegroep aan de telefoon. „De bedoeling was dat we met individuen of tweetallen rondlopen en letten op blackface (zwartgeschminkte gezichten). Maar ook indianenkostuums komen nog veel voor, en we letten dit jaar ook op verwijzingen naar Covid-19 en Aziatische stereotyperingen.”

Al die kostuums zijn door leden van de groep inmiddels gezien. „We hebben alleen zoveel negatieve reacties en zelfs bedreigingen gehad dat we ons niet veilig voelden om foto’s te maken.” Ook riep de actieroep mensen op meldingen te maken van racistische kostuums bij de meldpunten voor discriminatie in hun eigen stad.

Schrobbelèr

Zondagochtend kwart voor tien. Het centrum van Tilburg is nog stil, de wind hard en het regent soms horizontaal. In de buurt van het stadhuis doemt de carnavalsmuziek pas weer op („Het is een nacht”).

De Stadhuisstraat, een steeg met cafés naast de Heikese Kerk, is overdekt en al druk met tientallen vroege vogels. In Café de Boekanier organiseert vereniging ‘Dok mar deur’ (‘Betaal maar door’) het jaarlijkse ontbijt waar leden én (voormalige) carnavalsprinsen van de stad zometeen worden verwacht.

Carnaval in Tilburg. Foto Merlin Daleman

Jan Paul Remmers, zelf oud-prins, staat net als veel anderen alweer met een biertje in zijn hand. „De eerste carnavalsoptocht was in 1964”, vertelt hij. „Daarvoor was carnaval nog verboden door de kerk. Die had hier in Tilburg nog heel veel te zeggen.”

Hij belt met een van de bouwers in de hal net buiten de stad waar de praalwagens staan. „Vooral voor hen is het heel naar dat het is afgelast, dit was natuurlijk de dag waar het om draait. Maar ze komen zo ook naar de stad om het dan maar hier te vieren.”

Op het podium opent de verenigingsvoorzitter het ontbijt, met de mededeling dat het hoe dan ook een feestje wordt, „aan het weer kan het toch niet liggen.” Dienbladen met tientallen shotglaasjes schrobbelèr gaan rond. „Ja”, zegt een dame die het uitdeelt, „eigenlijk is dit waar we mee afsluiten. Maar we beginnen er ook de dag mee.”