Zeeland wil níét ‘als vakantieprovincie’ eindigen

Compensatie voor kazerne Zeeuwen zijn nog altijd boos over het besluit de marinierskazerne niet naar hun provincie te verplaatsen. Waarmee moet de kabinetsgezant komen om hen te compenseren? Ideeën genoeg.

Aan de rand van Vlissingen, bij de plek waar de marinierskazerne zou komen.
Aan de rand van Vlissingen, bij de plek waar de marinierskazerne zou komen. Foto’s Ans Brys

Leugenachtig. Bedonderd. Onbetrouwbare overheid. Vrijwel niemand in Zeeland heeft een goed woord over voor het kabinetsbesluit om de verhuizing van de marinierskazerne naar Vlissingen af te blazen. „Er zijn staatssecretarissen voor minder afgetreden”, zegt burgemeester Jan Lonink (PvdA) van Terneuzen over VVD-bewindsvrouw Barbara Visser, die een debat in de Tweede Kamer ternauwernood overleefde. Ook bestuurders van de gemeente Vlissingen zijn gefrustreerd. Wethouder Albert Vader: „Het had met name de Zeeuwse Kamerleden van de coalitiepartijen gesierd als ze de motie van afkeuring van de SGP hadden gesteund. Dat was een sterk signaal geweest naar de bevolking hier. Deze staatssecretaris heeft tijdens het debat negentien keer haar excuses gemaakt. Maar toen twee weken geleden in een gesprek op het ministerie na twee uur praten het hoge woord er bij haar uit kwam, dat als het aan Defensie lag de verhuizing niet zou gebeuren, toen was het aantal excuses naar ons nul komma nul.”

De verleiding is groot te blijven hangen in verdriet en woede. „We hebben twee ton voor niets uitgegeven”, constateert Louis Filius, gepensioneerd leraar maatschappijleer en voorzitter van de naturistenvereniging die haar camping ten behoeve van de mariniers moest ontruimen en enkele kilometers verderop een nieuwe naaktlocatie heeft moeten inrichten. „We zaten hier prachtig”, zegt hij, staand op de voormalige vuilnisbelt en turend naar traag passerende containerreuzen op de Westerschelde. Het restaurant is verdwenen, het zwembad voor de kinderen, van de jeu-de-boules-baan zijn de contouren nog zichtbaar, in de verte ligt een oude plastic stoel. „Die hele verhuizing is voor niets geweest.”

Als binnenkort de verontwaardiging in Zeeland wellicht is gezakt, is het tijd te bedenken hoe de provincie deze klap te boven komt. Waar moet de ‘gezant’ van het kabinet mee komen om de Zeeuwen te compenseren? Er is ongeveer veertig miljoen euro uitgegeven aan de voorbereidingen, zoals de bouw van een gloednieuwe rotonde op weg naar de locatie; er is volgens commissaris van de koning Han Polman (D66) „onbetaalbare” imagoschade; en er zijn gederfde inkomsten: ongeveer 28 miljoen euro per jaar, en dat gedurende pakweg veertig jaar. „De effecten op de economische structuur van de compensatie moeten vergelijkbaar zijn met die van de komst van de mariniers”, zegt Ton Veraart, ondernemer en fractievoorzitter van D66 in de Zeeuwse Provinciale Staten. Hij schatte eerder de schadevergoeding op ongeveer twee miljard euro en schreef onlangs een open brief aan vicepremier Hugo de Jonge (CDA), toen die op televisie deze claim als niet realistisch afdeed. Veraart: „Wat is dan wel realistisch? We hadden de marinierskazerne hard nodig. Krimpen doen we in Zeeland niet. Maar we zijn wel aan het vergrijzen. Onze beroepsbevolking is te klein. Nergens is de arbeidsmarkt zo krap als hier, we hebben het laagste werkloosheidscijfer van het land. De kazerne zou tot meer inwoners hebben geleid. Ik vergelijk het met de komst van de fabriek van Dow Chemical naar Terneuzen, in de jaren zestig. Ik heb met de kinderen van de mensen die daar kwamen werken in de klas gezeten. Dat zijn Zeeuwen geworden.”

Sociaal-economische impuls nodig

Zeeland heeft een sociaal-economische impuls hard nodig. Zonder serieuze investeringen eindigt Zeeland als een „vakantieprovincie”, waarschuwt Herman Lelieveldt, inwoner van Middelburg en als politicoloog verbonden aan University College Roosevelt, een kleine instelling gelieerd aan de universiteit Utrecht. „Er wordt steeds ruimte gegeven aan toerisme. Lokale bestuurders zwichten voor deze industrie. Deze eenzijdige economische ontwikkeling gaat ten koste van de leefbaarheid.” Het zou volgens hem van „symbolische waarde” zijn als het kabinet ter compensatie een rijksdienst in Zeeland zou vestigen. Of de komst zou bevorderen van een grote universiteit. „Twente heeft na de textiel een universiteit gekregen. Maastricht kreeg na de steenkolen een universiteit.”

Het is de analyse die veel Zeeuwen maken: er zijn volop banen, maar het aanbod van die banen is niet divers genoeg. Er zijn banen in de techniek en de horeca en de zorg. Maar daarbuiten is het „moeilijk zoeken”, zegt burgemeester Lonink van Terneuzen. „We zijn economisch booming, maar we hebben een tekort aan jonge mensen. Er is onvoldoende aansluiting op kennisinstituten.” Er is voldoende werk te krijgen in de onlangs gefuseerde havens van Vlissingen, Terneuzen en Gent, en bij Dow Chemical bijvoorbeeld. Maar om in Zeeland te willen wonen, moet je levenspartner óók een leuke baan kunnen vinden. „Dus moet de diversiteit aan banen groter worden. We hebben onvoldoende kantoorachtige functies.”

Dat tekort is niet verwonderlijk, als je bedenkt dat een paar jaar geleden veel rijksinstellingen uit Zeeland zijn vertrokken: onder meer Belastingdienst; Kadaster; rechtbank; Koninklijke Marechaussee. Daarmee waren zestienhonderd banen gemoeid. „Voor dat verlies had de kazerne ook een compensatie moeten zijn”, stelt de Vlissingse wethouder Vader (Partij Souburg Ritthem). Hij sprak laatst een aantal scholieren die vertelden dat ze niet van plan waren later in Zeeland te blijven. „Ze wilden aan de Universiteit Leiden studeren, want dat is een prestigieuze instelling, zeiden ze. Daar zijn jongeren gevoelig voor. Daarna terugkomen wilden ze niet. Ze willen innovatieve banen.”

Excelleren in water, voedsel, energie

Zeeland moet doen waar het goed in is, en waar de ligging aan bijdraagt: kennis ontwikkelen op het gebied van water, energie en voedsel. „We zijn soms te bescheiden over wat we al wel doen”, zegt Ton Brandenbarg, voorzitter van de wetenschappelijke raad Zeeland. „De compensatie zou een versterking moeten zijn van wat we al doen.” Er komt binnenkort een joint research center in Middelburg voor onderzoek en onderwijs; er is geld voor uitbreiding van University College Roosevelt met kennis over water, energie en voedsel; er zijn plannen voor een „kennisinnovatiecentrum” dat onderzoek naar vraagstukken als klimaatverandering en zeespiegelstijging moet bundelen. Brandenbarg: „Wij willen excelleren op deze terreinen. Waar kun je beter dit soort vraagstukken bestuderen dan in Zeeland, met de Oosterschelde als proefgebied, de kust van Vlaanderen en Nederland dichtbij, en de Westerschelde met de haven van Antwerpen die met de gevolgen van klimaatverandering te maken krijgt?”

Investeren in infrastructuur

Tenslotte, zeggen de Zeeuwen, zijn ook investeringen in infrastructuur meer dan welkom. Een snelle autoweg van Vlissingen naar Rotterdam. Een snellere trein naar de Randstad. Politicoloog Herman Lelieveldt: „De treinreis naar Amsterdam duurt tegenwoordig een half uur langer dan vroeger.” Een verbeterd goederenvervoer per spoor naar Vlaanderen is ook gewenst, zegt Jan van Mourik, manager belangenbehartiging van werkgeversorganisatie VNO-NCW Brabant Zeeland. „Vlaanderen is belangrijk voor Zeeland. Je kunt Zeeland beschouwen als een uithoek van Nederland, maar ook als centrum van een welvarende regio.” Toch moeten we de behoefte aan snelle verbindingen niet overdrijven, althans niet voor de auto, stelt D66-Statenlid Ton Veraart: „Ik heb een kantoor in Rotterdam. Daar rij ik een uur over. Dat is in de rest van de wereld een rondje om de haven.” Nog belangrijker dan een nieuwe snelweg vindt hij een investering die tot in de verre toekomst draagt. „Ik noem de buitenhaven van Vlissingen. Die is ooit aangelegd door gemeente, provincie en Rijk. Nog steeds vinden daar allerlei activiteiten plaats. Na negentig jaar.”