Opinie

Therapie tegen hijgerige politiek

Marike Stellinga

De koning zei al in de Troonrede op Prinsjesdag dat de menselijke maat uit het zicht verdwijnt. Hij had het over de instanties die voor burgers „het gezicht van de overheid” zijn; uitvoerders als de Belastingdienst en uitkeringsverstrekker UWV. Allemaal kampen ze met problemen, en de koning gaf er een bondige analyse van de oorzaken bij: „verouderde ict, personeelstekorten en te veel te gedetailleerd beleid, waardoor de uitvoering te ingewikkeld wordt.” Medewerkers van uitvoeringsorganisaties staan hierdoor soms voor een onmogelijke opgave, aldus de koning op aangeven van het kabinet.

De koning is niet de eerste en niet de enige. Eigenlijk is die analyse van de problemen bij uitvoerders al vaak kraakhelder en scherper opgeschreven. Onlangs door Piet Hein Donner in zijn onderzoek naar de toeslagenaffaire bij de Belastingdienst bijvoorbeeld. Al veel eerder door de Raad van State, door de Rekenkamer, door topambtenaren. Informateur Herman Tjeenk Willink schreef er zelfs een vermanende notitie over tijdens de formatie van het kabinet in 2017.

Je kunt je dus met recht afvragen waarom de Tweede Kamer in maart er nóg een keer onderzoek naar gaat doen, een parlementair onderzoek zelfs. Zeker ook omdat vorige week vrij geruisloos een nieuwe studie van ambtenaren verscheen over de problemen bij Belastingdienst, UWV, DUO en SVB. Hun analyse voegt een wezenlijke oorzaak toe die het kabinet in de Troonrede verzweeg: de bezuinigingen.

Er werd na de crisis van 2008 fors op uitvoerders bezuinigd, terwijl de taken vaak toenamen, en de regels gedetailleerder werden. Het gevolg: de uitvoerders bezuinigden op het contact met burgers. Jarenlang ging het bij de aansturing van de uitvoerders alleen over ‘efficiency’, zuinig doen, nu moet de menselijke maat terug. Dat vergt een enorme cultuurverandering.

Wat mij het meest uit het rapport bijblijft, zou ik ‘politieke regeldrift zonder moed’ willen noemen. Telkens werden de afgelopen tien jaar allerhande sociale regelingen veranderd, maar alleen voor nieuwe gebruikers, niet voor bestaande. „Omwille van politiek draagvlak mag niemand erop achteruitgaan”, schrijven de ambtenaren. Het gevolg: de uitvoerders moeten verschillende groepen burgers met verschillende rechten bedienen. Zo „is in alle stelsels een kluwen van overgangsregelingen en uitzonderingen ontstaan”.

De ambtenaren wijzen in het rapport herhaaldelijk op de rol van de Tweede Kamer hierin. Ze schrijven over de regelreflex van politici, over zigzagbeleid, over de wens zeer specifieke groepen burgers te bedienen, en over de neiging om „de complexiteit van hun wensen voor de uitvoerbaarheid te onderschatten”. Eigenlijk vragen ze om regeldiscipline.

Het rapport is onderdeel van een project van minister Wouter Koolmees (D66, Sociale Zaken) om de dienstverlening van de overheid te verbeteren. Nog een reden om je af te vragen waarom de Tweede Kamer zelf onderzoek gaat doen. Toch kán dat parlementaire onderzoek heel nuttig zijn. Als de Tweede Kamer heel helder te horen krijgt welke grote rol het zelf speelt in de problemen bij de uitvoerders. En als door het zelf te onderzoeken beter doordringt wat de Kamer zelf moet veranderen. Je kunt namelijk iets weten, je kunt de analyse honderd keer hebben gelezen. Maar dat betekent nog niet dat je zo’n inzicht doorleeft én voorleeft.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.