Jens Nygaard Knudsen, bedenker van het legopoppetje, overleden

Als hoofd ontwerp bij Lego bedacht de Deen Jens Nygaard Knudsen een figuurtje waar al meer dan veertig jaar mee wordt gespeeld.
De minifig zoals Jens Nygaard Knudsen die in 1978 bedacht.
De minifig zoals Jens Nygaard Knudsen die in 1978 bedacht. Foto The Lego Group

Jens Nygaard Knudsen, de bedenker van het wereldberoemde legopoppetje, is overleden. De Deen stierf woensdag op 78-jarige leeftijd, melden medewerkers van de speelgoedproducent. „Hij laat een liefhebbende vrouw na, drie kinderen, twee kleinkinderen en meer dan acht miljard kleine plastic mensjes die in de fantasie van kinderen tot leven zijn gebracht”, schreef Lego-ontwerper Mark John Stafford vrijdag op Twitter.

Knudsen werkte sinds 1968 voor LEGO en was jarenlang hoofd ontwerp bij het bedrijf. In die rol bedacht hij in 1978 de minifigur, het bekende modulaire, gele plastic poppetje met beweegbare armen en benen. LEGO kon menselijke figuren goed gebruiken. De huizen en dorpen die al sinds de jaren vijftig met de blokjes gebouwd konden worden, waren vrijwel al die tijd onbewoond gebleven.

Het Systeem

De minifig, zoals het beroemde legopoppetje tegenwoordig meestal wordt genoemd, was niet de eerste poging om leven in de legowereld te krijgen. Enkele jaren eerder werd een gezinnetje met ronde hoofdjes, slungelige armen en onbeweeglijke benen geïntroduceerd. Leuk, vond men toen, maar qua schaal sloten ze totaal niet aan bij de rest. Veel te groot. Het was aan Knudsen om er échte Lego van te maken.

Om van een plastic figuurtje een serieus te nemen legopersonage te maken, moest hij beter passen in wat binnen LEGO wel Het Systeem wordt genoemd: de heilige verzameling van legowetten waardoor al die neutrale, modulaire blokjes al sinds de uitvinding (het patent is op 28 januari 1958 om twee voor twee ‘s middags aangevraagd, vermeldt het bedrijf trots) op elkaar passen. Door dat slungelige gezin werden de wetten met voeten getreden. Niet alleen omdat hun schaal niet paste in Het Systeem, maar ook doordat ze nauwelijks ruimte lieten voor de verbeelding en bouwdrift van het kind dat ermee speelde.

Om fantasieruimte te maken kreeg de eerste echte minifig geen natuurlijke huidskleur en geen herkenbaar geslacht. Ze begonnen als gele astronauten, met een helmpje dat erop en eraf kan en plaats kan maken voor opklikbaar haar. Hun handjes zijn zo ontworpen dat ze iets vast kunnen houden, schouders en polsen zijn beweegbaar. Hun voeten sluiten aan op de blokjes, de benen buigen om te zitten of lopen. Op hun gezicht een enigmatische glimlach.

Acht miljard

Zo neutraal als de eerste minifigs, zijn legopoppetjes al lang niet meer. Al jaren bestaan ze ook met andere gezichtsuitdrukkingen, natuurlijke huidskleuren en een breed scala aan kapsels, kleren, beroepen en accessoires. Volgens BrickLink, een website die álle minifigs in kaart heeft gebracht, zijn er al 11.861 verschillende varianten ontworpen. Er zijn zelfs films en games over de poppetjes gemaakt.

„Ik geloof niet dat ik als kind ooit lego aangeraakt had als er geen LEGO Minifigure was geweest”, schreef de huidige ontwerpchef Matthew Ashton in reactie op de dood van zijn voorganger Knudsen. „Ze waren voor mij het instappunt, ze gaven al die andere stukjes plastic een leven, persoonlijkheid, inspiratie en een verhaal.” Dat de wereld nu grofweg evenveel legopoppetjes als mensen telt, doet vermoeden dat Ashton daarin niet de enige is.