Hoe Den Haag wéér, voor de zoveelste keer, door de knieën gaat voor de boer

Deze week: een bijna-crisis op dinsdag, en: de nederlaag van D66 in het stikstofdossier.

Ofwel: hoe de boeren, voor de zoveelste keer in vijftig jaar, de aanvallen op hun sector wisten af te slaan.

Het wonderlijkste van Rutte III is misschien wel hoe coherent de coalitie blijft overkomen – zeker gezien alle interne commotie.

Dinsdag was het wéér bal. Een column in De Telegraaf, waarin stond hoe de coalitietop binnenskamers eerder een talmende ChristenUnie dwong in te stemmen met het handelsverdrag met Canada (Ceta), leidde tot nieuwe beroering.

Speculaties over wie had gelekt. Speculaties over motieven: wilde een van de coalitiepartners de CU provoceren zodat de partij van Gert-Jan Segers uit het kabinet stapte?

In elk geval was dinsdagmiddag extra beraad in het Torentje nodig. Rutte deed, hoorde je achteraf, authentiek boos. Andere aanwezigen benadrukten dat ze het lek onjuist en ongepast vonden.

Het klonk vroom, maar het maakte de schade niet ongedaan. „Mensen creëren een onveilige sfeer”, zei een betrokkene achteraf. „Ze spelen met vuur.”

Want als zich opnieuw een kwestie voordoet waarbij één van de coalitiepartijen moet inschikken om het kabinet te redden, zal de bereidheid nog minimaal zijn.

„Dan wordt het heel moeilijk”, zei de betrokkene.

Intussen ging het werk dus gewoon door. Den Haag beleefde opnieuw een boerenweek.

Als je niet al te goed oplette kon je denken dat de boerensector nog altijd wordt bedreigd. Weer protest van Farmers Defence Force (FDF). De melkveesector die alternatieve stikstofdata moet presenteren.

Allemaal beeldvorming. Want juist deze week kwam vrijwel vast te staan dat de boeren, met methoden die ze in het stikstofdossier vijftig (!) jaar terug al hanteerden, de aanvallen op hun sector hebben afgeslagen.

Daarom waren de klagende boeren op het FDF-protest woensdag ook best eigenaardig. Kind met snoepzak eist meer snoep.

Want in alle (technische) maatregelen die zijn aangekondigd sinds de stikstofuitspraak van de Raad van State acht maanden terug, hebben boeren niet één verplichting opgelegd gekregen. Niet één.

Wel discussieerde de coalitie binnenskamers intensief over een vrijwillige opkoopregeling, waarbij melkveehouders hun bedrijf tegen betaling sluiten.

Dan zou in theorie de voorkeur van D66-Kamerlid Tjeerd de Groot – halvering van de veestapel – mogelijk zijn geweest.

Maar donderdag bleek dat we deze kabinetsperiode geen substantiële krimp van de veestapel meer krijgen.

Dit zit zo. Begin deze maand schreef Carola Schouten (Landbouw, CU) de Kamer dat ze zo’n opkoopregeling in „ambtelijke voorbereiding” heeft. Alleen: zo’n regeling kun je pas invoeren na een toets door de Europese Commissie op verboden staatssteun. Tegen de Kamer zei de minister donderdag dat ze haar plan „in het gunstigste geval” deze zomer aan Brussel kan voorleggen. En aangezien de Commissie zeker zes maanden nodig heeft voor een beoordeling, komt er op zijn vroegst begin volgend jaar helderheid – als de verkiezingscampagne al loopt.

Ergo: dat gaat deze kabinetsperiode niet meer gebeuren.

Je hoort dan: maar er is al een opkoopregeling voor varkenshouders. Punt is alleen: varkens produceren relatief weinig stikstof, en die maatregel stond al in het regeerakkoord van 2017, dus verband met de stikstofuitspraak van de Raad van State is er niet.

De enige stikstofmaatregel waarmee het kabinet de veestapel misschien een beetje inkrimpt, draait om veehouders die zelf besluiten te stoppen, en hun bedrijf vrijwillig verkopen aan de overheid. Alleen: ook dat plan moet de minister nog „uitwerken”.

Leg deze riante behandeling van boeren even naast die van andere ondernemers. Er zijn vuurwerk- en tabakshandelaren die door rijksbeleid hun bedrijf moeten sluiten. Geen politicus heeft plannen hun panden op te kopen, niemand rept van staatssteun. Maar boeren protesteren al maanden – met succes – tegen regelingen waarin ze betááld krijgen voor stopzetting van hun bedrijf.

De omgekeerde wereld.

En ze brengen nogal wat teweeg. In Brabant sneuvelde een coalitie nadat FDF het CDA bedreigde, zodat nu gewerkt wordt aan samenwerking van VVD en CDA met FVD. In Den Haag accepteerde de VVD inperking van de maximumsnelheid, en liggen stikstofmaatregelen voor de luchtvaart op tafel. De bouw blijft alarmerende berichten afgeven over teruglopende omzetten door te weinig stikstofruimte.

Terwijl data van het RIVM laten zien dat dat de landbouw, met 46 procent van de stikstofneerslag, verreweg de grootste veroorzaker van de stikstofcrisis is.

Maar je had het kunnen weten: bij die cijfers legt de landbouwsector zich ook niet neer. Zo gebeurde het woensdagmorgen dat CDA-Kamerlid Jaco Geurts in procedureoverleg – agendapunt 21 – regelde dat er een hoorzitting komt met het Mesdagfonds. De club, gelieerd aan de melkveehouderij, die de volgende dag alternatieve stikstofdata zou publiceren.

Het verhaal circuleerde al weken, het Mesdagfonds kreeg heel Den Haag op de been. Het oogmerk was Trumpiaans: nieuwe data presenteren die verwarring wekken over de stikstofdata van het RIVM, zodat de feiten in het stikstofdossier uiteindelijk voor iedereen zoek raken.

De bijdrage van de landbouw zou geen 46 maar 23 procent zijn, aldus het fonds, gesteld dat je al hun aannames wilde volgen. Intussen herhaalde directeur Jan Cees Vogelaar van het Mesdagfonds dat er volgens hem „geen stikstofprobleem is”.

En ik dacht: waar ken ik deze aanpak van?

Dertig jaar geleden, in 1990, schreef ik in NRC voor het eerst over negatieve gevolgen van stikstof in veevoer. Wat was het geval: een wetenschappelijk medewerker van het ministerie van Landbouw bleek decennia te hebben gewaarschuwd voor bodemvervuiling door stikstof en fosfaat, die via overbemesting werden toegevoegd aan de bodem.

De ambtenaar heette C. Henkens, een gepromoveerde bodemkundige die voor het ministerie de vorderingen in de wetenschap bijhield. Hij vertelde me dat hij Den Haag in 1965 voor het eerst mondeling op het probleem wees, en documenteerde zijn zorgen nadien in talrijke ambtelijke nota’s, waarvan hij de originelen had bewaard.

Het interessante is: ook toen al ontkende de landbouw het probleem, en ook toen al wist de landbouw de feiten zoek te maken – Henkens’ nota’s verdwenen zelfs uit het departementale archief.

En toen medio jaren tachtig, twintig jaar te laat, Landbouw voor het eerst maatregelen nam tegen mestoverschotten, ontstaan door stikstof en fosfaat in veevoer, zei de toenmalige minister, wijlen Gerrit Braks, dat bij zijn aantreden in 1980 op zijn departement „niemand enig idee van [deze] vervuiling had”.

Henkens kon het tegendeel moeiteloos aantonen. De Rekenkamer bevestigde dit later.

Het was erger. Ook andere wetenschappers, van het CBS en het toenmalige Limnologisch Instituut, hadden geprobeerd het probleem tijdig in kaart te brengen.

CBS-onderzoeker R. Hueting vertelde dat het ministerie steeds „nieuwe bezwaren” tegen zijn onderzoeksopzet maakte. Ze hielden hem gewoon tegen, concludeerde hij achteraf. Toen hij in de jaren tachtig de minister zag verklaren dat Landbouw nooit van dit probleem had geweten, smeet hij, zei hij, zijn televisie uit het raam.

Anders gezegd: de opstelling van de landbouwsector tegenover de wetenschap deze week, staat in een even lange als droevige traditie.

Zoals de bescherming van de veehouderij onder Rutte III ook in een even lange als droevige traditie staat.

En hoe fragiel deze coalitie ook is: je zou wel hopen dat ze, na al die decennia, inzien dat ze niet wéér kunnen blijven talmen.