Opinie

Griep-griep-hoera!

Youp

Koorts. Dat had ik deze week. Zaterdag begon het. Griep. En dan krijg je mondkapmopjes en Coronagrapjes over je heen. Van de dokter mocht ik zondag mijn bed in. Maar daar lag ik al. Mild ijlend bodemloos diep te slapen. Woensdag moest ik weer spelen en de dokter beloofde mij dat ik dan weer enigszins zou kunnen praten. Dat is gelukt.

Maandagmiddag werd ik voor het eerst wakker en keek ik als echte nieuwsjunk op mijn telefoon. Of ik iets belangrijks gemist had? Ja! Het gruwelijke bericht dat het uit was tussen Bridget en Dreetje. Dit kon niet waar zijn. Onmogelijk. Door mijn koortsige hoofd dansten de liefdesfoto’s van het dampende duo. Niet alleen geplaatst door ranzige roddelhyena’s, maar ook door henzelf. Gretig en ongelimiteerd. Per keer dat ze elkaar genotsvol vacuüm zogen werd daar een selfie van gemaakt. En op het internet geflikkerd. Iedereen moest weten hoe verliefd ze waren. Ik vroeg me af of ze de bijbehorende teksten bij deze liefdesplaatjes al op hun gloeiende lijven hadden laten tatoeëren. Bij hem was niet veel plek meer. Bij haar gelukkig wel.

Ondertussen droomde ik door. Ik wilde Memphis Depay op mijn rug laten tatoeëren. Omdat hij tegenwoordig meer in God dan in Rolls Royces gelooft. En dat hij daarom wonderbaarlijk genezen is. Jezus is gestorven aan het kruis. En dan die kruisband van Memphis. Toeval bestaat niet. Opeens stond Arie Boomsma aan mijn bed. Die had Jezus juist verlaten. Arie raadde mij een eigentijdse gezichtstatoeage aan. Dan was ik pas echt hip. Ik stemde toe. Ik wilde verlepte bloemen op mijn wangen en op mijn voorhoofd de tekst: Ik ben niet gek! Het liefst getekend door Kamagurka. En dat ik daar dan de rest van mijn leven mee mocht rondlopen. Toen kwam mijn vrouw mij vertellen dat ze zich wilde laten ombouwen tot labradoedel. Op verzoek van onze kleindochter die graag een hondje wil.

Woensdag werd ik weer wakker. Mijn vrouw was nog vrouw en mijn gezicht ongeschonden. Alleen dat van Bridget en haar toyboy bleek waar te zijn. Ik wenste hen op Facebook, Instagram en Twitter heel veel sterkte in deze moeilijke uren. Van de dokter mocht ik het toneel op. Stoned van de paracetamol sprak ik ’s avonds het publiek toe, waarna ik weer in mijn bed verdween. Donderdag bleef ik daar. Wel iets meer terug op de wereld. Of hallucineerde ik nog een beetje? Dat dacht ik toen ik hoorde dat Ralph Hamers niet voor het geld naar een Zwitserse bank gaat. Dat schijnt hij serieus gezegd te hebben. Waarvoor doet hij het dan wel? Hebben ze daar schonere toiletten? Houdt hij van skiën? Jodelen? Zwitserse chocolade? Of trekt de flitsende Zwitserse humor hem die kant op? Ik schudde mijn inmiddels koortsvrije kop en wist dat het een grapje van Ralph was geweest. Hij gaat goed voor de mondiale miljardairscentjes zorgen. Zo blij dat hij dat wil doen.

Net op het moment dat ik dacht ik geheel hersteld was verscheen de ronduit onsympathieke staatssecretaris Barbara Visser aan mijn bed. Ze vertelde dat mijn voorstelling donderdag gewoon doorging, maar ik hoefde niet naar Vlissingen. Ik speelde die avond in Apeldoorn. Ik vroeg of de Zeeuwen wisten dat het was afgelast, waarop die enge VVD-mevrouw zo hartverscheurend hard begon te lachen. Ze krijste dat die Zeeuwen niet moesten zeuren. Dat ze dom en debiel waren en dat dat nou eenmaal het leven was. Dat tegenvallers daarbij hoorden.

Maar ik wilde naar Vlissingen. Met hen had ik een contract. En ik hou van de Zeeuwen. Toen zei ze dat ik een watje was. Een slappe zak. En dat ze blij was dat ik niet bij haar op Defensie werkte. Dat ze in het leger echte mannen nodig hadden. Jongens van ‘een man een man een woord een woord’. Kerels. Die niet bang waren voor een verandering in hun kleinburgerlijke bestaan.

Zwetend schrok ik wakker. En liep een uur later totaal genezen het toneel van Carré op.