Opinie

Europa doet alles half. Altijd

In Europa

Op 5 februari zei premier Rutte tegen Europees president Michel dat de ‘vrekkige vier’, als nettobetalers aan de Europese meerjarenbegroting, „niet zien waarom wij meer zouden betalen”.

Wat dat betekent, kon je meteen de volgende ochtend zien. Toen stapte Laura Kovesi het Europees Parlement binnen. De Roemeense werd vorig jaar met fanfare binnengehaald als eerste Europese openbare aanklager. In Roemenië had Kovesi, oud-basketballer in het nationale team, als aanklager jarenlang ministers, ambtenaren en zakenlui op de huid gezeten wegens corruptie. Ze deed dat zo voortvarend dat de regering haar ontsloeg en probeerde te verhinderen dat ze de Europese baan kreeg.

Terwijl president Michel de kaasschaaf greep om de frugal four te paaien, vertelde Kovesi de Europarlementariërs over haar kantoor in Luxemburg, de European Public Prosecutor’s Office (EPPO), dat corruptie met Europees geld moet opsporen en oplichters in staat van beschuldiging moet stellen. Het zou later dit jaar open moeten gaan.

Nou, dat lukt niet, zei Kovesi. Er lagen drieduizend zaken, vooral BTW-fraude – in potentie kan EPPO tientallen miljarden per jaar terughalen. Maar ze had maar vier medewerkers.

Er zijn toch 29 medewerkers?, vroeg een parlementariër. Ja, antwoordde Kovesi, maar 25 daarvan zetten de IT en de administratie op.

De vier overige moeten alle zaken analyseren. Dossiers die ontvankelijk worden verklaard, worden doorgestuurd naar nationale aanklagers. Alle 22 lidstaten die aan EPPO meedoen, hebben beloofd twee aanklagers beschikbaar te stellen. Deze 44 aanklagers moeten, in gemengde groepjes, achter Europese corruptiezaken aan. Maar sommige landen maken niemand vrij. Andere leveren alleen parttimers, die het Europese werk erbij doen. Van de 44 aanklagers heeft ze er nu 32 en een kwart. Ja: een kwart.

Dan hebben alle deelnemende lidstaten een bestuurslid bij EPPO. Zo houden ze greep op Europese instellingen. Alleen Malta benoemt niemand. Zonder voltallig bestuur kan EPPO niet beginnen.

De hele zitting staat op video. Hier zie je hét grote probleem van Europa in een notendop: lidstaten besluiten constant om allerlei dingen Europees te doen die ze zelf niet kunnen (zoals miljardenfraudes met BTW opsporen) en vervolgens verdommen ze het om het benodigde geld en middelen beschikbaar te stellen. Alles moet op een koopje, altijd. Daarom doet de EU altijd alles half. Het is alsof lidstaten Europa geen succes gunnen.

Europa moet ‘geopolitiek’ denken, zegt Rutte steeds. Toch schrapt de Europese buitenlandse dienst, mede door zijn vrekkigheid, elk jaar banen. Europa moet internetgiganten aanpakken, roept iedereen. Maar voor enorme zaken tegen Google heeft de EU vier, vijf man, terwijl Google zo tachtig advocaten inhuurt. Lidstaten willen dat Frontex tienduizend grenswachten krijgt om de buitengrenzen te beschermen – de burger wil immers veiligheid. Maar in de kostenraming daarvoor hebben ze 43 procent gesneden. In de ontwerpbegroting voor EPPO is 30 procent gehakt. Ook Eurojust en Europol krijgen extra taken, maar te weinig geld om die naar behoren uit te voeren.

Dit is de tragiek van Europa: nationale regeringen nemen geen verantwoordelijkheid voor een project dat zeventig jaar vrede en voorspoed heeft gebracht. Met hun vrekkigheid helpen ze het naar de knoppen. Een ondermaats presterend EPPO wordt een lachertje voor fraudeurs en schurken: grote woorden, nul daden. Geen wonder dat burgers eurosceptisch worden en denken: het zal wel.

Als je wilt dat Europa floreert en burgers de toegevoegde waarde zien, moet je het omgekeerde doen: die aanklagers een paar miljoen meer sturen, zodat ze miljarden kunnen binnenhalen.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.