Taghi: ‘Geld maakt ons geen mannen’

Misdaad Twee grote moordprocessen bleken deze week nauw met elkaar verweven te zijn. Hoofdverdachte Ridouan Taghi speelt in beide een centrale rol.

Flat in de Utrechtse wijk Overvecht, waar een liquidatie gepleegd is die een rol speelt in het strafproces.
Flat in de Utrechtse wijk Overvecht, waar een liquidatie gepleegd is die een rol speelt in het strafproces. Foto ANP

Twee strafzaken, één verdachte opdrachtgever, twee kroongetuigen en een klein kerkhof vol slachtoffers. De cijfers uit de twee grootste strafzaken die op dit moment lopen in Nederland zijn onvoorstelbaar. Opgeteld draait het in deze zaken – Marengo en Eris – om 10 voltooide moorden en 18 moordpogingen of opdrachten daartoe. En dat aantal kan nog toenemen, in beide zaken wordt nog onderzoek gedaan.

In het afgelopen decennium is in Nederland een keiharde oorlog gevoerd. De motor van dit geweld is de handel in cocaïne, een miljardenmarkt waarin Nederland met zijn open grenzen en grote havens een cruciale draaischijf is. Het geweld achter deze handel komt samen in twee strafzaken die nu spelen bij de rechtbanken in Amsterdam en Midden Nederland. De eerste – de zaak Eris rond Caloh Wagoh-oprichter Delano R. – is afgelopen week besproken. De tweede – de zaak Marengo – wordt komende week behandeld. Het zijn twee afzonderlijke zaken met één gemene deler: ze draaien om professionele moord op bestelling.

Het Openbaar Ministerie stelt dat de 42-jarige Marokkaanse Nederlander Ridouan Taghi de man is achter verreweg de meeste moordopdrachten die in deze twee strafzaken worden onderzocht. Tussen september 2015 en september 2017 zijn volgens justitie 24 moordopdrachten door Taghi verstrekt. Dat is gemiddeld één per maand. In ten minste acht gevallen is het doelwit daadwerkelijk vermoord.

Volgens justitie stuurde Taghi op afstand meerdere moordploegen aan per PGP-telefoon, waarmee versleutelde berichten kunnen worden verstuurd. In een recente analyse stelt de recherche dat Taghi die berichten verstuurde onder valse namen, zoals Enemy for all motherfuckers en Heaven and hell for my enemys.

Uit die berichten kan worden afgeleid dat Taghi in ruil voor „pap” – straattaal voor geld – loyaliteit eist. „U moet nu plaatsnemen met ons”, zegt Taghi volgens de recherche in een van die berichten. „Wy (sic) veranderen niet. Vraag alle jongens sir, met en zonder werk, zyn met elkaar tot de dood. Geld is een instrument dat maakt leven makkelyker. Maar het maakt ons geen mannen.”

Oorlog op meerdere fronten

Uit dossierstukken en informatie die het Openbaar Ministerie de afgelopen jaren heeft prijsgegeven bij tussentijdse zittingen kan worden afgeleid dat Taghi betrokken was bij verschillende onderwereldconflicten. Een daarvan speelt in Utrecht en gaat terug naar het begin van deze eeuw. Een tweede conflict speelt in Amsterdam en is bekend geworden als de Mocro-oorlog. En als gevolg van de moorden die in deze conflicten zijn gepleegd, ontstonden weer nieuwe vetes.

Het geweld leidt uiteindelijk tot een voor de buitenstaander onontwarbare kluwen liquidaties waarbij daders slachtoffer worden omdat geweld in de onderwereld nu eenmaal vaak met geweld wordt beantwoord.

Volgens justitie en politie is Taghi een van de centrale figuren geweest in dit onderwereldconflict. Een rol die hij bij monde van zijn advocaat overigens nadrukkelijk ontkent.

In dossierstukken valt te lezen dat Taghi voor het uitvechten van de conflicten een leger aan uitvoerders tot zijn beschikking had. In de twee strafzaken waarin deze serie moorden wordt onderzocht, vervolgt justitie naast Taghi zelf nog eens 32 verdachten, evenredig verdeeld tussen Marengo en Eris. Het zijn volgens justitie twee verschillende dadergroepen die onderling geen contact hadden. Daarom worden deze twee groepen ook apart vervolgd.

Marengo draait om liquidaties die zijn voorbereid en gepleegd tussen eind 2015 en begin 2017, waarbij Taghi werd bijgestaan door een groep mannen rond de broers Saïd en Mohammed R. In de loop van 2017 is Taghi volgens justitie overgestapt naar een andere moordploeg onder leiding van Delano R., de oprichter van motorclub Caloh Wagoh.

In de tijd komen deze twee zaken samen in januari 2017. Het onderzoek Marengo eindigt met een liquidatie op 12 januari 2017 waarbij Hakim Changachi wordt aangezien voor iemand anders. Na die vergismoord stapt Nabil B. naar de politie omdat hij vreest voor repercussies van zijn baas en de familie van Hakim Changachi, die Nabil goed kende. Nabil B. klapt kort daarop uit de school over het geweld en sluit een kroongetuigedeal.

Volgens justitie is Ridouan Taghi na die vergismoord overgestapt op een nieuwe ploeg huurmoordenaars. Tijdens een tussentijdse behandeling van de zaak tegen de groep mannen rond Delano R. stelde het OM deze week dat Delano R. zich mocht bewijzen door ene Justin Jap Thong te vermoorden. Justin was vermoedelijk als chauffeur betrokken bij de vergismoord op Changachi, maar weigerde daarna nog mee te werken aan een hernieuwde opdracht voor het oorspronkelijke doelwit.

Daarom is hij op 31 januari 2017 vermoord, zo vertelde een tweede kroongetuige. Hij heet Tony de G. en was lid van motorclub Caloh Wagoh, van Delano R. Naast de betrokkenheid van Taghi als opdrachtgever is dat de opvallende tweede parallel tussen de onderzoeken Marengo en Eris. Beide strafzaken zijn gestart op basis van verklaringen van een spijtoptant. Ze werkten beiden voor een moordbrigade van Taghi en waren zelf betrokken bij de uitvoering van meerdere liquidaties.

Afgesplitst

Bij de bespreking van de voortgang van de strafzaak Marengo, komende week, zullen de twee hoofdverdachten niet aanwezig zijn. Saïd R. zit in afwachting van zijn uitlevering naar Nederland vast in Colombia, waar hij enkele weken terug is aangehouden. Ridouan Taghi zit na zijn uitlevering door Dubai sinds december 2019 wel in een Nederlandse cel.

Toch zal hij waarschijnlijk niet aanwezig zijn bij de eerste tussentijdse behandeling van zijn zaak, die plaats heeft op vrijdag 6 maart. Volgens zijn advocaat Inez Weski zal haar cliënt niet verschijnen omdat hij het er niet mee eens is dat zijn zaak los van de medeverdachten in het Marengo-proces wordt behandeld. Of Taghi ooit zal moeten verschijnen in de zaak Eris is nog onduidelijk. „We hebben nog niet besloten of we Taghi zullen vervolgen in de zaak Eris”, vertelde de officier van justitie deze week aan de rechtbank. Wanneer die beslissing valt, is niet bekend. Het OM heeft nog even tijd. De inhoudelijke behandeling van beide strafzaken begint, zo is de verwachting nu, op zijn vroegst in 2021.