Opinie

Twistgesprek: bouw woningen wel/niet in het groen

Woningen bouwen in het groen? Ja, anders bouwen we niet snel genoeg, stelt . Nee, die waardevolle open ruimte krijg je nooit meer terug, zegt . Een twistgesprek per e-mail onder leiding van .
Twistgesprek

Het tekort aan woningen in Nederland is „historisch groot”, schreef minister Van Veldhoven (Wonen, D66) deze week. Ze doet een beroep op provincies en gemeenten die moeten besluiten over locaties en aantallen, om bouwplannen te versnellen en uit te breiden. Want er zijn honderdduizenden woningen nodig de komende jaren. Vorige maand betoogde denktank DenkWerk: die woningen moeten ook buiten de steden, in het groen en op het platteland gebouwd worden. Hoogleraar vastgoed Piet Eichholtz is het daarmee eens: we hebben zo snel zo veel nieuwe woningen nodig, dat red je niet in de steden. GroenLinks-Kamerlid Laura Bromet is er tegen: oerhollandse weilanden moeten we beschermen, voor de grutto, en voor de recreërende stedeling. Eichholtz en Bromet twisten over de stelling: bouw woningen in het groen.

Piet Eichholtz is PE, Laura Bromet is LB.

PE: „Om de tekorten op de woningmarkt op te lossen is grootschalige woningbouw de enige uitweg. Binnenstedelijk bouwen lijkt mooi, maar is altijd kleinschalig en in de buurt van belanghebbende buurtgenoten die lang protesteren. Dat schiet niet op. Ook kunnen we alleen met fabrieksmatig bouwen het tekort aan bouwvakkers compenseren. Dat kan slechts als we, net als vroeger, grootschalig denken.”

LB: „De grote steden hebben plannen klaar liggen om op korte termijn duizenden woningen te bouwen. Zaanstad: 20.000 woningen. Amsterdam: 50.000 woningen. Dat kunnen ze binnenstedelijk, bijvoorbeeld op oude bedrijventerreinen. Dat is niet voor niets: ook stedelingen willen genieten van natuur dicht bij de stad. Elke Amsterdammer kan na een kwartier fietsen genieten van rust en ruimte rond de stad.”

PE: „De korte termijn is bij binnenstedelijk bouwen een zeer rekbaar begrip. De ervaring leert dat het vele jaren duurt voordat plannen op dit soort locaties daadwerkelijk woningen opleveren. Een goed – of juist slecht – voorbeeld is de nieuwe woonwijk in de Amsterdamse Houthavens. Daarvoor zijn de eerste plannen al bijna twintig jaar oud, maar de wijk is nog steeds niet klaar.”

LB: „Alsof je morgen kunt beginnen met bouwen in een weiland! Alleen al nieuwe infrastructuur aanleggen om de woonwijk bereikbaar te maken kost jaren en jaren. We hebben in het verleden gezien wat er gebeurde met de Vinex-wijken, woonwijken in het groen. Veel van de bewoners van die wijken staan dagelijks in de file om bij hun werk in de stad te komen.”

PE: „Uiteraard duurt het ook even voor je in het groen kan bouwen, maar dat kan wel meteen op veel grotere schaal. En die schaal is heel hard nodig, want de laatste CBS-voorspellingen geven aan dat we er de komende tien jaar nog circa een half miljoen huishoudens bij krijgen. Dat soort aantallen kunnen we niet huisvesten door alleen binnenstedelijke bedrijventerreinen en kantoren te herontwikkelen.”

LB: „Dit horen we al jaren. Meestal van projectontwikkelaars die rond de steden de weilanden hebben opgekocht in de hoop er op een dag te kunnen bouwen. Wat deze ontwikkelaars weiland noemen, is heel vaak cultuurlandschap. Het is het oerhollandse landschap waar al zo veel van is verdwenen. Waar de grutto, onze nationale vogel, broedt, en waar je de stad even kunt ontvluchten voor een wandeling of fietstocht.”

Lees ook: Woningzoekenden naar de groene weiden van Flevoland verbannen zonder eerst te onderzoeken of er dichterbij bouwlocaties zijn? Onverdedigbaar – Bouwen in het groen? Een schijndiscussie

PE: „De paradox is juist dat die projectontwikkelaars slapend rijk worden van de schaarste op de woningmarkt, die we vrolijk in stand houden met de illusie dat we alles in de stad kunnen oplossen. Ik spreek wel eens zo’n ontwikkelaar. Wat zij vindt van het huidige overheidsbeleid? ‘Een tragedie voor het land, maar heerlijk voor mij!’ Natuurlijk moeten we heel zorgvuldig omgaan met de waardevolle cultuurlandschappen die we nog hebben. Maar er is nog genoeg open land dat niet bijster interessant is, zoals de zuidelijke Haarlemmermeer.”

LB: „Blij dat je zegt dat we zorgvuldig moeten omgaan met de waardevolle cultuurlandschappen. Het tragische is echter dat alle beschermingsregimes die het Rijk had, de afgelopen jaren zijn afgeschaft. Daarmee is de open ruimte vogelvrij geworden. Natuurlijk gaat binnenstedelijk bouwen niet vanzelf. Maar op het moment dat je weilanden aanwijst voor grootschalige woningbouw, komen die binnenstedelijke plannen helemaal niet meer van de grond.”

PE: „Nu komen we ergens! Het Rijk moet de regisserende rol weer naar zich toetrekken. Op nationaal niveau moeten we de keuzes maken voor de landschappen die we willen beschermen. Als we het aan de gemeentes en de provincies overlaten, dan is verrommeling het gevolg. Dat zie je bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen. We moeten én het minder waardevolle groen bestemmen voor grootschalige woningbouw, én tegelijk de binnenstedelijke plannen doorzetten, want die hebben we net zo hard nodig. Dat levert verschillende woonmilieus op, die passen bij verschillende bevolkingsgroepen.”

LB: „Elke gemeente haar eigen bedrijventerrein, dat is mij ook een doorn in het oog. Of die grote dozen voor distributiecentra. Ze schieten als paddenstoelen uit de grond. Maar ik blijf er toch bij dat de tijd van grote uitbreidingswijken voorbij is. De Nederlandse natuur is in slechte staat, geen land in Europa waar we zo slecht zorgen voor de natuur. Terwijl we een van de rijkste landen van de wereld zijn! We zijn een klein land, waar verschillende functies dicht bij elkaar zijn gelegen. Wonen, landbouw, natuur. Als we dat allemaal belangrijk vinden, moeten we efficiënt met de ruimte omgaan. En dat betekent bouwen waar gewerkt wordt en openbaar vervoer is.”

Lees ook: Wonen in de duinen bij Almere, nu Amsterdam en Utrecht te duur zijn

PE: „Met die zorgvuldigheid ben ik het helemaal eens. We zijn gewoon een te klein land om in het wild te gaan bouwen. Maar dat hebben we in het verleden ook niet gedaan. De Nederlandse ruimtelijke ordening stond wereldwijd bekend om de zorgvuldige afwegingen in het ruimtegebruik. Met als resultaat dat we ondanks onze bevolkingsdichtheid nog veel open ruimte hebben en tegelijk in staat zijn geweest burgers een goede woning te bezorgen tegen een aanvaardbare prijs. Dat is niet meer het geval. Als we het woningaanbod niet snel in evenwicht brengen met de vraag, dan kunnen onze kinderen straks geen woning meer betalen. Dat is onacceptabel.”

LB: „Het is voor veel mensen nu al onbetaalbaar om een huis te huren of kopen. En dat vind ik ook verschrikkelijk. Maar dat is niet alleen het gevolg van te weinig bouwen. Woningbouwcorporaties die een verhuurdersheffing moeten betalen, alleenstaande ouderen die in (te) ruime eengezinswoningen wonen, woningen die gebruikt worden als vakantiewoning: allemaal aspecten die van belang zijn als je het evenwicht dat je noemt, wil bereiken. De nood is hoog, maar het zou zonde zijn als we keuzes maken die onomkeerbaar zijn. Een weiland dat bebouwd wordt is voor altijd verloren als open ruimte. Als we economie leidend laten zijn en ecologie negeren, zijn we op de lange termijn verder van huis.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.