Straffen tot 22 jaar cel in zaak Bredase cafémoord

Corné R. In 2017 werd een Bredanaar doodgeschoten bij een café. De rechtbank veroordeelde de schutter, de vermoedelijke opdrachtgever en een betrokken chauffeur.
De rechtbank van Breda.
De rechtbank van Breda. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Corné R., de man die in 2017 een Bredanaar doodschoot in een café in de stad, heeft 22 jaar gevangenisstraf gekregen. De rechtbank veroordeelde vrijdagochtend ook twee andere betrokkenen tot ieder 18 jaar cel.

Peter van der Linde (60) werd op 6 januari 2017 vermoord toen hij buiten voor een café stond in het centrum van de stad. De schutter schoot hem neer met een automatisch vuurwapen, en wist te ontkomen in een auto. In de kroeg werd de verjaardag gevierd van Piet S., die volgens het Openbaar Ministerie opdracht gaf tot de moord. Corné R. bekende later dat hij zelf de schutter was geweest, maar er zou geen sprake zijn geweest van een vooropgezet plan. R. zou ruzie hebben gehad met Van der Linde vanwege een schuld en op het feest „zo boos” zijn geworden op het slachtoffer dat hij schoot.

Undercover bekentenis

In een zitting herhaalde R. vorige maand dat hij geen opdracht had gekregen van medeverdachte S., maar dat geloven de rechters niet. De rechtbank spreekt in het vonnis van een „kille en geplande afrekening”, die door de drie verdachten nauw werd afgestemd. Het motief is volgens de rechtbank niet duidelijk, maar „het lijkt om een schuld te gaan”.

Lees meer over de inzet van undercoveragenten bij moordzaken

Tegen de 45-jarige R. was 26 jaar cel geëist. Tegen de vermoedelijke opdrachtgever S. en David J., de man die het OM ervan verdenkt de vluchtauto te hebben gereden, werd 24 jaar geëist. J. vertelde aan undercoverpolitieagenten over de zaak, waarin hij aangaf dat hijzelf en S. betrokken waren bij de moord. Die verklaring trok hij later weer in.

Het gebruik van de undercoveragenten vormde een heikel punt in de zaak. De advocaat van J. noemde de betrokken agenten onbetrouwbaar, maar volgens de officier van justitie is er op de juiste manier gewerkt. Ook de rechtbank stelt dat de derde verdachte „geen druk is opgelegd of dwang gebruikt om meer informatie te geven”.