Recensie

Recensie Boeken

Stilstaan is geen optie, de mensen in dit boek moeten voort

Enne Koens Personages in haar sterke, onderling samenhangende verhalen rommelen maar wat aan. De een wil zijn leven veranderen, de ander nergens bij horen.

‘Natte sinaasappels, natte sla’: het regent op de markt en iedereen spoedt zich voort, ergens heen. Het ene doel is nog belangrijker dan het andere. Maar onder hen is Hanna, verdoold in een auto, met ‘een vis’ op schoot. Deze ‘vis’ is zojuist, onder pijnlijke krampen, uit haar gekomen: ‘Het heeft een kleine staart, een heel groot hoofd. Zijn handjes draagt het tegen zijn borst geplakt. Zijn beentjes opgetrokken. [...] Zo zullen ze hem onthouden. [...] Dit.’

In Stamina, een thematisch sterke verhalenbundel van Enne Koens (1974), rommelen de personages zich een weg door het leven, de ene keer snakkend naar verandering of contact, de andere keer juist vervuld van het verlangen nergens bij te horen en niet verder te hoeven. Stilstaan is echter nooit echt een optie, voort moeten ze, al hollen ze nog zo dikwijls – in één verhaal zelfs letterlijk – in het donker.

Olifant

Koens schrijft over diverse stadia in een mensenleven. De ene keer vanuit een oude vrouw op haar sterfbed, de andere keer vanuit een kleine jongen die zijn gloednieuwe mobiel per ongeluk aan een olifant voert. Hij raakt daarmee de enige manier om contact te houden met zijn plotsklaps emigrerende vader, kwijt.

Koens, die doorgaans voor kinderen schrijft en nu voor het eerst sinds 2007 weer voor volwassenen, schreef een verhalenbundel waarin de verhalen onderling samenhangen. Het hoofdpersonage van het ene verhaal speelt een bijrol in het andere, waardoor er en passant een ander licht op iemand geworpen wordt. Dit maakt de bundel van vorm prettig losjes en verrassend.

Die zwier hebben de verhalen wat de stijl betreft helaas niet: Koens is geneigd te veel toe te lichten, waardoor het gebodene af en toe zelfs naar kitsch neigt. Het is dan onnodig expliciet en wordt zijig. ‘Liefje, je bent niet alleen hè [...]. Ik zal altijd voor je zorgen, dat weet je toch? [...] Alles komt goed, liefje, ook als alles blijft zoals het nu is. [...] Als dit het is, is het meer dan genoeg.’

Verliefd

Op andere momenten weet Koens gelukkig wel te doseren. Pijnlijk en geestig tegelijk is de reactie van een vrouw als ze ontdekt dat haar man verliefd is op een ander: ‘Ja schat, dat is heerlijk en ik vind het heel leuk voor je, maar dat gaat weer over’.

Ook een opsomming als deze, afkomstig van een angsthaas, is pijnlijk en geestig tegelijk: ‘Wat het ook is, het zal zichtbaar worden en iedereen zal het herkennen. Langzaam zal ik vergroeien, veranderen [...]. Stinken. Niet kunnen bewegen. Schijten. Mezelf niet kunnen schoonmaken. Lichaamsdelen missen. Bij de ingang van de winkel staan met een krantje.’

In een van de sterkste verhalen drukt een vrouw zich ’s avonds na een rondje hardlopen tegen het raam van haar huis. Ze hoopt haar echtgenoot, binnen in de kamer, aan het schrikken te maken, zoals ze daar bewegingloos staat, een zombie, hallo. Condens vormt zich rondom haar als een halo. Maar hij ziet haar niet. Zich onbespied wanend ruimt hij de tafel af, dansend terwijl hij niet van dansen houdt. Ze weet niet wat ze ziet, wie is die man en sinds wanneer kan hij dansen? Moet ze hem zeggen wat ze zag, eenmaal binnen, of juist niet?