Opinie

Schijnprecisiegeneeskunst

Martijn Katan

Wie alcoholica drinkt heeft meer kans op borstkanker. Maar wat heb je aan die kennis? De meeste vrouwen krijgen zelfs van vier wijntjes per dag nog geen borstkanker. Je wilt weten of jij het krijgt als je drinkt. De gepersonaliseerde geneeskunde of precisiegeneeskunde streeft ernaar om ons per persoon te vertellen wat wij gaan krijgen en hoe we dat kunnen voorkomen. Gaat dat lukken?

Het is een oud geloof dat verschillende mensen verschillend reageren op voedsel of drank. Neem eidooiers. Die verhogen het cholesterol in het bloed, maar de een leek daar gevoeliger voor dan de ander. Men sprak van ‘hyperresponders’ en ‘nonresponders’. Toen ik begon in de voeding wou ik uitvinden wat er in de darmen of de lever van die mensen aan de hand was waardoor ze zo verschillend reageerden. Dat moest een test opleveren waarmee ik per persoon kon meten hoeveel eieren voor hem of haar nog gezond waren.

Bingo!

Daarom verstrekten we in januari 1982 aan honderd vrijwilligers dagelijks al hun eten en drinken, twee weken zonder eieren en toen twee weken met twee eidooiers per dag. De reactie van de cholesterolniveau’s in hun bloed liep na twee weken enorm uiteen. Bingo! Maar toen deed ik iets wat nooit gedaan werd: ik liet in maart dezelfde mensen hetzelfde onderzoek opnieuw ondergaan. En in september nog eens. Steeds waren er grote verschillen in de stijging van het bloedcholesterol, alleen waren veel hyperresponders uit januari in maart nonresponder geworden en in september midresponder, of omgekeerd.

Die zogenaamde verschillen in gevoeligheid berustten dus grotendeels op toevallige uitschieters. Als mensen opnieuw werden getest, vielen de resultaten heel anders uit. Wat daar achter zit is dat het cholesterolniveau in het bloed van nature op en neer gaat. Vergelijk het met gewicht. Stel dat je vriendin en jij de spinaziemethode uitproberen om snel af te vallen: je neemt vóór elk ontbijt een blaadje spinazie, weegt je aan het begin en na twee weken en jawel, twee kilo eraf! Maar je vriendin is niets afgevallen. Is zij een spinazie-nonresponder? Welnee, die spinazie doet niets, het schijnbare effect van spinazie berust in werkelijkheid op natuurlijke fluctuaties van het lichaamsgewicht. Een maand later had het andersom kunnen zijn.

Wie wordt er ziek?

Toen ik inzag dat individuele verschillen in gevoeligheid grotendeels toevallige fluctuaties zijn gaf ik de zoektocht naar een eierentest op. Maar dankzij dna-onderzoek is individuele gevoeligheid terug op de agenda. Bij sommige geneesmiddelen lijken dna-analyses te helpen bij het vinden van de juiste dosis, maar veel claims over individuele gevoeligheid voor voeding of medicijnen berusten op een eenmalig gemeten reactie. Het is blijkbaar spannender om iemand tot hyperresponder te verklaren en naar de bijbehorende genen op zoek te gaan dan te checken of diegene een maand later nog steeds hyperresponder is.

Belangrijker nog dan die responsen op korte termijn zijn verschillen op lange termijn: wie wordt er ziek en wie niet? Geclaimd wordt dat iemands genen voorspellen welke ziekten hij over tientallen jaren gaat krijgen. Je kunt dna-tests bestellen via internet, je stuurt wat spuug op en krijgt dan te horen welke ziektes je te wachten staan en hoe je moet eten om die te voorkomen. Meestal klopt daar weinig van. Maar ook serieuze laboratoria kunnen op grond van dna-analyses nog niet betrouwbaar voorspellen welke ziekten iemand wel of niet gaat krijgen.

Een uitzondering vormen bepaalde erfelijke vormen van borstkanker, hartziekten en de ziekte van Alzheimer. Daarbij heeft het zin om bij de kinderen te onderzoeken of zij het gen hebben geërfd van hun ouders. Maar die erfelijke vormen zijn zeldzaam, meestal zijn ernstige ziektes niet te voorspellen.

Zulke mensen bestaan niet

Nieuwe dna-tests gaan dat niet snel oplossen. Erfelijke aanleg verklaart namelijk maar voor een beperkt deel waarom de één een ziekte krijgt en de ander niet. Zelfs complete kennis van zowel het dna als de omgeving voorspelt niet voor 100 procent wanneer iemand ziek wordt. Anders zouden mensen die dezelfde genen hebben en hetzelfde hebben geleefd, op hetzelfde moment kanker moeten krijgen. Zulke mensen bestaan niet, maar ons lichaam heeft wel een linker- en een rechterhelft, met dezelfde genen en hetzelfde verleden. Beide borsten hebben identiek dna en hebben hetzelfde meegemaakt op het gebied van zwangerschap, alcohol, vetzucht en sporten. Toch is kanker in twee borsten tegelijk een zeldzaamheid; als de ene borstkanker krijgt, blijft de andere meestal nog lang gezond. Hoe kan dat? Dat komt door die optelsom van onvoorspelbare gebeurtenissen die toeval heet. Het is onverdraaglijk dat je zomaar ziek kan worden, maar het is wel waar.

Het dna-onderzoek heeft veel gedaan voor de geneeskunde, bijvoorbeeld voor de kankertherapie, en die vooruitgang gaat door. Maar de precisiegeneeskunde gaat je niet vertellen of juist jij borstkanker krijgt van vier wijntjes per dag. Je kunt je kansen verbeteren door niet te drinken, niet te lang te wachten met je eerste baby en veel te bewegen, maar voor de rest kun je er alleen het beste van hopen.

Martijn Katan is biochemicus en emeritus hoogleraar voedingsleer aan de Vrije Universiteit. Voor bronnen zie mkatan.nl.