‘De bezorger is het afvoerputje’

Zap Rambam bracht een schandalig systeem van getrapte uitbuiting haarscherp in beeld: van webwinkel tot pakketgigant en onderaannemer, tot en met de bezorger die werkt tegen stukloon.
Yora Rienstra en Filemon Wesselink als falende pakketbezorgers in Rambam.
Yora Rienstra en Filemon Wesselink als falende pakketbezorgers in Rambam. Foto BNNVARA

Vraag een Nederlander op straat naar zijn mening over pakketbezorgers en het klinkt of een tsunami van malafide bezorgers op een speciale missie over het land is gespoeld met als enig doel om de levens van miljoenen goedwillende Nederlanders te versjteren. Ze zijn „irritant”, ze „leveren alles verkeerd”, „ik moet altijd naar de buren toe”. En ze gooien pakjes in kliko’s. Slechts een zeer damesachtige dame zei vol bewondering: „Het lijkt mij een heel zwaar beroep.”

De bittere consumentenverwijten waren donderdag voor Rambam (BNNVARA) het beginpunt voor een sterk staaltje participerende uitzoektelevisie. Toen verslaggever Yora Rienstra informeerde naar de mogelijkheid van een baan, kreeg ze te horen dat ze alleen om uit de kosten te komen al 160 pakjes per dag op de juiste bestemming moest zien af te leveren. Niks voor een vrouw, concludeerde de telefoniste alvast in haar plaats.

Op reportage met een bezorger stapelden de problemen zich op als een wankele toren veelvormige dozen achterin een versleten bestelbusje. Daar was de dertig kilo zware printer al – en dan moest je de ontvanger nog uitleggen dat het ding echt maar tot aan de deur werd bezorgd. Terwijl de klok doortikte, want elke minuut telt. Tekenend was het verhaal van Sait, de geduldige, vriendelijke en populaire modelbezorger uit modelstad Naarden: hij werd ontslagen omdat hij zijn targets niet haalde. Slechts een petitie van de bewoners wist zijn baan te redden.

Een poging van Rambam-verslaggevers om zelf 170 pakjes op een dag weg te brengen, strandde dramatisch. Zelfs 28 pakjes in anderhalf uur leidde tot grote achterstanden, onderling chagrijn en het balorig gooien van een lege doos op het balkon van de buren van een geadresseerde. Uiteindelijk reed men met de vrachtrestanten naar het hoofdkantoor van PostNL met de mededeling: „We hebben hier wat pakjes voor de buren, kunnen we die hier achterlaten, anders moeten we ze in de kliko gooien.” De grap werd nog beter doordat een verbouwereerde portier zei: „Maar we hebben geen kliko.”

De lol was er wel af toen de voorlichter van het postbedrijf naar beneden was gekomen en niets wilde weten over het uitknijpen van bezorgers. Dat zouden ze bij PostNL nooit doen. Als er iets misging met een pakje lag dat aan de bezorger. „We hebben daar regels voor.”

Intussen werd een schandalig systeem van getrapte uitbuiting haarscherp in beeld gebracht: van de webwinkel tot de pakketgigant en de onderaannemer, tot en met standaard leasecontracten voor bestelbusjes en het de facto laten werken van mensen tegen stukloon, ook als dat niet mag.

„De prijsstelling van de grote bezorgbedrijven is veel te strak. De bezorger is het afvoerputje”, zei Etienne Hardeveld van de FNV. „De bedrijven weten het allemaal, maar ze doen of ze het niet zien.”

Daarna keerde Rambam terug bij de bestelgrage burger op straat, om te vragen wie er weleens nadacht over de diepere betekenis van ‘gratis bezorging’ – een marketinginstrument dat maakt dat winkels alles in het werk stellen om die bezorging zo goedkoop mogelijk te maken. De bezorgers betalen er de prijs voor: hard werk en consumentenhoon als bonus.

Lief en modern was hoe Rambam zaterdag 7 maart onder het motto #PakketAAN uitriep tot ‘bewustwordingsdag’ waarop iedereen extra aardig moet zijn tegen bezorgers, met appeltaart of een confettikanon (ik zou de appeltaart kiezen). Maar de uitzending was vooral goed door de ouderwetse vorm van kapitalismekritiek: laten zien hoe iedereen een draai aan de wringer geeft, maar niemand verantwoordelijk is.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.