Recensie

Recensie Muziek

Ozzy Osbourne in niets een gewone man. Ook niet op nieuw album ‘Ordinary Man’

Nieuw album Ozzy Osbourne is na tien jaar terug met een nieuw album. De voormalig frontman van Black Sabbath en grootgebruiker van Colombiaans witgoed heeft op Ordinary Man duetten met Elton John en Post Malone, niet met even groot succes.

Rocklegende Ozzy Osbourne in januari2020 bij de Grammy Awards-uitreiking in Los Angeles.
Rocklegende Ozzy Osbourne in januari2020 bij de Grammy Awards-uitreiking in Los Angeles. VALERIE MACON

Met Ozzy Osbourne weet je het nooit. Als je denkt een rustige vergadering met hem te beleggen trekt hij een duif uit zijn binnenzak en bijt z’n kop eraf. Als je een real-life soap met hem maakt terwijl hij het grootste deel van de tijd op een andere planeet zit, wordt het een wereldhit. En als hij zegt dat hij stopt en z’n afscheidstour No More Tours noemt, volgen er rustig nog tientallen wereldtours – waaronder het briljant genaamde No More Tours II.

Dus nemen we ook de talrijke tekstuele verwijzingen naar het einde van zijn leven en carrière op nieuw album Ordinary Man met een snuifje, eh, snufje zout. Er is maar weinig gewoon aan Osbourne (71). No More Tours II is vorige week weer uitgesteld omdat zijn afbrokkelende gezondheid het niet aan kan, wat duidelijk maakt dat het een wonder is dat de voormalig frontman van metal-uitvinders Black Sabbath überhaupt nog een studio is in geweest om nieuwe songs op te nemen. En dat is typisch Osbourne, die in interviews benadrukt hoe verbaasd hij zelf is dat hij nog leeft.

Zijn verslavingen zijn legendarisch. Parallel aan het immense succes dat vooral de eerste twee Black Sabbath-albums opleverde, stapelden de verdovende middelen zich op. Eerst heel veel drank, toen heel veel cocaïne. En vervolgens speed. En hoestdrank. Lsd. Quaaludes. Lijm. Rohypnol.

In de documentaire God Bless Ozzy Osbourne geeft hij toe dat hij zich de geboorte van zijn kinderen niet eens kan herinneren. Dat hij dit jaar bekendmaakte aan de ziekte van Parkinson te lijden, wekte dan ook niet alleen bezorgdheid, maar ook verbazing. Want al in The Osbournes (2002-2005) hield de stamelende metal-opa zijn vork als een vastgelopen triangelspeler vast. Nu had hij al wel jarenlang een aan Parkinson verwante aandoening, schreef hij in zijn autobiografie, I Am Ozzy in 2009.

Lees ook: Stopt Black Sabbath nu echt?

Uit Black Sabbath geknikkerd

Dankzij zijn middelengebruik werd hij eind jaren zeventig uit Black Sabbath geknikkerd. Maar solo haalde hij minstens zo’n succes. Met bovendien een roestvrijstalen reputatie: eerst beet hij tijdens een vergadering met Amerikaanse platenbonzen een door zijn nieuwe vrouw en manager Sharon als vredesteken meegebrachte duif de kop af. Een paar jaar later werd er een vleermuis op het podium gegooid. Nep, dacht hij, maar zodra hij z’n tanden in het beest zette liep het bloed over z’n kin. De rest van die tour kreeg hij in elke stad een injectie tegen rabiës, en voor de fans kon de ‘Prince of Darkness’ niet meer stuk.

Nu is er voor het eerst sinds 2010 weer nieuwe muziek van Osbourne. Ordinary Man is een plaat die z’n sterke momenten heeft, vooral in het begin. ‘Straight to Hell’ is een lekker vet aangezette hardrocker, ‘All My Life’ heeft een goeie, aanstekelijke riff - bedankt Guns n’ Roses-gitarist Duff McKagan - en ‘Under the Graveyard’ heeft de meeslepende doom-sfeer waar Osbourne ooit zijn strepen mee verdiende. ‘Eat Me’ en ‘Scary Little Green Men’ hebben de vrolijk-duistere sfeer die wel wat aan de band Type O Negative doet denken.

Osbourne zou het album spontaan in een paar dagen hebben opgenomen. Dat hoor je wel terug in het gebrek aan samenhang, ondanks de gladgesmeerde productie. Het duet met generatiegenoot Elton John (dat zal toch weinig spontaan zijn geweest) helpt niet, vooral omdat het meer klinkt als een song van John. En een flauwe powerballad als ‘Holy for Tonight’ was nergens voor nodig.

Uit de bocht

Daar zou je allemaal niet over hoeven vallen, als Osbourne tegen het einde niet echt uit de bocht vloog, met twee songs met zanger Post Malone. Die zou hem uit de put hebben getrokken door hem vorig jaar mee te laten zingen op diens beroerde single ‘Take What You Want‘. Onbegrijpelijk dat deze half uit een computer getrokken gladjakkerij nu ook op een Osbourne-plaat is beland. Dan is het puntig-punky ‘It’s a Raid’ met diezelfde Malone iets beter, maar ook hier is de hoofdrol voor technische hulpmiddelen: in plaats van een Osbourne met stukken vleermuis tussen z’n tanden, klinkt hij hier alsof hij net nog een heliumballon in z’n mond had.

Als dit inderdaad Osbourne’s laatste plaat blijkt, is dat niet het slotakkoord dat bij zijn lange, invloedrijke carrière zou passen.