In het voetspoor van Wijk aan Zee

Hans Ree

‘Is het Praagse schaakfestival het Tsjechische Wijk aan Zee?’ Nou, nou, dat was wel erg hoog gegrepen. Die kop boven een internetartikel deed me denken aan een anekdote over de Let Aivars Gipslis, die toen hij net tot grootmeester was benoemd tegen Viktor Kortchnoi zei „Nu zijn we collega’s”, waarop Viktor de Verschrikkelijke meedogenloos toesloeg: „Jij bent geen collega van mij, maar van Damjanovic.”

Arme Mato Damjanovic. Hij was een sterke speler met een attractieve aanvalsstijl, maar in verschillende anekdotes is hij de kop van Jut. Hoe komt zoiets? Stomme pech, denk ik.

Efim Bogoljubow, een groot schaker die twee keer een WK-match speelde tegen Aljechin, zei in het café als hij een partij liet zien vaak glunderend: „Dat had de arme Lipschütz niet gezien.” De echte Samuel Lipschütz (1863-1905) was een tijdje kampioen van de Verenigde Staten en ook een belangrijk schaakauteur, maar door Bogoljubow werd zijn naam in de schaakmythologie een soortnaam, de arme Lipschützen. Bogoljubow kende ook de Rabinowitschen, waar je voor uit moest kijken.

Om terug te komen op het Praagse festival van afgelopen week, je kunt het nog geen collega van Wijk aan Zee noemen, maar ze zijn op de goede weg. Behalve de hoofdgroep (de ‘Masters’ genaamd, net als in Wijk aan Zee) waren er tal van neventoernooien en andere festiviteiten, zoals een programma van schaakfilms en een bijeenkomst ter herdenking van de vroegere president Václav Havel.

Op foto’s zag ik in de zaal onze Genna Sosonko, Max Pam en Bessel Kok, de schaakweldoener die in 1990 bij een toernooi in Praag een partijtje tegen de president mocht spelen. Ik zag Jeroen van den Berg, directeur van het Tatatoernooi in Wijk aan Zee, in Praag de eerste zet van een ronde uitvoeren en in de groep van de ‘Challengers’ (ook net als bij Tata) speelde Jorden van Foreest. Ze moeten in Praag nog een tandje bijzetten, maar er kan een mooie stedenband uit voortkomen.

Alizera Firouzja - Pentala Harikrishna, Praag Masters 2020

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 a6 4. La4 Pf6 5. 0-0 Le7 6. d3 b5 7. Lb3 d6 8. c3 0-0 9. h3 Pa5 10. Lc2 c5 11. d4 Dc7 12. d5 Pc4 13. b3 Pb6 14. a4 c4 15. axb5 axb5 Hierna krijgt zwart het moeilijk. Na 15...cxb3 16. Ld3 zou het ongeveer gelijk staan. 16. Txa8 Pxa8 17. bxc4 bxc4 18. La3 Pd7 19. Lb4 Pc5 20. De2 Pb6 21. Pbd2 f5 Hij zoekt tegenspel. 22. Td1 Nog sterker lijkt 22. exf5, waarna 22...Lxf5 23. Lxf5 Txf5 24. Pxc4 Pxd5? 25. Da2 erg goed voor wit zou zijn. 22...g6 23. De3 f4 24. De2 La6 Zoiets noemde Savielly Tartakower de Spaanse marteling. Gebonden aan de verdediging van c4 is zwart veroordeeld tot een lang en uitzichtloos lijden. 25. Ta1 Ta8 26. Df1 Dc8 27. Ta5 Pcd7 28. Da1 Lb5 29. Pb1 g5 30. Txa8 Pxa8 Ook het eindspel zou geen pretje zijn, want na 30...Dxa8 31. Dxa8+ Pxa8 32. Pa3 gaat pion c4 verloren. 31. Da7 Pc7 32. Pa3 La6 33. La4

Zie diagram

Zwarts stelling stort in. Er dreigt stukwinst door 34. Lxd7 Dxd7 35. La5 en na 33...Pf8 is 34. Pxe5 beslissend. 33...Pf6 34. Pxg5 Pfxd5 35. exd5 Lxg5 36. Lxd6 Pxd5 37. Ld7 Db7 38. Le6+ Kg7 39. Lxe5+ Lf6 Ook na 39...Kg6 40. Dd4 is het snel uit. 40. Dd4 Zwart gaf op.