Opinie

Zeeuwen klagen niet snel, maar nu is de maat vol

Christiaan Weijts

Er is zelfs gezongen, in de bussen uit Zeeland. „Strijdliederen? Welnee, daar zijn wij veel te rustig voor.” Ik wandel mee naar de Tweede Kamer, met de groep die uit een knaloranje bus bij de Prinsessegracht stapt. „Zeeuwen zijn geen klagers,” vertelt Denis Steijaert, bestuurder bij het Waterschap Scheldestromen. „Dus dat we hier met z’n honderddertigen staan, dat zegt wel wat. We zijn voorgelogen en bedrogen. De staatssecretaris moet opstappen.”

Zijn ze onderweg de gezant nog tegengekomen? Die stuurt het kabinet eropuit om te bemiddelen met de provincie die zich zo bedonderd voelt door het mislopen van de marinierskazerne. Gezant: bij het woord alleen al zie je hem gaan, te paard, diep weggedoken in een mantel, naar verre, mistige buitengewesten. De weg van Zeeland naar de Hofstad is een stuk korter dan omgekeerd. „Soms zie je op tv een kaart van Nederland waar wij niet eens op staan. Alsof we ons al hebben afgescheiden.”

Lees ook Oppositie geeft staatssecretaris Visser een ‘dikke onvoldoende’

Laatst was ik in Veere. Beschaamd stelde ik vast dat ik op school nooit iets gehoord had over de immense VOC-geschiedenis waar dit juweel van een stadje van is doortrokken.

De parallel met Groningen is evident. Een krimpregio vol nuchtere, meegaande karakters, in de kou gezet door Randstedelijke bestuurders. Neem obscene arrogantie van de gemeente Den Haag, die daklozen financieel wil helpen als ze verhuizen naar krimpregio’s.

In de Passage legde ik het eerder die ochtend voor aan Bas – rossig baardje, spijkerstofpetje, zwarte parka – naar eigen zeggen autistisch en dakloos nadat zijn ouders zijn verongelukt. Zou hij niet naar Zeeland willen? „Wat moet ik daar? M’n hengeltje uitwerpen? Hier heb ik alle instanties die me helpen.”

Alle overheidsinstellingen zijn uit de verre gewesten terug de Randstad in getakeld. Al die buitenprovincies, geknipt om ’s zomers in te recreëren, kun je bestieren vanuit ministeriële torens. Bij gemopper stuur je een gezant.

Zelfs als ze voorgelogen en geschoffeerd zijn, blijft de houding inschikkelijk. Bij de publieksingang, druk als in een vertrekhal voor een vakantievlucht, gaan zonder morren de schoenen uit en de riemen af bij de scancontrole. „Het is Den Haag, dan weet je dat je uitgekleed wordt…” Geen protestkreten, spandoeken of lawaaidemonstraties.

Na het voorafgaande debat, over de kraamzorg, riep een vrouw nog wanhopig vanaf de publieke tribune: „Doe iets, red ons, pannenkoek!” Een bode voerde haar af, met een arm om haar schokkende schouders. Hier moet iemand een Zeeuwse vlag inleveren die hij wilde uitvouwen. Het publiek grinnikt. Kamervoorzitter Arib constateert dat er veel belangstelling is. „Ik wil u vragen voorzichtig te zijn met het uiten van uw emoties.” Dat is nu juist wat de Zeeuwen gewend zijn.

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.