Het ouderlijk huis van de 23-jarige Vili Viorel Paun, in het Roemeense dorp Singureni. Paun was een van de slachtoffers in Hanau.

Foto Vadim Ghirda/AP

Interview

‘Extreemrechts is een deel van ons geworden’

Mehmet Daimagüler Niet alleen de AfD, ook andere politieke partijen hebben extreemrechtse ideeën genormaliseerd, zegt de Duitse advocaat Mehmet Daimagüler na de aanslagen in Hanau. „Een deel van de Duitsers wil helemaal niet vooruit. Die willen terug in de tijd.”

Niet alleen de AfD, maar ook andere politieke partijen in Duitsland dragen medeverantwoordelijkheid voor extreemrechtse aanslagen, zoals woensdag in Hanau. Dat zegt de Duitse advocaat Mehmet Daimagüler in een telefonisch vraaggesprek.

Daimagüler, die afgelopen jaren meerdere slachtoffers van extreemrechts geweld en hun nabestaanden heeft bijgestaan, klinkt bitter. Hij heeft het al zo vaak meegemaakt. „Als er doden vallen bij een aanslag is eerst iedereen geschokt en verontwaardigd. Dan zegt men: we moeten ervoor zorgen dat zoiets nooit meer voorkomt. En vervolgens gebeurt er vrijwel niets.

„De politiek is pas wakker geworden na de moord, vorig jaar, op de CDU-politicus Lübcke. De afgelopen decennia zijn er tal van extreemrechtse aanslagen geweest.”

In Mölln bijvoorbeeld, zegt de advocaat, waar in 1992 drie doden vielen na een aanval met brandbommen op de huizen van twee gezinnen van Turkse komaf. In Solingen, waar in 1993 vijf mensen met Turkse wortels stierven na een brandaanslag. En dan was er de reeks van moorden van de terreurbeweging NSU, waarbij tussen 2000 en 2007 tien mensen werden omgebracht, van wie negen met een migratieachtergrond.

„Maar er moest eerst iemand uit de meerderheidsgroep van de samenleving worden vermoord, voor men in actie kwam. Voor minderheden is geen empathie, men kan zich niet in hun situatie verplaatsen. Na zo’n aanslag zeggen politici vaak: door deze daad zijn we allemáál aangevallen. Maar nee, dat ís niet zo. Het gaat de hele samenleving aan, maar alleen een bepaalde groep is aangevallen.”

Lees ook: Duitsland lijkt streng op wapens, maar niet op personen

Daimagüler, in 1968 in Duitsland geboren als zoon van Turkse gastarbeiders, gold lang als hét voorbeeld van geslaagde integratie. Hij studeerde in Bonn en aan Harvard, werd consultant en kwam in het bestuur van de liberale partij FDP. Maar allengs besefte hij dat hij, ondanks al zijn succes, er nooit helemaal bij hoorde in de Duitse samenleving.

Hij schreef er een boek over, met de titel Kein schönes land in dieser Zeit, werd advocaat van onder meer nabestaanden van mensen die door de NSU waren vermoord, en werd een kritische gast in menige talkshow op televisie.

Waarom zijn politieke partijen volgens u medeverantwoordelijk voor de moordpartij in Hanau?

„Door het politieke klimaat dat ze de afgelopen jaren met hun stemmingmakerij hebben geschapen. Niet alleen de AfD, ook de democratische partijen. SPD-lid Thilo Sarrazin bijvoorbeeld [auteur van de omstreden bestseller Deutschland schafft sich ab]. Of de CDU-parlementariër Philipp Amthor, die onlangs zei dat het nodig is het debat over de Duitse Leitkultur weer op te pakken. En de politici die het steeds nodig vinden om te roepen dat de islam niet bij Duitsland hoort.

„Dat zijn allemaal manieren om een verdeeldheid tussen ‘wij’ en ‘zij’ te creëren. Men zegt te streven naar integratie, maar dit is het bevorderen van desintegratie.

„En het heeft bijgedragen aan het succes van de AfD. Extreemrechts is zo een deel van ons geworden: van ons parlement, van ons taalgebruik. En dat blijft niet zonder gevolgen.

„Horst Seehofer, nu minister van Binnenlandse Zaken, zei toen hij nog leider van de CSU was dat hij er „tot de laatste patroon” voor zou strijden om te voorkomen dat „immigratie ons sociale stelsel zou binnenkomen”. Anderen spreken van paspoort-Duitsers – die wel de Duitse nationaliteit hebben maar kennelijk geen échte Duitsers zijn. Dat is de logica van de rassenwetten van Neurenberg [die de nazi’s in 1935 invoerden, red]. Het is taal van extreemrechts.”

Herdenking van slachtoffers vrijdag in Hanau. Daimagüler: „Geen daad komt in een vacuüm tot stand. Er is altijd een voorgeschiedenis.” Foto Martin Meissner/AP

Kun je wel een causaal verband leggen tussen woorden en gewelddaden?

„Geen daad komt in een vacuüm tot stand, er is altijd een voorgeschiedenis. Ook als iemand geweld pleegt omdat hij geestesziek is, moet je je afvragen: maar waarom doet hij precies dit en niet iets anders? En dan kom je bij het politieke klimaat. Als er in de politiek steeds gesproken wordt over migranten als probleem, kunnen mensen daardoor radicaliseren, naar die woorden gaan handelen, er een opdracht in zien.”

Is het belangrijk dat bondskanselier Merkel racisme en rechtsextremisme donderdag ‘vergif in de Duitse samenleving’ noemde?

„Ja, het is goed dat ze het in zulke stevige woorden heeft gezegd. Maar het is niet genoeg. Het gaat om de consequenties die eraan worden verbonden.”

Wat moet de regering doen?

„Politieke en strafrechtelijke maatregelen nemen en die ook uitvoeren. Afgelopen week werd het kabinet het eens over een wet om haat en bedreigingen op internet harder aan te pakken en strafbaar te maken. Dat is een goede stap. Maar een wet is niet genoeg als justitie bij strafbare feiten niet tot vervolging overgaat.

„Dat komt er maar zelden van bij verboden racistische of antisemitische uitingen. Nou is het ondoenlijk om alles te vervolgen. Maar als het om racistische politiemensen gaat, kan de staat dat niet laten lopen. Als ik ’s avonds laat in mijn auto door de politie word aangehouden, moet ik erop kunnen vertrouwen dat ik fair behandeld word.

Lees ook de reportage uit Hanau: Duitsland keek weg voor extreem-rechts

Bent u teleurgesteld in Duitsland?

„Ik was vroeger naïef. Ik dacht dat na verloop van tijd alles in Duitsland beter zou worden. Maar dat is geen natuurwet. Een deel van de Duitsers wil helemaal niet vooruit, die willen terug in de tijd. En niet alleen met minder mensen met buitenlandse wortels en minder moslims, maar ook met minder gelijke rechten voor vrouwen en homo’s. Je hoort vaak dat ‘de zorgen van de mensen serieus genomen moeten worden’, maar dan gaat het nooit om de zorgen van díe mensen.

„Zelf kan ik me goed redden, ik heb een goede maatschappelijke status. Maar vrouwen met een hoofddoek of vluchtelingen zonder paspoort hebben het veel moeilijker.

„Mensen die nooit zoiets hebben meegemaakt, kunnen zich daar niet in verplaatsen. Ook bij alledaagse ergernissen. Toen ik laatst met een vriend in een taxi zat zei ik tegen de chauffeur hoe hij het snelst kon rijden. Hij draaide zich om en zei: Hier in Duitsland vertellen we de taxichauffeur niet hoe hij moet rijden. Ik wond mij daarover op, maar mijn vriend die nooit zoiets meemaakt begreep niet waar ik me druk over maakte.

„Het verandert je waarneming, als mensen je vaak laten blijken dat je er eigenlijk niet bij hoort. Ik zal nooit de eerste keer vergeten dat ik in Londen was en een buschauffeur met een tulband zag, een sikh. Niemand keer ervan op. In Duitsland had men de politie erbij gehaald.

„Maar ik ben niet alleen maar somber, steeds meer mensen zien hoeveel er op het spel staat. Er zijn veel initiatieven tegen extreem-rechts en racisme, maar die hebben veel meer geld nodig om hun werk te kunnen doen.”

Zijn er meer extreem-rechtse uitingen dan vroeger, of zegt men nu hardop wat men altijd al dacht?

„Allebei. De absolute aantallen zijn toegenomen. Maar er is ook een drempel weggevallen die mensen ervan weerhield om al te grove uitspraken toen. Dat heeft niet alleen met de opkomst van de AfD te maken. Toen Trump gekozen werd kreeg ik meteen veel meer scheld- en dreigmails. Extremisten voelden kennelijk ook hier dat ze de wind in de rug hadden en dat het grote opruimen kon beginnen.”