Duitsland lijkt streng op wapens, maar niet op personen

Wapenbezit De schutter die in Hanau tien mensen doodde had racistische waanbeelden én een wapenvergunning. Hoe kan dat?

In het Duitse Hanau werden woensdagavond negen mensen met een migratie-achtergrond doodgeschoten.
In het Duitse Hanau werden woensdagavond negen mensen met een migratie-achtergrond doodgeschoten. Foto Patrick Hertzog

Duitsland kent op papier een strenge wapenwet: wie toestemming wil voor het bezit van vuurwapens wordt door alle relevante justitiële systemen gehaald. Ook de lokale politie moet naar de aanvraag kijken en beoordelen of de betreffende persoon ‘geschikt’ is en bijvoorbeeld niet verslaafd aan drank of drugs, zo staat in de wet.

Zware kalibers en automatische wapens zijn niet toegestaan en een speciale wapenautoriteit, die op lokaal niveau opereert, is wettelijk verplicht een vergunninghouder eens in de drie jaar te controleren.

Hoe kan het dan dat sportschutter Tobias Rathjen, die deze week in Hanau tien anderen en zichzelf met een vuurwapen om het leven bracht, al zeker zes jaar een vergunning had?

Het antwoord is simpel: hij viel niet (genoeg) op. Het Duitse systeem is weliswaar grondig opgezet, maar lijkt zich na de vergunningverlening vooral te richten op de wapens – en niet zozeer op de mensen die ze hanteren.

Controlerende beambten bekijken voornamelijk de papieren en de manier waarop wapens zijn opgeslagen, bij iemand thuis of bijvoorbeeld op de schietvereniging. Alleen als er niet te missen aanwijzingen zijn dat iemand labiel is, geradicaliseerd of in de tussentijd lid geworden van een antidemocratische club, kan diens Waffenbesitzkarte worden ingetrokken.

Lees ook dit interview met een Duitse advocaat: ‘Extreemrechts is een deel van ons geworden

Maar de mazen blijken grof. Volgens het medium RedaktionsNetzwerk Deutschland bezat Rathjen als lid van de schietvereniging SV Diana Bergen-Enkheim legaal drie vuurwapens, waaronder een SIG Sauer-pistool en een Glock 17. De Glock gebruikte hij woensdag bij zijn terreurdaad.

Rathjen hield er met racisme doorspekte waanideeën op na, blijkt uit zijn manifest. Maar de voorzitter van zijn schietclub, waar hij minimaal twee keer per week oefende, vond hem „totaal onopvallend”. Tegen persbureau Reuters verklaarde deze Claus Schmidt dat er „geen greintje racisme te bespeuren viel” bij de schutter. „Niet eens een grapje.”

Dat Rathjen ook geen deel lijkt uit te maken van een breder extreem-rechts netwerk, kan verklaren waarom hij toch onopgemerkt bleef. Het Duitse openbaar ministerie moest vrijdag wel toegeven dat de schutter in november heeft geprobeerd aangifte te doen tegen een ‘geheime organisatie’. Die aangifte is kennelijk geregistreerd, maar er is verder niets mee gedaan.

Politici van regeringspartijen CDU en CSU, waaronder minister Horst Seehofer (Binnenlandse Zaken), benadrukten na de terreurdaad in Hanau dat nog strenger beleid – bijvoorbeeld een test door een arts voorafgaand aan de vergunningverlening – al vaak is overwogen maar afgewezen.

De druk om drastische maatregelen rond vuurwapens is vanuit de samenleving sowieso niet heel groot. Een van de weinige activisten is journalist Roman Grafe, die sinds de moordpartij op een school in het Duitse Winnenden (2009) strijdt voor de totale uitbanning van het sportschieten. Volgens zijn inventarisatie zijn er sinds 1990 zeker 250 slachtoffers gevallen door hobbywapens. „Iedereen kan in Duitsland via een schietvereniging probleemloos aan een wapen komen”, schrijft hij in een verklaring op zijn website. „De Duitse wapenwet faciliteert moord.”

Lees ook de reportage uit Hanau: Duitsland keek weg voor extreem-rechts