Drie keer per week naar de kapper, ook na de scheiding

Partneralimentatie Ex-echtgenoten betalen sinds dit jaar korter partneralimentatie: maximaal vijf jaar. Dat zorgde in december en januari voor extra veel echtscheidingen.

Foto Lars Sohl

Het officiële gedeelte van een scheiding begint verbazingwekkend vaak vol goede moed. De liefde is gestopt en dat doet pijn, maar nu moet het einde dan maar echt beginnen. Alexander Leuftink, advocaat en voorzitter van de vereniging Familie- en erfrecht Advocaten Scheidingsmediators (vFas), ziet geregeld goed geluimde partners de drempel van zijn kantoor overstappen. „Maar dan”, zegt hij, „moet het gesprek over de financiën nog goed worden gevoerd”.

Een scheiding is duur. Het juridische proces kost eenmalig een paar honderd euro, maar pas echt prijzig zijn de advocaten en mediators die in de meeste zaken uiteindelijk worden ingeschakeld. Vervolgens het kostbare leven apart van elkaar, de extra woonlasten.

Als blijkt hoeveel de partners er precies op achteruitgaan, begint langzaam maar zeker vaak toch de netelige strijd om een comfortabel post-scheidingstijdperk.

Afgelopen december en januari was de scheidingsworsteling voor veel stellen nog zwaarder dan gebruikelijk, zagen Nederlandse mediators en advocaten aan hun vergadertafels.

Op 1 januari zijn nieuwe regels omtrent partneralimentatie ingegaan, met als belangrijkste verandering dat de minstverdienende recht heeft op maximaal vijf jaar partneralimentatie in plaats van twaalf jaar. Onder welke wet zouden deze kersverse ex-partners gaan vallen?

Zowel in december als in januari was er een opmerkelijke piek in het aantal scheidingen, blijkt uit een recente peiling onder meer dan tweehonderd advocatenkantoren en mediators uitgevoerd door vFas. Bijna de helft van de mediators en advocaten die de enquête invulden, hadden het drukker in december.

In december kwam die stijging vooral doordat de minstverdienende de scheiding nog snel wilde opstarten. „Er wordt normaal gesproken bijna nooit een echtscheidingsverzoek ingediend voordat er overleg is geweest”, zegt advocaat Bregje Boelens, „want ik wil het zo vriendelijk mogelijk houden”.

Eind 2019 koos een aantal cliënten ervoor hun mond nog even te houden over de scheiding. „Er was een man die Kerst nog ‘gezellig’ met zijn gezin had doorgebracht om geen argwaan te wekken.” In januari kwamen de echtscheidingspapieren op tafel.

In januari constateerde 15 procent van de deelnemende bureaus een hoger echtscheidingspercentage dan het jaar ervoor. Een minder hoge piek dan in december dus. De nieuwe regeling was ingevoerd, dus misschien was er minder haast bij, speculeren de respondenten in de enquête.

Niet gek dat er de afgelopen maanden flink wat onrust ontstond; de kosten van partneralimentatie kunnen nogal oplopen. Terwijl kinderalimentatie volgens het Nibud in een gemiddeld gezin met een modaal inkomen neerkomt op zo’n 140 euro per maand, heeft de meest voorkomende partneralimentatie volgens het CBS een hoogte van 600 euro.

Huwelijk als museumstuk

Het huwelijk dat duurt tot ‘de dood ons scheidt’ , wordt in de toekomst misschien wel een museumstuk. Inmiddels eindigt 40 procent van de huwelijken in een echtscheiding. Dat percentage neemt al jaren gestaag toe: in de jaren zeventig van de vorige eeuw zo’n 15 procent, in de jaren negentig 28 procent en begin 2000 34 procent. De gemiddelde leeftijd waarop mensen scheiden ligt rond de 45 jaar.

Twintig jaar co-ouderschap, hoe is dat eigenlijk voor de kinderen?

In 50 procent van de echtscheidingen die bij een mediator of advocaat belanden, komt partneralimentatie, die geen verplichting is maar een recht, ter sprake.

Toen mediator Chris van Diest (47) van Zorgeloosch Scheiden anderhalfjaar geleden zelf ging scheiden, vonden de besprekingen plaats in een wit, kaal kantoortje waar hij bijkans onpasselijk van werd. Niets aan de muur om naar te kijken, geen enkele afleiding. „Tijdens het wachten moésten we wel met elkaar praten. Vreselijk.” Koffie uit een bekertje en een mediator in een driedelig pak; Van Diest was al even mediator maar na die ervaring moest het in zijn kantoor helemaal anders. „Een huiselijke setting.” Daarom heeft hij steigerhouten meubels, chocola en koekjes in weckpotten en voor de gespreksstof een groot wandrek met folders over scheiden en kinderen, zodat er iets is om in te bladeren.

Van Diest zag vooral in december mensen die bezig waren met de veranderende wet partneralimentatie. Zoals de casus waarbij een man van in de dertig een fors hoger salaris had dan zijn vrouw, die meerdere keren ontrouw was geweest. De man was de boel volgens Van Diest aan het traineren, zegt Van Diest. „Afspraken verzetten, ziek melden, geen werkgeversverklaring leveren.” Van Diest lacht. „Zo doorzichtig.” Terwijl een advocaat in het belang van één van de partijen handelt, is een mediator onpartijdig. Hij probeert de gulden middenweg te vinden.

„Ik heb ze uitgenodigd en gevraagd: wat is hier nou precies aan de hand? Als je een stilte laat vallen gaan ze vanzelf praten.” De man was bang dat zijn vrouw stiekem zou gaan samenwonen met haar nieuwe vriend, maar jarenlang zou gaan ‘latten’ voor de buitenwereld, waardoor het recht op partneralimentatie overeind bleef. Normaal gesproken komt de partneralimentatie te vervallen zodra een van de partners gaat samenwonen. De vermogende man en de overspelige vrouw hebben uiteindelijk een alternatieve afspraak gemaakt – dat is altijd een mogelijkheid. „We hebben een constructie bedacht waarbij ze recht zou hebben op acht jaar partneralimentatie en waarbij ze één jaar mocht gaan samenwonen zonder dat de alimentatie direct zou komen te vervallen.”

De berekening van de partneralimentatie is erop gericht om de levensstandaard tijdens het huwelijk zo dicht mogelijk te benaderen. Als een van de partners tijdens het huwelijk drie keer per week naar de kapper ging, is het de intentie dat diegene dat na het huwelijk kan blijven doen. Dat is achteraf voer voor onenigheid, weten de advocaten en mediators. Voor het bepalen van het bedrag wordt een standaard rekensom gehanteerd. „Als de man 2.000 euro verdient en de vrouw 1.000, dan wordt de ‘behoefte’ van beide partners 1.800 euro”, zegt Leuftink, die de som regelmatig moet maken. Het ideale bedrag is dus niet automatisch de helft van het totale inkomen, omdat allerlei kosten, zoals voor wonen, omhoog gaan. „Maar als de man uit het voorbeeld dat allemaal aan zijn vrouw moet betalen, gaat híj er teveel op achteruit. Daarom wordt het bedrag waar we op uitkomen – de draagkracht van de man in ogenschouw nemend – 1.500 euro. De man moet de vrouw dus 500 euro betalen.”

Ouderwetse regeling

De eerste wet partneralimentatie werd in 1838 opgesteld. De vrouw mocht in die tijd niet werken en moest in het geval van een gestrand huwelijk de rest van haar leven verzorgd worden, was het idee. Hoewel vrouwen sinds 1956 wel handelingsbekwaam worden geacht, duurde het nog tot 1971 – na de woelige jaren zestig waarin de positie van de vrouw ter discussie werd gesteld – totdat de eerste poging werd ondernomen om een wettelijke limiet aan partneralimentatie door te voeren. De partneralimentatie werd toen al gezien als een ouderwetse regeling, die ervanuit gaat dat een vrouw niet mag werken. Sindsdien is de financiële bijdrage bedoeld voor de minst welvarende van het stel, en dat was vrijwel altijd de vrouw. Uit de laatste peiling van het CBS blijkt dat in 2014 5.000 mannen partneralimentatie ontvingen tegenover 41.500 vrouwen. Toch duurde het nog tot 1994 voordat wettelijk afscheid werd genomen van de onbepaalde duur van de partneralimentatie – vanaf toen werd die termijn gesteld op maximaal twaalf jaar.

Over de huidige inperking van die duur wordt al sinds 2012 gesproken. De politiek kon het maar niet eens worden. Voor de christelijke partijen is de partneralimentatie altijd een gevoelig onderwerp geweest. „Maar de maatschappij is aan het veranderen”, zegt Bregje Boelens, die het naslagwerk De Wet Herziening Partneralimentatie schreef. „We vinden al heel lang dat alle mensen zelf in hun eigen levensonderhoud moeten kunnen voorzien.”

25 procent minder

Volgens Attie Kuiken, een van de initiatiefnemers van de wet, stamt onze alimentatiewetgeving „uit de tijd dat mannen het geld verdienden en vrouwen thuis voor het huishouden zorgden”. Maar, zegt ze op de website van de PvdA: „Die tijd ligt gelukkig ver achter ons.”

Toch vervallen mannen en vrouwen vaak in traditionele rollen als ze kinderen krijgen. Meestal gaat zij minder werken dan hij. Vrouwen verdienen gemiddeld bijna 24 duizend euro, tegenover een inkomen van 40 duizend euro voor mannen. Volgens het Centraal Bureau voor Statistiek kunnen mannen na de scheiding 0,2 procent minder uitgeven en vrouwen 25 procent minder.

Lees ook: Waar je op moet letten bij scheiden

Chris van Diest vraagt zich af of vijf jaar wel genoeg is om economische zelfstandig te worden als je jarenlang niet of minder hebt gewerkt. Onder de nieuwe wet kan het gebeuren dat mensen minder dan de maximale vijf jaar partneralimentatie krijgen, omdat de alimentatie wordt betaald voor de helft van de tijd dat het huwelijk heeft geduurd.

Van Diest ziet in zijn praktijk in Haarlem veel gezinnen „van de oude stempel”, met twee of drie kinderen, waarbij de vrouw jarenlang is gestopt met werken om het huishouden te regelen. Zijn eigen huwelijk liep stuk door de „gebruikelijke problemen”. Er kwamen kinderen die vooral haar verantwoordelijkheid werden omdat zij minder werkte en hij maakte steeds langere uren. Tijdens etentjes kwam zijn mobiel steeds boven tafel.

Van Diest heeft met zijn ex, met wie hij niet getrouwd was en twee jonge kinderen heeft, afgesproken een deel van haar huur te betalen. Ook geeft hij haar meer kinderalimentatie dan strikt noodzakelijk. „Mijn vrienden zeggen dat ik gek ben, maar nu kan ze in de buurt wonen. Wat heb ik eraan als ik de kinderen niet makkelijk kan zien?”