West Side Story: de gang trekt, maar je kúnt er uitbreken

West Side Story Het is een riskant moment om West Side Story opnieuw uit te brengen. In de bewerking van Ivo van Hove, net in première gegaan in New York, trekken gangs hun iPhone maar blijft de tijdloze essentie subliem overeind.

In Ivo van Hoves productie van ‘West Side Story’ in New York zijn de gangs min of meer van onze tijd: zwart en wit door elkaar bij de Jets, maar nog wel Puerto Ricanen bij de Sharks.
In Ivo van Hoves productie van ‘West Side Story’ in New York zijn de gangs min of meer van onze tijd: zwart en wit door elkaar bij de Jets, maar nog wel Puerto Ricanen bij de Sharks. Foto Jan Versweyveld

Toen de film West Side Story met George Chakiris, Natalie Wood, en Richard Beymer in Nederland voor het eerst verscheen, was ik net tien. Het was in 1962. Ik woonde op de Waalsdorperweg in het keurige Benoordenhout van Den Haag. De film had een opmerkelijk effect op ons groepje snotjongens, dat nooit iets spannenders had gedaan dan ’s avonds stiekem in de tuinen van andere mensen rond te sluipen. Weken, misschien wel maanden na het zien van de film, liepen wij dansend en vinger-knippend door de rustige straatjes van onze nette buurt; de een als Bernardo van de Sharks, de ander als Riff van de Jets. Paul Steenge, de oudste onder ons, had geloof ik een speciale affiniteit met Chino, de man die Tony aan het eind voor zijn kop schiet.

Hoe was het mogelijk dat een stel Haagse jongetjes zich zo kon overgeven aan een rage voor moderne dans in een Amerikaanse musical? Dit zegt natuurlijk iets over de kwaliteit van de muziek van Leonard Bernstein en de even opwindende choreografie van Jerome Robbins. (Dit speelde zich af in een tijd voor de Beatles, toen Conny Froboess en de Blue Diamonds nog in de hitparade stonden.) Dans was, in onze ongecultiveerde hoofdjes, meer iets voor meisjes. Maar deze dans was macho; wij voelden ons met onze knippende vingers en zwaaiende benen als geduchte tough guys; het enige wat ontbrak was een echte stiletto.

Maar de rage had ook iets te maken met de inhoud van de film: de zucht van veel pubers om ergens bij te horen, het liefst bij een gang, en daarbij de paradoxale zucht naar eigenheid, om juist niet bij een groep te horen.

Van „identiteitspolitiek” hadden we natuurlijk niet gehoord, want die bestond toen nog niet, althans niet op de manier van nu. West Side Story was bovendien een product van een samenleving waar we haast niets over wisten: de rassenproblemen in de VS, en de spanningen tussen jongens van Europese afkomst waarvan de families al langer in Amerika hadden vertoefd, en een bende Puerto Ricanen, die toen nog nieuwkomers waren. De Jets waren wit, en de Sharks waren geschminkt in donkerbruin. Dat de Puerto Ricaanse Maria (Natalie Wood) werd gespeeld door een Joodse actrice, en haar broer Bernardo (George Chakiris) door een zoon van Griekse immigranten, maakte niet uit. Iedereen in Amerika herkende de rassentegenstellingen in hun land. Maar in het hagelwitte Benoordenhout lag dit allemaal heel ver van ons bed.

Ras, gender, identiteit

Problemen in de VS omtrent ras, gender, immigratie en ‘identiteit’ zijn nijpender dan ooit. Het is daarom een perfect moment om West Side Story opnieuw te brengen. Maar het is ook een riskant moment. Eén misstap en de Twitterstormen breken los. Voor Amerikanen zou het moedig geweest zijn om zich in het huidige klimaat te wagen aan een revisie van deze musical. Dat twee Vlamingen – regisseur Ivo van Hove en choreograaf Anne Teresa De Keersmaeker – dit hebben gedaan is welhaast roekeloos.

Maar de voorbereiding was zorgvuldig. Er was geen sprake meer van bruine schmink, en de rollen van de Sharks worden voornamelijk vervuld door dansers van Latijns-Amerikaanse afkomst. Bovendien werden op verzoek van de dansers twee ‘Latinx’ [de genderneutrale aanduiding van Latino of Latina, red.] choreografen ingehuurd om De Keersmaeker te helpen een ‘authentieke representatie’ te geven van de Latijns-Amerikaanse cultuur. Bernardo wordt gedanst door Amar Ramasar, zoon van ouders uit India en Trinidad. Hij raakte verstrikt in een #MeToo-schandaal omdat hij naaktfoto’s van zijn vriendin per email aan een vriend had doorgestuurd. Dit was aanleiding tot een protestactie, die nog steeds voortduurt. Maar hij werd niet ontslagen.

Klassieke meesterwerken

Ivo van Hove heeft een uitzonderlijk talent voor de theatrale vernieuwing van oude meesterwerken: films, stukken van Arthur Miller en Shakespeare, romans van Couperus, klassieke opera’s en zo nog meer. Hij doet dit, in samenwerking met zijn vaste scenograaf Jan Versweyveld, door formele innovaties: videobeelden, strakke, minimalistische decors en verrassende geluidseffecten. Maar daar blijft het niet bij. Door de specifieke culturele of historische aspecten van een oud theaterstuk of film systematisch te verwijderen komt Van Hove tot een menselijke kern, die als het lukt universeel en tijdloos is: de corruptie van macht in een Shakespeare-stuk over koningen, of de dodelijke gevolgen van lafheid en conformisme in een verhaal over nazi-Duitsland, dat zich net zo goed nu zou kunnen afspelen.

Door deze benadering zie je oude stukken met volledig nieuwe ogen. De kracht van een versleten verhaal komt weer tevoorschijn. Maar de stilering van Versweyveld en Van Hove kan ook leiden tot een zekere abstractie. Cultuur en tijd spelen tenslotte wel een rol in menselijk gedrag, in het theater en in werkelijkheid. Universalisme komt vaak het beste over als het verankerd is in iets dat herkenbaar blijft, in iets van realisme. Die spanning is in Van Hove’s West Side Story te zien.

Het oorspronkelijke verhaal speelt zich af in de jaren vijftig, in wat toen nog een achterbuurt in het westen van Manhattan was. Die buurt is nu ten dele afgebroken – de film werd opgenomen op de plek waar nu het chique Lincoln Center staat. Noch van jeugdbendes, noch van Puerto Ricanen is in het veel te dure Manhattan veel te bespeuren. Bovendien zijn Puerto Ricanen geen nieuwkomers meer. Dat zijn nu eerder Russen, Nigerianen of Chinezen.

Van Hove heeft dan ook niet geprobeerd het beeld van de jaren vijftig te reconstrueren. Dat zou geheel tegen zijn theatrale aard zijn geweest. De gangs in zijn productie zijn min of meer van onze tijd: zwart en wit door elkaar bij de Jets, maar nog wel Puerto Ricanen bij de Sharks. In een gevecht met de politie trekken de bendeleden hun iPhones. Videobeelden verwijzen naar hedendaagse politiek, zoals Black Lives Matter. De gestileerde choreografie van De Keersmaeker is, zoals al gezegd, gemengd met specifieke danspassen uit Cuba en Zuid-Amerika. Maar de taal die wordt gebruikt is nog steeds die van de jaren vijftig, toen Stephen Sondheim het scenario schreef: „you dig”, „daddy-o”.

Lees ook: het interview met Ivo van Hove uit 2019 Ivo van Hove blijft graag een raadsel, ook voor zichzelf

Romeo en Julia

Dit schept enige historische verwarring. Je weet niet precies wanneer het verhaal zich eigenlijk afspeelt. Dat hoeft natuurlijk geen bezwaar te zijn. Romeo en Julia van Shakespeare was ook geen realistische afspiegeling van Verona in de zestiende eeuw. West Side Story is geen geschiedenisles of een college sociologie. Je vraagt je zelfs af of Van Hove, Versweyveld en De Keersmaeker niet nog verder hadden moeten gaan in hun stilering. Er zitten misschien te veel toespelingen in de musical op het hier en nu. Authenticiteit is precies waar het niet om zou moeten hoeven gaan.

Maar de makers hebben de tijdloze essentie van West Side Story (en Romeo en Julia) weten te pakken. Er is een geniale scene waarin Maria en Tony, de twee geliefden, elkaar proberen te benaderen terwijl hun gangs ze aan beide kanten proberen terug te trekken in een soort eindeloze rugby scrum. Puerto Ricanen, Italianen, Joden, Katholieken, Polen, zwart, wit, het doet er absoluut niets meer toe: de trek van de groep, van geborgenheid, haat en conformisme, en de poging om met liefde de grenzen van geloof en afkomst te overschrijden wordt hier op sublieme wijze vertolkt.

De poging van Van Hove en zijn collega’s om West Side Story te vernieuwen is nog moediger dan je op het eerste gezicht zou denken. Want hun visie gaat niet alleen in tegen de nieuw-rechtse mode om het groepsdenken te bevorderen, en alle vreemde smetten te weren; dat zou te gemakkelijk zijn. Het is ook een kritiek op een andere vorm van conformisme, die even gebrand is op grenzen, door minderheden te zien als hermetische groepen, ieder met een eigen ‘authentieke representatie’, die anderen niet zouden kunnen delen. Als er ooit een geschikt moment was om universele menselijkheid te dramatiseren, dan wel nu. Dat is de onmisbare kracht van West Side Story, die nog even hard aankomt als in 1962.