Alle gebouwen van het gas – is dat in 2050 gelukt?

Tien vragen over gasvrij Nederland Wanneer moet mijn huis gasvrij zijn? Kan de overheid me dwingen? Wie betaalt wat? Prangende energievragen, én de antwoorden.

Foto's Getty

  1. Waarom gaat Nederland huizen gasvrij maken?

    In 2050 moet het land klimaatneutraal zijn. Dat bepaalt het internationale akkoord van Parijs en ook, in het verlengde daarvan, de nationale Klimaatwet. Alleen zo bestaat nog de mogelijkheid de opwarming van de aarde te beteugelen, is het idee hierachter. Dat we over dertig jaar geen broeikasgassen meer mogen uitstoten heeft niet alleen gevolgen voor industrie en verkeer, maar ook voor huishoudens.

    Zo’n 7 miljoen huizen en 1 miljoen gebouwen – scholen, kantoren – moeten de komende dertig jaar van het gas af. In het klimaatakkoord is afgesproken dat in de loop van 2030 de eerste anderhalf miljoen huizen hun cv-ketel de deur uit doen. Dit moet zorgen voor een besparing van 3,4 miljoen ton CO2. Mede dankzij die besparing zou de totale uitstoot van Nederland in 2030 halveren.

    De verwarming van huizen en ook koken op het gasfornuis zorgen zeker niet voor de grootste uitstoot. Industrie, verkeer en landbouw zijn bijvoorbeeld grotere ‘vervuilers’. Maar gasloos maken van alle wijken is wel een grote en complexe operatie die invloed heeft op het leven van miljoenen mensen. De gedachte is: als we nu niet beginnen, wordt het einddoel van 2050 nooit gehaald.

    Vanaf nu moeten elke werkdag 600 woningen gasvrij worden gemaakt om de 1,5 miljoen in 2030 te halen. Daarna moet het tempo flink omhoog voor de resterende 5,5 miljoen tot 2050: 1.100 huizen per werkdag.

    De bevingsproblematiek in Groningen geldt voor veel politici als extra argument om minder afhankelijk van gas te worden. De tijd is voorbij dat we ‘ons eigen gas’ zo gemakkelijk konden gebruiken. Over twee jaar wordt vermoedelijk de productie in Groningen volledig gestaakt, en die op andere Nederlandse velden is nooit voldoende voor eigen consumptie. De komende jaren zal een steeds groter deel van het gas dat we gebruiken uit landen als Rusland en Noorwegen moeten komen.

  2. Wat moeten de gemeenten nu gaan doen rond de energietransitie?

De Nederlandse gemeenten hebben de regie gekregen bij het gasvrij maken van wijken. Uiterlijk volgend jaar moet in alle steden en dorpen duidelijk zijn welke huizen de komende jaren als eerste betere isolatie krijgen en van het gasnet worden afgekoppeld. Dan weten de bewoners dus of hun wijk de komende jaren aan de beurt zal zijn. Wel zo handig op het moment dat je overweegt een nieuwe cv-ketel aan te schaffen.

De beslissing welke wijken als eerste aan de beurt zijn, kan van veel factoren afhangen. Wat zijn bijvoorbeeld de plannen van betrokken woningbouwcorporaties? Is het aardgasnetwerk ter plaatse binnenkort aan vervanging toe? Ook kan een ambitieuze wijkvereniging een rol spelen, of de mogelijkheid een warmtenet aan te leggen. De hele aanpak tot 2030 komt terecht in een zogeheten Transitievisie Warmte die elke gemeente komend jaar moet opstellen.

Gemeenten kunnen daarvoor de Leidraad gebruiken waarin het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) voor alle wijken in kaart heeft gebracht welke aardgasloze opties er zijn, en tegen welke kosten. Bedoeling is vooral dat gemeenten met de ‘gemakkelijkste’ buurten beginnen om de – nu nog hoge kosten – zoveel mogelijk te beperken.

Dat gemeenten nu druk aan het inventariseren zijn, wil niet zeggen dat er niets concreets gebeurt. Zo heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken in 2018 27 ‘proeftuingemeenten’ aangewezen waar nu al een wijk met rijkssubsidie gasvrij wordt gemaakt. Daarnaast lopen nog andere projecten, bijvoorbeeld op initiatief van provincies.

  • Moet ik alles zelf betalen of zijn er subsidies?

    Een huis geschikt maken voor de toekomst begint met isoleren. Een deel van de kosten, 20 procent, neemt de overheid op zich, maar daaraan zitten wel de nodige voorwaarden. Alleen de eigenaar die zelf in het desbetreffende huis woont, kan een beroep doen op de regeling SEEH. Dat staat voor Subsidie Energiebesparing Eigen Huis. Ook een vereniging van eigenaren kan hierop een beroep doen, voor mensen die bijvoorbeeld in appartementen wonen.

    De werkzaamheden moeten een serieuze omvang hebben en er moeten minstens twee maatregelen worden uitgevoerd. Dus bijvoorbeeld dakisolatie én het aanbrengen van triple (driedubbel) glas. Wie meer wil doen, moet bedenken dat je met hetzelfde huis maar één keer in aanmerking komt voor SEEH, met een maximum van 10.000 euro. Voor een zeer energiezuinig huis ligt er nog een bonus van 4.000 euro.

    Heeft de vorige eigenaar al uit deze subsidiepot gesnoept, dan is een nieuwe aanvraag kansloos. Details, inclusief een rekentool, staan op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (rvo.nl).

    Ook voor de vervolgstap, verwarmen zonder of met veel minder gas, zijn subsidies beschikbaar – zoals voor warmtepompen en zonneboilers. De aanschaf van bijvoorbeeld een pelletkachel wordt vanaf dit jaar niet meer vergoed. Details staan onder meer op de website van Milieu Centraal.

    Ook voor gasvrij maken van hele wijken zijn al subsidies beschikbaar. Voor de 27 proeftuinwijken die Binnenlandse Zaken heeft geselecteerd, is 120 miljoen euro beschikbaar. De provincies zijn eveneens op dit vlak actief. Gelderland bijvoorbeeld heeft voor twee wijken in Arnhem en Ermelo 10 miljoen euro uitgetrokken.

    Voor de komende jaren kan, los van andere subsidies, een beroep worden gedaan op het Warmtefonds waar bewoners geld kunnen lenen, tegen een lage rente en met een lange looptijd. Verder moet het mogelijk worden dat leningen niet aan de eigenaar, maar aan het huis gekoppeld worden.

  • Mijn cv-ketel gaat het binnenkort begeven. Wat moet ik doen?

    De klimaatplannen kosten geld en dat is onder meer te zien aan een stijgende energierekening. Volgens onderzoeksbureau Ecorys zouden in 2030 liefst 1,5 miljoen mensen aan energiearmoede kunnen lijden. Dat wil zeggen dat zij meer dan 10 procent van hun besteedbaar inkomen aan energie uitgeven.

    Dit geeft aan dat de financiële ruimte voor veel mensen krap is. Extra reden om je goed af te vragen of het nog wel loont een nieuwe cv-ketel van bijvoorbeeld 2.500 euro aan te schaffen. Want stel nu eens dat je wijk een jaar later wordt aangesloten aan een aantrekkelijk warmtenet.

    Natuurlijk moet de Transitievisie Warmte al de nodige duidelijkheid bieden. Die geeft immers aan welke wijken als eerste aan de beurt zijn. Wie zeker tot 2030 aan het gasnet verbonden blijft, kan veilig een nieuwe cv-ketel aanschaffen. Of natuurlijk voor een eigen, meer klimaatvriendelijke oplossing kiezen, zoals bijvoorbeeld een warmtepomp. Voorwaarde is wel dat de woning goed is geïsoleerd.

    Is de kans groot dat de wijk op korte termijn op de schop gaat, dan is er nog een andere optie: een cv-ketel huren. Die mogelijkheid wordt, voor een gemiddelde tussenwoning, voor zo’n 30 euro per maand aangeboden.

    Voor wie een nieuwe ketel overweegt, heeft voorlichtingsbureau Milieu Centraal (milieucentraal.nl) tips. Zoals het advies om niet pas over een ketel of alternatieven te gaan nadenken als de oude installatie definitief de geest heeft gegeven.

  • Zijn er huizen die zonder gas niet verwarmd kunnen worden?

    Elk huis kan in theorie van het gas af. Alleen is de vraag: tegen welke prijs? Van twee soorten panden wordt gezegd dat het te duur is om ze helemaal van het gas af te halen: oude (monumentale) panden in binnensteden en oude gebouwen in afgelegen gebieden. Voor beide soorten geldt dat ze vaak minder goed geïsoleerd zijn en dat het daarom te duur is om ze van het gas af te halen.

    Voor erkende monumenten geldt bovendien dat er niet zomaar in de muren geboord en gehamerd mag worden. Ook is het lastig om in binnensteden warmtenetten aan te leggen of overal warmtepompen te plaatsen vanwege de beperkte ruimte onder en boven de grond.

    Op het platteland speelt een ander probleem. In sommige gebieden is het elektriciteitsnet vrij ‘dun’. Zonnepanelen en warmtepompen kunnen dan voor overbelasting zorgen. En daar is het vaak ook niet rendabel een warmtenet aan te leggen als het om een beperkt aantal huizen gaat die ver uit elkaar liggen.

    Voor deze huizen is een andere oplossing beschikbaar: groen gas. Cv-ketel en verwarming blijven staan, maar er stroomt geen Gronings gas meer door de buizen. Het groene gas dat in plaats hiervan wordt gebruikt, wordt gemaakt van biogas dat afkomstig is van natuurlijke restproducten, zoals mest, groente-, fruit- en tuinafval en rioolslib. Zo gebruikt de Suiker Unie in Groningen een enorme vergister om biogas te maken van de restproducten van suikerbieten. Het bedrijf produceert genoeg groen gas voor 20.000 huishoudens.

    In Nederland is nu nog te weinig groen gas beschikbaar om er straks alle monumentale panden en afgelegen huizen mee te voorzien. Dat moet de komende jaren doorontwikkeld worden.

  • Ben ik verplicht om mee te doen, ook als er bijvoorbeeld een warmtenet komt?

    Nog niet. Maar op den duur komt er een wet die gemeenten de mogelijkheid geeft je te verplichten van het gas af te gaan en je bij een ander systeem aan te sluiten. Dat wordt bepaald in de zogenoemde vernieuwde warmtewet, die naar verwachting over twee jaar in werking treedt.

    Vervolgens kan de gemeente dan buurten aanwijzen die all electric worden, een warmtenet krijgen of op groen gas overgaan. Maar er zitten jaren tussen de mededeling van de gemeente dat je van het aardgas af moet en de dag het zover is. En zelfs met die nieuwe warmtewet blijft er altijd een optie om je nergens bij aan te sluiten. Als je bijvoorbeeld zelf je huis zelfvoorzienend wilt maken, zonder het warmtenet dat door je straat loopt, dan is dat mogelijk. Alleen: voor die onafhankelijkheid moet je wel zelf betalen.

    Ook komt er een wet die de aansluitplicht op het gas beëindigt. Nu is het nog zo dat iedereen die wil, een gasleiding kan krijgen. Gemeenten zijn verplicht een huis op het gasnet aan te sluiten als de bewoner daarom vraagt. Ook als er van de tien huizen in de straat negen dat niet willen. Die aansluitplicht verdwijnt naar verwachting met de vernieuwde warmtewet.

  • Lopen ‘huizen’ voor op bedrijven en energiecentrales?

    Nee, de verduurzaming van huizen en andere gebouwen in Nederland verloopt het komende decennium min of meer in het gemiddelde tempo van de algehele overgang op schone energie. De bedoeling is dat Nederland over tien jaar 49 procent minder broeikasgassen uitstoot dan in 1990. Dat is een enorme klus, want volgens de meest recente cijfers (uit 2018) was de uitstoot pas 15 procent naar beneden gegaan.

    Toen de plannenmakerij voor 2030 enkele jaren geleden begon, adviseerde het Planbureau voor de Leefomgeving het kabinet niet elk deel van de economie even snel aan te pakken. Daaruit is vorig najaar het klimaatakkoord voortgekomen. De snelste verbeteringen kunnen doorgevoerd worden in de stroomvoorziening, met name door te stoppen met steenkool stoken in elektriciteitscentrales en door wind- en zonneparken te bouwen. Met de huidige kabinetsplannen verbetert er het minst in de ‘mobiliteitssector’: de manier waarop we ons verplaatsen.

    In steden en dorpen krijgt het geplande afscheid van aardgas, die wijk voor wijk doorgaat tot 2050, nu veel aandacht. Maar dat meerjarenplan is komend decennium maar één van de redenen dat de ‘gebouwde omgeving’ minder aardgas gaat gebruiken.

    Zo gaat de belasting op aardgas omhoog, waardoor het voor burgers en bedrijven sneller loont om minder te stoken. Voor verbouwingen die het energieverbruik omlaag brengen – isolatie, warmtepomp – komen ook meer typen leningen beschikbaar, naast subsidies. Verder komen er energienormen voor gebouwen als scholen en kantoren, en worden nieuwbouwwoningen zonder gasaansluiting opgeleverd. Al met al verloopt het afscheid van aardgas geleidelijk. Álle gebouwen aardgasvrij, dat zal niet voor 2050 gebeuren.

  • Welke alternatieven zijn er voor gas, met welke nadelen?

    Je kunt de alternatieven indelen in twee groepen: hete warmte, en lauwe warmte, elk met eigen voor- en nadelen. De eerste is een aardgasloze verwarming die even heet is als de cv-ketel. Sommige stedelijke woonwijken maken al ruim een halve eeuw gebruik van zulke ‘stadswarmte’. Dat is restwarmte uit vooral gascentrales die in of bij de stad staan. Uit centrales, maar ook uit afvalovens en fabrieken, komt gloeiend heet water, dat in de stad ‘tot aan de voordeur’ heet blijft.

    Er kunnen meer wijken op zulke hete bronnen worden aangesloten. De afgelopen jaren zijn ook speciale biomassacentrales gebouwd (fabrieksmatige houtketels) die hitte afgeven voor stadsverwarming.

    Het voordeel van hete verwarming is dat er in huis bijna niks hoeft te gebeuren: beter isoleren is niet nodig. Het is dan ook vooral een oplossing voor huizen die nauwelijks beter geïsoleerd kunnen worden, zoals vooroorlogse huizen in de binnenstad. Zulke ‘hete’ oplossingen hebben echter meerdere nadelen: zonder isolatie blijft de energierekening hoog. Daarnaast is hitte schaars en zijn de bronnen niet altijd schoon. Een biomassacentrale bijvoorbeeld stoot meer stikstof uit dan een gascentrale.

    Voor de meeste huizen zal gelden dat ze in de toekomst worden verwarmd op lagere temperatuur: 25 tot 50 graden. Dat kan centraal geregeld worden, of in huis zelf. Er zullen steeds meer lauwwarme warmtenetten worden aangelegd. Die kunnen worden gevoed met warmte uit een fabriek die verder weg staat of kleiner is (een papierfabriek, een bakkerij), of de warmte wordt centraal opgewekt met een wijkwarmtepomp. Zo’n wijkwarmtepomp haalt warmte uit oppervlaktewater of de bodem, en draait op stroom – die CO2-vrij kan worden opgewekt met zon, wind of kernenergie. De privé-variant daarvan is een elektrische warmtepomp in huis. Als huizen ver uit elkaar staan, is dat handiger.

    Warmtenetten, heet en lauw, hebben twee nadelen. De hele straat moet open voor de aanleg, en je bent afhankelijk van een centrale warmtebron, met alle technische en financiële risico’s van dien. Overgaan op lauwe warmte heeft nadelen, maar ook voordelen. Je moet je huis eerst goed isoleren: een dure en ingrijpende verbouwing – maar je energierekening gaat omlaag. En voor het algemeen belang: als Nederlandse dorpen en steden massaal isoleren en overgaan op lauwe warmte, neemt het energieverbruik af en is veel minder fossiele brandstof nodig.

  • Zijn er alternatieven voor warmtenetten als bedrijven minder restwarmte hebben?

    Vermoedelijk wel. Inderdaad blijft er minder restwarmte over voor woningen als bedrijven, zoals fabrieken, duurzamer worden. Maar er is meer, zoals restwarmte uit datacentra en supermarkten. Er bestaan bovendien veel andere warmtebronnen die warmtenetten kunnen voeden, zeker als het warmtenet niet heet hoeft te zijn. Zoals aardwarmte, waarbij warmte uit de aarde wordt gewonnen. Of aquathermie, waarbij warmte met een grote, gemeenschappelijke warmtepomp wordt onttrokken aan oppervlaktewater of afvalwater. In 2050 wordt naar schatting zeven keer zoveel warmte via warmtenetten verspreid als nu. En dan zijn er nog warmtebronnen per huis, zoals een warmtepomp en zonnewarmtepanelen.

    Het Planbureau voor de Leefomgeving denkt dat er genoeg duurzame warmte beschikbaar is, zij het niet altijd op de juiste plaats. Alles hangt af van de manier waarop technieken zich ontwikkelen, hoe ze worden opgeschaald, en hoe energiezuinig gebouwen over dertig jaar zijn. Over tekorten maakt niemand zich al grote zorgen.

  • Wat gebeurt er met mijn energierekening?

    Het botte antwoord is: geen idee. Geen twee burgers hebben dezelfde energierekening. Een groot of slecht geïsoleerd huis verbruikt zó vier keer zoveel aardgas als een klein, modern appartement. En wie beschikt over een warmtepomp, veel gezinsleden en een laadpaal, rekent veel meer af voor stroom dan een ander.

    Aanpassingen van de belasting die het kabinet de komende tien jaar doorvoert – de belasting op gas gaat omhoog, die op stroom omlaag – hebben dus op elk huishouden een verschillend effect. De prijzen van gas en stroom fluctueren ook nog sterk; geen analist weet wat ze volgend jaar doen.

    Het kabinet heeft wel een richtsnoer gegeven. De verduurzaming van steden en dorpen moet ‘woonlastenneutraal’ verlopen. De bedoeling is dat huishoudens gemiddeld geen hogere lasten krijgen door de maatregelen in het klimaatakkoord (dat de periode tot 2030 betreft).

    Dat gaat over meer dan alleen de jaarlijkse rekening van het energiebedrijf. Wie bijvoorbeeld een langlopende lening afsluit voor een energiebesparende verbouwing – bijvoorbeeld via de hypotheek of uit het nieuwe Warmtefonds van de overheid – zou de rentelasten moeten kunnen wegstrepen tegen de lagere energierekening. Een verbouwing met isolatie bespaart al gauw jaarlijks 1.000 euro.

    Woonlastenneutraliteit geldt niet voor ieder individueel huishouden. Er zijn winnaars en verliezers, en daar komt de maatschappelijke onrust vandaan over ‘energiearmoede’. Zonder nivellerende maatregelen zullen de verliezers meer te vinden zijn onder sociale huurders in een tochtig huis.

  • Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Aerdenhout: gaslek nummer één

    U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.