Opinie

Waarom ‘het politieke debat’ in stilte uitsterft

Tom-Jan Meeus

Soms denk je: best vreemd dat we zoveel aandacht blijven besteden aan politieke debatten. Op zich zijn die debatten elementair in een open samenleving. De beste manier om ideeëncompetitie te organiseren. Maar feit is dat de meeste debatten vooral nog neerkomen op ego-competitie: zelfexpressie vermomd als debat.

Debat dat niet de geest van de kiezer aanscherpt maar primair de bekendheid van de politicus.

Het laatste voorbeeld: Lodewijk Asscher (PvdA) en Thierry Baudet (FVD) die elkaar dinsdagavond bestreden over de opvatting van de FVD-voorman dat de EU een poging is Europese landen onder centraal gezag te brengen, zoals eerder „Napoleon en Hitler” probeerden. Circus Baudet is altijd open.

Asscher vroeg Baudet of hij de EU dan als „complot” ziet, wat de FVD-voorman beaamde. Daarop legde Asscher hem voor wie achter het complot moet zitten. Baudet, triomfantelijk: „De mensen die voorstander zijn van de EU.”

Het voorspelbare vervolg: Baudet die op sociale media enorm scoorde met wat hij „de fundamentele clash” met Asscher noemde. En Asscher die op zijn socialemedia-accounts enorm scoorde met de opmerking dat Baudet een „extreemrechtse omvolkingstheorie” in de Kamer verspreidde.

Dit is dus zoals debatten nu worden gevoerd, verknipt en uitgevent: overtuig je achterban van je eigen voortreffelijkheid. Zie mij gelijk hebben tegenover dat dwaallicht van de andere kant. Geen intellectuele exercitie, een egoïstische exercitie.

En ik noem deze twee politici, maar in de praktijk opereren ze bijna allemaal zo. Vanuit de politicus beredeneerd is het ook niet vreemd. In een verbrokkeld landschap heb je zoveel partijleiders die hunkeren naar aandacht dat inhoud zelden genoeg is om je te onderscheiden. Dan liever controverse.

Het gevolg is wel dat politici ook zelf het nut van debatten gaan betwijfelen. Een minister die vóór Rutte III niet in Den Haag werkte, vertelde me vorig jaar dat hij verbaasd is over de waarde die het media-politieke complex aan debatten in campagnetijd hecht.

Een politicus, vertelde hij, wordt op de proef gesteld tijdens een acute crisis, in onderhandelingen met collega’s van andere partijen, in confrontatie met verontruste burgers. Momenten, zei hij, waarop je niets aan debatkwaliteiten hebt. „Dus waarom lezen we zoveel in die debatten?”

Een rake waarneming. Het toont niet alleen aan dat de behoefte groeit naar alternatieve methoden om verschillen in politieke visie te verbeelden. Het onderstreept vooral dat deze generatie politici bezig is het politieke debat, als communicatievorm, naar de knoppen te helpen. En je vraagt je soms wel af of ze het zelf eigenlijk doorhebben.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.