Recensie

Recensie Muziek

Sleater-Kinney brengt moderne neuroses in hakkelende poprock

Pop De feministische band Sleater-Kinney keerde sterk terug na een hiaat van acht jaar. De nadruk ligt nu minder op felle gitaarsongs en meer op gelaagde elektronica in subtiele popsongs.

Sleater-Kinney in Paradiso.
Sleater-Kinney in Paradiso. Lotte Schrander

Lita Ford van The Runaways, Jennifer Batten bij Michael Jackson, Carrie Brownstein van Sleater-Kinney. Vrouwelijke gitaarhelden met de iconische uitstraling van een Jimmy Page of een Pete Townshend zijn op de vingers van een hand te tellen. Brownstein is er zo eentje die doorspeelt terwijl ze haar Gibson SG boven haar hoofd heft. Ze kan molenwieken met haar rechterarm alsof ze Townshend naar de kroon wil steken.

Het is opmerkelijk om die macho-gitaaracrobatiek te zien bij de uitgesproken feministische band die Sleater-Kinney is. Halverwege de jaren 90 was het (toen nog) trio de koploper van de zogenaamde Riot Grrrl-beweging van vrouwelijke muzikanten die hun eigen stem eisten in de rockwereld. Van Bikini Kill en Huggy Bear werd weinig meer gehoord, maar Sleater-Kinney overleefde de trend.

Stroever geheel

Tijdens een hiaat van acht jaar maakte Carrie Brownstein naam in de televisie-hit Portlandia met ultrakorte comedysketches. Sleater-Kinney, genoemd naar het adres van hun oefenruimte in Olympia, Washington, kwam in 2015 sterk terug en vond zichzelf opnieuw uit op het recente album The Center Won’t Hold, geproduceerd door partner-in-feminisme St. Vincent. Zowel live als op de plaat ligt de nadruk minder op felle gitaarsongs en meer op gelaagde elektronica in subtiele popsongs.

Het vertrek van drumster Janet Weiss en de uitbreiding tot kwintet maakt de band een stroever geheel, niet geholpen door flitslicht en tl-buizen op het podium. Tweede frontvrouw Corin Tucker eist veel van de leadzang op en dat is jammer, want Brownstein is tussen haar gitaarcapriolen de betere zangeres, met hikkende vocalen die afwisselend aan Grace Slick en Siouxsie Sioux doen denken. Het blijft een gewaarwording hoe ze zich in ‘Modern Girl’ binnen drie minuten van een blije vrouw tot een boze feeks ontwikkelt. De Sparks-cover ‘Angst in my Pants’ paste er goed bij: moderne neuroses verpakt in hakkelende poprock.