Reportage

Leerzamer en goedkoper dan een attractiepark

Vrije tijd Kinderen zijn voor musea serieuze klanten geworden. „Ouders hebben behoefte om iets leuks te doen, liefst leerzamer dan de ballenbak.”

Foto David van Dam

Voor regelmatige bezoekers van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag is het een vertrouwd gezicht: in de gangen tussen de studiezalen zie je behalve studenten en onderzoekers ook vaak jonger publiek. Met stepjes en in buggy’s. Zij komen niet voor de archieven in dit bibliotheekcomplex, maar voor het Kinderboekenmuseum. Soms staan er rijen. Het is er druk in de schoolvakanties, zegt Maaike Kramer, pr-medewerker van het museum, „maar dat vangen we op door elke vakantie extra activiteiten te organiseren. Zoals een verhalendame, die een paar keer per dag in ons verhalentheater verhalen vertelt. Zo kun je ook bezoekersstromen reguleren.”

Het museum, dat samen met het belendende Literatuurmuseum onder eenzelfde koepel valt, bestaat 25 jaar en heropende tien jaar geleden na een grote verbouwing met Papiria: een wonderschone interactieve installatie die kinderen leidt langs toverachtige diorama’s, magische spiegels met literaire personages en griezelboekhoeken. Kramer: „Zes jaar geleden begonnen wij het ‘ABC met de dieren mee’, een opstelling voor onder de zes jaar, en sindsdien is het alle dagen druk. Op die leeftijd houden kinderen van herhaling, sommige bezoekers komen wekelijks, al is het maar een uurtje. Ouders hebben behoefte om iets leuks te doen, liefst leerzamer dan de ballenbak.”

Ook de prijs zal meespelen. Attractieparken zijn duur, de meeste musea zijn een stuk goedkoper. Al vraagt het Kinderboekenmuseum ook voor kinderen entree, 6,50 euro voor kinderen tot 6 jaar, 7,50 voor kinderen tot 18. Zelf inkomsten genereren is een voorwaarde voor de rijkssubsidie die het museum ontvangt. „Bovendien kost het geld om tijdelijke tentoonstellingen te organiseren zoals nu over Annie M.G. Schmidt, en moet het baviaanbestendig zijn: je kunt overal in, op en door. Dat vraagt veel onderhoud.”

Musea moeten inkomsten binnenhalen, maar willen vanwege hun publieke functie voor iedereen toegankelijk zijn. Het Kinderboekenmuseum bijvoorbeeld doet mee met de Ooievaarspas en Rotterdampas, kortingspassen in de regio voor lagere inkomens. Kunstmusea, die voor jeugd hoogdrempeliger zijn, zijn juist voor kinderen vaak gratis.

Verjaardagsfeestje

De afgelopen jaren trokken veel musea meer bezoekers, volwassenen, die vaak ook (klein)kinderen hebben. Daarnaast zijn musea zich sinds de eeuwwisseling meer op kinderen gaan richten, met soms fikse investeringen. In Leiden heropenden na verbouwing Naturalis en Boerhaave. Amsterdam heeft het Nemo, Noordwijk de Space Expo. Vooral buiten de Randstad liggen grote openluchtmusea met architectuur en immaterieel erfgoed zoals ambachten, waar je met gemak een hele dag kunt doorbrengen.

Het zijn vaak grootse presentaties waar een kind zich in een andere wereld waant en zelfs verjaardagsfeestjes kan vieren – de grens tussen museum en speeltuin lijkt soms vaag. Hoe bewaak je je museumtaak? „Dat is de vraag”, zegt Kramer: „In het Kinderboekenmuseum werkt het niet om de collectie gewoon neer te leggen. Aan de hand van vaak interactieve spellen vertellen we een verhaal: zo betrek je kinderen en zet je ze aan het denken. Dat is meer dan een spelletje. Het is spelend leren.”

Dat je archieven voor een jongere doelgroep actief moet maken, weet ook Beeld en Geluid in Hilversum. Dat beheert media als Nederlands erfgoed en verzamelt behalve radio- en tv-uitzendingen ook bijvoorbeeld politieke prenten, videogames, gifjes. Het heeft vijf verdiepingen archief en zeven verdiepingen museum. Actief presenteren in het museum betekent tv-nostalgie (voor de volwassenen), games, showbizzpodia, meezingen met Kinderen voor Kinderen. Dat maakt het een zeer populair uitje, een nieuw museumgebouw is in de maak. Toch is ook Beeld en Geluid in de kern een archief met een maatschappelijke en educatieve taak, zegt woordvoerder Kim Visser: „Een van onze doelen is bijdragen aan een meer mediawijze samenleving. Scholen bieden we bijvoorbeeld fake news-workshops, ouderen maken we alert op phishingmails. Met kinderen besteden we aandacht aan bijvoorbeeld sluikreclame in video’s van vloggers. We helpen hen dit op speelse wijze te ontdekken.”

Speels ontdekken is in heel Nederland leidraad bij musea voor kinderen. Vooral wetenschappelijke collecties worden interactief ontsloten – natuur, techniek, media, treinen. Bij kunstmusea zie je dat minder vaak. Een uitzondering is het Kunstmuseum in Den Haag. Dat heeft Wonderkamers: een labyrint met daaromheen dertien kamers, in een aparte museumvleugel van 1.400 m2. Het trekt museumprofessionals uit Italië en Qatar, vertelt Jet van Overeem, hoofd educatie. Zij ontwikkelde Wonderkamers: „Zo’n twintig jaar geleden zagen kunstmusea kunst vooral als iets waar je over moet leren, een academische benadering. Maar het verstand is voor kinderen niet de beste ingang. Wil je dat ze van kunst gaan houden, dan komt het hart eerst. Kinderen houden van kijken en worden gelukkig van spelen, doen, maken, fantaseren. En daar leren ze van.”

Foto David van Dam

Zo werkt Wonderkamers. Bezoekers worden via een tablet met interactieve opdrachten langs de kamers geleid. Spot de verschillen tussen het impressionisme en expressionisme, of bouw je eigen paviljoen volgens Berlages ontwerpideeën. Drie kamers gaan over Mondriaan, zegt Van Overeem. „‘O een theedoek’, zeggen mensen nog wel eens en dat is een goed uitgangspunt: als dat zo is, maak het dan maar zelf. We presenteren een film, met een kleine Mondriaan die al vertellend door zijn composities loopt, die dan uiteen vallen. Daarna moeten de kinderen zelf een Mondriaan bouwen. Dan merken ze ‘hm, er zit toch meer achter’.”

Magische tafel

In eerste instantie was Wonderkamers bedoeld voor het voortgezet onderwijs, „de moeilijkste doelgroep om te boeien”, maar het bezoek veranderde. Steeds vaker kwamen gezinnen, met jongere kinderen. De vraag naar educatieve activiteiten nam toe, merkte Van Overeem: „Een aantal jaren geleden wilden volwassenen vooral van hun kind af, nu willen ze graag samen met kinderen iets doen. Daarom is er zondags een atelier waar ze samen dingen kunnen maken.” Ook geeft het museum eigen kunstboeken uit voor kinderen vanaf 7 jaar, met illustratoren die een brug slaan tussen de wereld van het kind en die van de kunst – zoals Kandinsky, Rothko, Monet. Bij de recente Monet-tentoonstelling zijn bovendien 1.500 doe-bladen uitgedeeld – veel, vindt het museum.

Kramer van het Kinderboekenmuseum heeft nog een verklaring voor de toegenomen vraag: de veranderende rol van grootouders die oppassen als de ouders aan het werk zijn. „Hier komen veel opa’s en oma’s die zelf een Museumkaart hebben. Zij hebben niet meteen zin om naar een speeltuin te gaan maar hebben een educatieve wens.” Van Overeem herkent dat. „Grootouders zijn actiever dan vroeger. Ze zitten in een semi-opvoedende rol en komen ook doordeweeks. We horen ook wel dat het logeren in vakanties wordt afgestemd op dagen dat wij bepaalde workshops aanbieden.”

Dat alles betekent veel keus, veel manieren om kinderen weg te sleuren van hun tablets. Maar, eerlijk is eerlijk, daarbij helpt het dat die musea zelf ook met digitale middelen werken. De tablets in Wonderkamers zijn er inderdaad ook omdat het pubers aanspreekt, zegt Van Overeem, maar dat is geen hoofddoel. „Technologie is een middel, om sprookjes mee te maken. Je kunt er bijvoorbeeld een magische tafel mee maken waarop objecten verschijnen als je ze aanraakt.”

Foto David van Dam

Ook het Kinderboekenmuseum, hoeder van papieren erfgoed, gebruikt volop technologie. „Natuurlijk zijn schermen concurrentie”, zegt Kramer, „dat zet het klassieke medium van het boek onder druk. Maar iedereen heeft behoefte aan verhalen en die kun je op verschillende manieren vertellen. Daar zijn we alert op. We hopen dat als kinderen hier weggaan, we hun fantasie zo hebben geprikkeld dat ze thuis gaan lezen of schrijven. Uiteindelijk is dat toch ons doel.”