Pindakaas

geeft Nederlandse les aan expats.

Hoe doen mensen die je net het meest menselijke instrument hebt afgenomen? Die vaardigheid die de soort in staat heeft gesteld om zich verder dan alle andere primaten te ontwikkelen: taal.

Nou, dat hangt een beetje van de persoon af, maar een algemene reactie is: onzekerheid. Mijn cursisten worden na de mededeling dat ze zich in mijn les niet van een ander middel dan het Nederlands mogen bedienen, zichtbaar onzeker.

Het is een beetje zoals in een restaurant gaan eten waar ze alleen stokjes naast je bord leggen. Tenzij je daar goed in bent, maakt het dat je eerst tersluiks checkt of er niet toch nog een vork en mes ergens op tafel liggen. Een schuinse blik naar het houdertje met servetten overtuigt je ervan dat dat niet zo is. Dan kijk je of je een deal kunt maken met de ober; zijn verbaasd en een beetje afkeurend opgetrokken wenkbrauwen vertellen je van niet.

Equivalenten daarvan zijn in de les: stiekem Google Translate aanzetten of toch even snel in het Engels iets vragen in de hoop dat je docent in een reflex antwoord geeft.

Als dat allemaal niet werkt, neem je de stokjes op en probeert af te kijken wat andere mensen ermee doen. Vooruit, we gorgelen er een „Goedemiddag, hoe gaat het?” uit. De keer dat een Nederlander daar spontaan op reageert met het goede zinnetje: „Goed! En met jou?” is net zo verrassend bevredigend als een succesvol naar binnen geschoven hapje noedels.

Naast aarzelender kijken, gaan mensen meer glimlachen. Een verontschuldiging voor de vlekken op het tafelkleed en het onhandige geslobber.

Dan komt het cruciale punt, het kantelpunt dat bepaalt of je een lijdensweg ingaat van langzaam en pijnlijk gestruikel of een avontuurlijke ontdekkingstocht met uitdagingen: dat is het punt dat de onthande mens beslist of hij gaat lachen of niet. Als hij/zij de humor inziet van dit gestumper dan gaat het goed komen. Want dan gaan mensen spelen.

Als ik die rare stokjes nou eens scheef houd, of plat, of ondersteboven, of achterstevoren... En die slierten, kun je die vastknijpen, aanprikken of opvegen? Die lobbige woorden en kruimelige adjectieven als ik die eens aan elkaar prik en dan uitspreek?

„We hebben geen tijd meer voor deze opdracht, dit is dus huiswerk”, besloot ik de les. En daar hoorde ik mijn Italiaan met een beleefde, begripvolle glimlach naar mij opmerken:

„Helaas pindakaas.”

De groep keek ernstig geïnteresseerd, weer nieuw vocabulaire. „Het stond op een vrachtwagen”, verklaarde hij. Gewoon proberen, al die nieuwe woorden.

Om privacyredenen zijn herkenbare details in deze column aangepast