Recensie

Recensie Uit eten

Niet alleen letterlijk eten in de hogere regionen: Op Het Dak

Uit eten Rotterdam Wim de Jong recenseert elke twee weken een restaurant in Rotterdam.

Foto Aziz Kawak

Ergens bovenaan op de lijst van bijzonderste eetplekken in Rotterdam: Op Het Dak. Na dat in de Euromast ook letterlijk het hoogste rooftoprestaurant van de stad. Zesde etage van het Schieblock, waarna nog een klimmetje met de trap. Binnen: nogal eens wat herrie door de beroerde betonnen akoestiek, maar allicht ook doordat het er tijdens het lunchuur altijd wel helemaal vol zit. Buiten: een terras dat uitkijkt over de Coolsingel en de skyline van het Weena. Met direct aan je voeten dan – straks – ook nog het groen van de ‘dakakker’. Het stadslandbouwproject trok in zeven jaar al zo veel buitenlands bezoek dat het aanpalende eethuis er tevens een geheel Engelstalige menukaart op nahoudt.

Die moestuin op 20 meter boven straatniveau en het ontbijt- en lunchrestaurantje vormen vanzelfsprekend sámen de attractie. Erg jammer dus dat de beheerder van de dakakker dat perceeltje voor publiek heeft afgesloten. Even langs de groentebedden wandelen en van het panorama genieten mag helaas niet meer. Behalve kinderachtig ook tamelijk bespottelijk, gelet op het type gasten dat Op Het Dak trekt. Bepaald geen mensen die je ervan verdenkt dat ze er bijvoorbeeld lachgas zouden willen snuiven of expres een wild aarbeitje zullen vertrappen. Weg daarom met die touwen. Dat doe je maar op je volkstuintje of op je boerderette op het platteland.

Als die afrastering komende lente niet is verdwenen, dan blijft er gelukkig nog die andere reden om regelmatig aan te schuiven in Op Het Dak. Wat ooit als een pop-up begon, is sinds 2013 uitgegroeid uit tot een zaakje waarvan de keuken zich in haar segment kan meten met de beste van de stad. Eigenaresse Valerie Kuster onderscheidt zich bovendien van de rest door de eigenzinnige keuzes die ze bij het samenstellen van gerechten durft te maken. Yotam Ottolenghi heeft er een soort van zus in Rotterdam mee bij. ‘Sober’, zo typeert ze haar kookstijl in alle bescheidenheid liefst zelf, terwijl ik het tegenovergestelde eerder passend vind. Royaal, verrassend, en elke schotel niet minder dan een feestje voor de zintuigen.

Mijn tafelgenoot en ik delen de dumplings van aardappel, met in boter gebakken groene kool en maanzaad (11 euro). Erop volgen de salade van seizoensgroenten, opgeklopte tahina (sesampasta), knoflook-broodkruim (8), de boekweit-galette met opnieuw ei, gruyère en een bietensalade (11), plus de gepocheerde skrei (winterkabeljauw) van 13,50 euro. Zeker voor een ‘sobere’ middagmaaltijd heb je met z’n tweeën dan eigenlijk al meer dan genoeg. Alleen zouden we in dat geval een andere specialiteit van het huis ongeproefd moeten laten, en dat doen we wijselijk toch maar niet. De tempeh-bowl (13 euro), de Indonesische koek van gefermenteerde sojaboontjes, geserveerd met rijst, pittige kimchi, cashewcrème en een gepocheerd ei, is zó lekker dat we snappen dat Kuster in haar restaurant intussen ook doe-het-zelf-workshops voor thuiskoks aanbiedt.

Misschien dat die ruimhartigheid uiteindelijk nog eens zal leiden tot een eigen Op Het Dak-kookboek. Of, veel beter uiteraard: dat het restaurant hoe dan ook blijft bestaan – op het Schieblock dan wel elders. De onduidelijkheid over de toekomst van het pand bij het Hofplein is namelijk nog groot, al vigeren er onder de stadsplanners van ‘District East’ (Weena en directe omgeving) ‘scenario’s’ waarin het zijn functie als creatieve broedplaats kan blijven behouden. Je mag het hopen. Er is in dat opzicht al te veel leuks uit de stad verdwenen of achter een spreekwoordelijk touwtje beland. En dat kun je city-marketingsgewijs natuurlijk niet blíjven goedmaken met alweer een festival of een gekochte plaats op een must see-stedentoptien.

Wim de Jong is culinair recensent.